Nieuwe Drachme als uitweg voor de Griekse crisis?

newdrachme

Met John Huige schreef ik afgelopen week een artikel getiteld “Nieuwe Drachme als uitweg voor de Griekse crisis?”, reeds gepubliceerd op duurzaamnieuws.nl.

Roepen dat Griekenland uit de Euro moet is roekeloos. Het is niet solidair met de Grieken en gevaarlijk omdat de psychologische en economische effecten niet te overzien zijn. Voor de positie van de EU zou het rampzalig zijn. Bovendien is een exit verdrag technisch niet geregeld. Meer lenen en meer bezuinigen door Griekenland is echter ook geen optie. Onder het strenge regime van de trojka is veel te weinig vooruitgang geboekt. Griekenland kan geen kant op: het land is monetair failliet.

Daarmee houdt het land natuurlijk niet op te bestaan; het moet hoe dan ook verder. Hoe, is dan de hamvraag. Een Nieuwe Drachme, die een leven leidt naast de Euro, zou een uitweg kunnen bieden.

Die Nieuwe Drachme (DND) wordt dan ingevoerd als complementaire munt en als tegenwicht voor de politiek gestuurde Euro. Want waar geld in oorsprong een neutraal ruilmiddel was, wordt het nu door centrale banken gebruikt om alle aspecten van de economie en de samenleving te beïnvloeden, zoals inkomensongelijkheid en bedrijvigheid. In Europa met vooral als doel het Duitse belang te steunen.

Volgens de Griekse minister van financiën Varoufakis is onze grootste hoop een democratische centrale bank. Geld dient door en voor mensen te worden georganiseerd.

Duidelijk is dat een ander democratisch georganiseerd geldsysteem niet zomaar gerealiseerd is. Monetaire hervorming is een proces van lange adem. Een complete revolutie hoeft ook niet, kleine stapjes zijn mogelijk. De introductie van een door Grieken aangestuurd complementair geldsysteem is een goed begin.

Complementaire geldsystemen bestaan naast de officiële munt, als een (meestal) regionaal betaalmiddel. Dat geeft een inherente impuls om het geld steeds regionaal te besteden en niet weg te laten lekken naar andere gebieden of landen. Daarnaast is de creatie van geld in complementaire systemen doorgaans coöperatief geregeld en brengt het geen renteverplichtingen met zich mee.

Een van de meest omvangrijke voorbeelden op dit gebied is de Zwitserse Wirtschaftsring-Genossenschaft, kortweg WIR, die inmiddels al 80 jaar bestaat. De WIR is een coöperatief geldsysteem vooral gericht op het MKB, en was een reactie op de grote depressie in de jaren dertig van de vorige eeuw. In 1934 besloten 16 ondernemers een eigen geldsysteem te starten vanwege liquiditeitsproblemen. En met succes: inmiddels zijn er 62.000 leden waarvan 45.000 MKB’ers. Zo bestaat er naast de Franc in Zwitserland een tweede geldsysteem waarin miljarden omgaan. WIR betekent in het Duits ‘wij’.

Een complementaire munt kan de economische depressie en de humanitaire crisis in Griekenland beëindigen. De introductie van zo’n munt dient zo simpel mogelijk georganiseerd te worden en kan op verschillende manieren verlopen. De Griekse overheid coördineert de uitgifte van DND. Zij betaalt simpelweg een gedeelte van haar kosten met nieuw gecreëerde DND’s en biedt de mogelijkheid belastingen te betalingen in deze munt. Natuurlijk ligt dan het inflatiegevaar op de loer. Als teveel geld alleen consumptief en speculatief besteed wordt kunnen prijzen gaan stijgen. Wij denken dat het gevaar hiervoor beperkt kan worden door actief te bevorderen dat prijsstijgingen via ‘naming & shaming’ aan de kaak gesteld worden.

Doorgaan met het lezen van “Nieuwe Drachme als uitweg voor de Griekse crisis?”

Tegenlicht Meet Up

Afgelopen week was ik te gast bij de Tegenlicht Meet Up naar aanleiding van de uitzending Bankgeheimen van Joris Luyendijk (vanaf 22:00 tot 50:05). Andere sprekers waren Antoinette Hertsenberg (TROS Radar), Rens van Tilburg (Sustainable Finance Lab) en Joris zelf. Veel goede punten, veel goede vragen en veel ideeën. Het boek van Joris Dit kan niet waar zijn is een aanrader. Scherpe analyse en toegankelijk  geschreven. Belangrijkste lessen: er is na de crisis nauwelijks iets veranderd, het systeem zelf is verrot, en er is druk vanuit het electoraat nodig om politici te bewegen het financieel systeem in het algemeen belang in te richten. Daarom ook het burgerinitiatief Ons Geld dat tot 5 april getekend kan worden. Komt allen in actie!

De kunsten en geldcreatie

initiative

Op deze blog heb ik regelmatig over het onderwerp geldcreatie geschreven. Twee jaar geleden bijvoorbeeld in een stukje met de titel geldcreatie mainstreamen. Zeven jaar na het uitbreken van de financiële crisis is het dan eindelijk gelukt: geldcreatie is hot. Het theaterstuk Door de bank genomen van de Verleiders heeft hier een belangrijker rol ingespeeld. In dit stuk gaan de Verleiders in op de werking van banken, geldcreatie, excessen en alternatieven. Vanaf de première op 9 november 2014 loopt Door de bank genomen als een trein: de zalen zijn uitverkocht, de recensies lovend en de boodschap verspreidt zich.

Zoals wel vaker in de geschiedenis is het niet de wetenschap of de politiek, maar zijn het de kunsten die een lastig onderwerp aankaarten. De opstand in België in 1830, die uiteindelijk leidde tot de afsplitsing van Nederland, is een prachtig voorbeeld. Willem de Bruin schrijft in het Historisch Nieuwsblad: “Volgens de overlevering raakten de Belgen zo in vervoering door het duet ‘Amour sacré de la patrie’ uit de opera La Muette de Portici, dat ze op 25 augustus 1830 spontaan in opstand kwamen tegen koning Willem I. In werkelijkheid werden de gebeurtenissen die avond waarschijnlijk geregisseerd. De onrust die toen uitbrak, leidde uiteindelijk tot de afscheiding van België.” Kortom, het toneelstuk La Muette de Portici – De Stomme van Portici – was niet de hoofdoorzaak, maar speelde wel een belangrijke rol.

Begin december vorig jaar zat ik samen met George van Houts van de Verleiders, Ad Broere en Ons Geld collega Luuk de Waal Malefijt in een Amsterdams café. George vertelde dat veel bezoekers na hun theatershow verbaasd en soms zelfs boos reageren, en vaak iets willen doen om het onderwerp geldcreatie aan te kaarten en beter te begrijpen. Maar wat konden we hen aanbieden? Op deze decemberdag besloten we een burgerinitiatief op poten te zetten met als doel het onderwerp geldcreatie op de politieke agenda te krijgen en een maatschappelijk gesprek aan te wakkeren.

Op 13 januari lanceerden de Verleiders bij De Wereld Draait Door het burgerinitiatief. Door de grote drukte viel de website meteen om. Desalniettemin waren de benodigde 40.000 handtekeningen in 28 uur binnen. Inmiddels hebben ruim 81.000 mensen getekend. De afgelopen twee weken is er een hoop gebeurd. Zelf discussieerde ik met Robin Fransman over het gevoelige onderwerp monetaire hervorming op Follow the Money, en met ING-econoom Teunis Brosens op RTL-Z. Gisteren waren Ad en George te gast bij TROS Radar.

Wat mij de afgelopen weken wederom is opgevallen is dat het monetaire hervorming vaak verkeerd wordt uitgelegd. Ter introductie in dit onderwerp raad ik de korte uitleg (engels) van Mark Joób en dit artikel  (nederlands) van Edgar Wortmann aan. Ook op de website van het burgerinitiatief zijn diverse links naar goede stukken, websites en filmpjes te vinden. Tekenen kan tot en met de laatste show van de Verleiders op 31 maart.

Tot slot, ik hoop dat veel kunstenaars zich laten inspireren door de Verleiders en zich gaan bezig houden met maatschappelijke issues. De kunsten hebben de unieke positie om gevoelige onderwerpen aan te kaarten en taboes te doorbreken. Maak hier gebruik van zou ik zeggen!

Afscheid van het kapitalisme

Afscheid vh kapitalisme

In Afscheid van het kapitalisme bespreekt Egbert Tellegen de relatie tussen de gezondheid van de aarde en de huidige economische orde, het kapitalisme. Hij komt tot de conclusie dat het kapitalisme met zijn geloof aan onbegrensde mogelijkheden toe is aan vervanging. Een ecologische economie waarvan de resultaten in eerste instantie beoordeeld worden naar mate van zorgvuldig omgaan met de aarde, ofwel kwaliteit boven kwantiteit, is volgens Tellegen de oplossing. De socioloog en emeritus hoogleraar milieukunde is al minstens 50 jaar met deze problematiek bezig en dat zorgt ervoor dat dit kleine boek (145 pagina’s, pocket size) een schat aan informatie bevat, toegankelijk is en soms zelfs grappig.

In de eerste hoofdstukken bespreekt Tellegen de geschiedenis van het leven op aarde, het ontstaan van de zorg voor het milieu en de huidige gezondheid van de aarde. Als geen ander is Tellegen in staat de onstaansgeschiedenis van de huidige milieuproblematiek samen te vatten.

In hoofdstuk 5 wordt de economie besproken aan de hand van Polanyi, Heilbronner, Smith en Marx. Tellegen concludeert dat we tot op de dag van vandaag gevangen zitten in de tredmolen van het voortdurend moeten uitbreiden van productieve activiteiten om de toenemende productiviteit bij te houden en daardoor winst en werkgelegenheid veilig te stellen (p65-66). Aan de hand van Marx en Simmel legt hij uit hoe het streven naar geld leidt tot mateloosheid, want in tegenstelling tot gebruiksgoederen kent geldbezit geen grenzen. Tellegen pleit in lijn met Jeroen van den Bergh voor een minder prominente plaats voor economische groei in het overheidsbeleid. Niet groei van het BBP, maar concrete doeleinden op milieu-, sociaal en cultureel gebied dienen centraal te staan.

De meest interessante en bovendien scherp geformuleerde passage is Tellegen’s beschrijving van de economie als religie. Hij schrijft: “Ik ben agnosticus en geen atheïst. Maar één vorm van hedendaagse religie bestrijd ik wel en dat is het geloof in ‘de economie’(p78).” Als voorbeeld noemt hij de ‘plechtige manifestaties’ rondom het citeren uit ‘de heilige geschriften van het Centraal Bureau voor de Statistiek of het Centraal Planbureau’ en de daaropvolgende ‘preek van een minister of politicus waarin de heilige teksten van de overheidsbureaus van commentaar worden voorzien’. Tellegen gebruikt de term religieuze plechtigheid omdat het uitgedragen geloof (de economie) respectvol tegemoet wordt getreden en iedere kritische kanttekening bij dat geloof achterwege blijft.

Hoe verder? In hoofdstuk 6 stelt Tellegen voor het domein van ‘de economie’ drastisch te beperken. In hoofdstuk 7 doet hij enkele concrete voorstellen om dit te realiseren zoals het scheppen van kapitaal (geld) onderbrengen bij een vierde “financiële” macht en het op Europees niveau implementeren van een sociaal stelsel dat iedereen een minimum aan financiële zekerheid biedt geïmplementeerd. Op deze manier zullen kapitaal en mensen volgens Tellegen enkel in actie komen indien dit intrinsiek nut heeft en het milieu niet (al te veel) belast.

In hoofdstuk 8 betoogt Tellegen dat het zwaartepunt van milieubescherming bij ondernemers dient te liggen. Zij horen het zorgvuldig omgaan met de aarde als hun kerntaak te gaan beschouwen (p101). Het model van de arts is wat Tellegen betreft een goed voorbeeld. Artsen handelen (doorgaans) niet vanuit financiële belangen of investeerders, doen geen ingrepen in het belang van werkgelegenheid en zetten niet aan tot onnodige consumptie.

In hoofdstuk 9 verwijst Tellegen naar Max Weber’s onderscheid tussen handelen als doen, achterwege laten of dulden. De kapitalistische economie is superieur in het ‘doen’. Voor ‘dulden’ is het beeld gemengd. Enerzijds zijn allerlei (religieuze) taboes opgeruimd, anderzijds zijn mensen beroofd van vrije toegang tot natuur en bestaansmiddelen. Wat het kapitalisme niet kan, is het ‘achterwege laten’. Tellegen besluit met een pleidooi voor een cultuur van zorgvuldigheid, voor zorgvuldig professioneel handelen, waarbij de professionaliteit vóór het geld verdienen gaat. Sociaal ondernemen is hier een goed voorbeeld van.

Mijn vraag aan Tellegen is of het kapitalisme niet al ten dele ten onder is. Lang niet alle bedrijven en zelfstandige ondernemers streven winstmaximilisatie na en dit is toch een vereiste voor een kapitalistische economie. Een tweede vraag is de exacte definitie van kapitalisme. Tellegen definieert kapitalisme als een systeem waarbinnen de productie van goederen in dienst staat van vermeerdering van kapitaal ofwel van verdienen van geld ten behoeve van kapitaalbezitters (p89). Ik zou kapitalisme iets anders definiëren, namelijk als een systeem dat gebaseerd is op privé eigendom en kaptiaalaccumulatie. Het gaat zeker niet alleen om goederen, maar de afgelopen decennia voornamelijk om financiële activa, onroerend goed, etc. Dit dient allemaal te accumuleren. Een punt voor verder onderzoek is de relatie tussen Tellegen’s zorgvuldigheid en de deugdenethiek van Aristoteles. Volgens mij is er veel overlap. Aristoteles zag geld en economie als een middel tot iets anders, namelijk het goede leven, en propageerde het aanleren van deugden. De kardinale deugden zijn volgens Aristoteles moed, gematigdheid, verstandigheid en rechtvaardigheid. In hoeverre komt dit overeen met zorgvuldigheid? Tenslotte vraagt dit boek om concretisering. Hoe kunnen multinationals als Philips, ING en KPMG hun werk inrichten volgens de logica van een arts? Is dit überhaupt mogelijk? Of is er geen plek voor dit soort internationale conglomeraten in een ecologische economie?

Tellegen, Egbert (2014). Afscheid van het kapitalisme. Over de aarde en onze economische orde. Amsterdam: AUP. ISBN 9789069647856

Princes of the Yen

Princes of the Yen is an excellent documentary based on a book written by economist Richard Werner. In this documentary the power of money and central banks (and the IMF, WB and commercial banks) is analysed and explained clearly. Although the focus is on Japan, the main lessons are valid in all countries. It is a must-see for everyone who is interested in the current economic system and society.

Verandering van tijdperk

verandering_tijdperk

Afgelopen donderdag presenteerde Jan Rotmans zijn nieuwe boek Verandering van Tijdperk. Nederland kantelt. In de zomermaanden heb ik samen met Jan en Helen Toxopeus het hoofdstuk over de financiële sector voor dit boek geschreven. Dit was een interessante en leerzame exercitie omdat we alledrie verschillende specialisaties hebben en soms wat verschillen in radicaalheid. Wat ik erg aan Jan waardeer, is (naast zijn inhoudelijke kennis) zijn moed om zijn radicale inzichten in het publieke debat te verkondigen. Dat is lang niet iedereen gegeven. Op deze blog probeer ik zelf parrhesia – παρρησία – te beoefenen. Dit betekent zoiets als vrijmoedig waarheidspreken, dus zonder jargon en los van machtsstructuren. Parrhesia stamt uit de Griekse Oudheid. Foucault analyseert dit begrip in zijn boek De Moed tot Waarheid in detail en concludeert dat parrhesia langzaam maar zeker verloren is gegaan in het publieke en politieke domein. Jan Rotmans doet wat mij betreft een geslaagde poging om dit proces te keren door simpelweg te benoemen wat er gaande is en uit te leggen hoe radicale oplossingen geïmplementeerd kunnen worden.

Gisteren heb ik Verandering van Tijdperk in zijn geheel gelezen. Twee dingen wil ik hier opmerken. Ten eerste Rotmans’ notie van macht. De afgelopen jaren heb ik mij geregeld geërgerd aan allerlei weldoeners, wereldverbeteraars en duurzaamheidsdenkers die angst hebben het machtspodium te betreden en/of macht afdoen als iets ouderwets. Nooit kon ik echt helder uitleggen waarom macht wel belangrijk is, en zelfs positief kan zijn. Rotmans’ uitleg was voor mij verhelderend (pagina 43):

‘Macht heeft binnen de nieuwe orde een negatieve connotatie, omdat het wordt geassocieerd met de oude orde. Het wordt door de nieuwe orde gezien als negatief, behoudend of zelfs eng, maar macht kan ook in positieve zin worden aangewend. We onderscheiden verschillende soorten macht: (1) gevestigde macht; (2) destructieve macht; (3) innovatieve macht; en (4) transformatieve macht. De eerste twee spreken voor zich. Met innovatieve macht bedoelen we het ontdekken of creëren van nieuwe hulpbronnen. En transformatieve macht is het vermogen om de verdeling van hulpbronnen te veranderen.’

De laatste twee zijn volgens Rotmans noodzakelijk om de transitie naar een duurzame samenleving te versnellen. Vooral de transformatieve macht is nu belangrijk en dat vraagt onder andere om (betere) samenwerking, kennis delen en samen ontwikkelen, slimmere organisaties, het opheffen van organisaties die erop gericht zijn zichzelf in stand te houden, lobbymacht organiseren en nieuwe vormen innovatieve vormen van financiering ontwikkelen en stimuleren. 

Een tweede punt dat ik hier wil aanstippen is Rotmans’ verhaal over zijn persoonlijke ervaring met het onderwijs. Hij zegt dat hij zich altijd out of place en out of time voelde (pagina 52):

‘Nooit paste ik in het schoolsysteem, nooit werd ik echt geraakt en gestimuleerd, eerder afgeremd en gedemotiveerd. . . Pas na mijn schooltijd kon ik voluit gaan. . . Het gaat ook niet zozeer om mijn geval, maar ik wil hiermee illustreren dat de potentie van veel leerlingen in dit systeem onderbenut blijft. En dat gaat ten koste van het plezier en de motivatie en dat is zonde.’

In dit betoog herken ik mijzelf. Ook ik vond school vaak saai, onzinnig en afremmend. Helaas kom ik nog steeds jongeren tegen die dezelfde ervaring hebben. Dit probleem is dus niet opgelost en mogelijk zelfs verergerd. Een radicale verandering van het onderwijs is nu nodig. Rotmans stelt dat de volgende uitgangspunten voor het onderwijs 3.0 voor: leraar en leerling centraal; persoonsgerichte ontwikkeling; ruimte voor professionals; balans tussen kennis en competentie; stimulerend en motiverend; zo weinig mogelijk bureaucratie. Dit betekent dat er veel meer vrijheid moet komen om zelf onderwijs op te zetten. Scholen en met name leraren zouden zelf moeten mogen kiezen welke leermethode er het best bij hun levensvisie en bij hun leerlingen past. Kortom, een revolutie van onderop is nodig, niet alleen in het onderwijs, maar in een hele hoop sectoren. Zonder moed gaat dit niet lukken. Lees Verandering van Tijdperk. Nederland kantelt of bekijk de nederlandkantelt.nl voor meer transitielessen.

Iedereen een kunstenaar

9200000035105843

Afgelopen woensdag gaf ik samen met Ruben Jacobs een Studium Generale lezing op de HKU over kunst, economie en taboe. Na afloop gaf Ruben aan mij zijn net uitgekomen boek Iedereen een kunstenaar. Gisteren heb ik dit beknopte essay (pocket formaat, 86 pagina’s) met een schat aan informatie meteen met plezier gelezen. Hier een korte recensie.

In Iedereen een kunstenaar analyseert Jacobs de kunstenaar in de kapitalistische maatschappij en de omarming door het kapitalisme van het ideaal van authenticiteit. Hij stelt dat expressieve autonomie een centrale waarde voor ons allemaal is geworden in wat hij het creatief kapitalisme noemt. Creativiteit is tegenwoordig een must – iedereen een kunstenaar – en de antithese tussen kunst en commercie lijkt te zijn opgeheven. Het ooit zo verafschuwde kapitalisme is omarmd door de creatieve sector.

Jacobs merkt scherp op dat authenticiteit niet langer ‘ken u zelf’ maar steeds meer ‘wordt u zelf’ betekent en stelt dat consumptie een middel tot zelfrealisatie is geworden. In de moderne consumptiemaatschappij staat niet langer de gebruikswaarde van producten centraal maar worden goederen voortdurend gebruikt om het ‘gevoel van gebrek’ te voeden. Terecht stelt Jacobs dat de creatieve industrie steeds vaker de motor is voor de continuering en uitbreiding van de consumptiesamenleving door de creatie van constant nieuwe life styles, beelden en meningen, en dat juist deze constante vergroting van behoeften en verlangens van allerlei sociale en ecologische problemen veroorzaakt. Ofwel, de overaccentuering van het ik en het ik-gevoel leidt tot een verlies van het gevoel voor samenleven en diverse concrete problemen.

Het verlangen naar authenticiteit blijkt bovendien in de praktijk lastig te bereiken door enerzijds het ‘gevoel van gebrek’ en anderzijds door een steeds grotere druk aan de productiekant. In de werkomgeving gelden tegenwoordig de mantra’s flexibiliteit, persoonlijke autonomie en creativiteit. Werk moet volgens Jacobs leuk, uitdagend en ‘betekenisvol’ zijn. Hierdoor vervaagt de grens tussen werk en privé wat leidt tot een vorm van zelfexploitatie. De druk op werknemers wordt steeds hoger en leidt zelfs tot stress, burn-outs en depressies.

Jacobs stelt dat ‘de creatieve industrie het hart en het laboratorium van het artistieke kapitalisme vormt. Hier wordt gespeeld en geëxperimenteerd met nieuwe product- en dienstvormen, netwerkconstructies, arbeidsomstandigheden. . .’ De economie zou steeds afhankelijker worden van creativiteit. Of dit waar is weet ik niet. Volgens mij zijn financialisering van de economie en de steeds groter wordende macht van multinationals belangrijkere processen, en is dit het hart van het huidige kapitalisme waar we steeds afhankelijker van worden.

Doorgaan met het lezen van “Iedereen een kunstenaar”

Financieel analfabetisme

Gisteren was ik te gast bij het KennisCafe in de Balie waar ik in gesprek ben gegaan met Jan Luiten van Zanden (hoogleraar economische en sociale geschiedenis) en Nicole Jonker (onderzoeker bij DNB) over geld. Aan het eind van de avond trok gespreksleider Martijn van Calmthout de harde conclusie dat we met z’n allen financieel ongeletterd zijn. Dit klopt. Er zijn diverse onderzoeken die bevestigen dat we op grote schaal niet weten hoe het huidige geldsysteem werkt. Twee voorbeelden. Een onderzoek van het Cobden Centre getiteld Public Attitudes to Banking (2010) laat zien dat de de meerderheid van de Britten denkt dat geld gecreëerd wordt door de centrale bank of de overheid. En ongeveer 60% denkt dat het enige wat banken doen is geld ophalen bij spaarders en om dit geld vervolgens uit te lenen. Banken bemiddelen volgens de meerderheid tussen spaarders en leners. In de praktijk werken commerciële banken echter precies andersom: leningen creëren geld. Commerciële banken zijn geldscheppende instellingen. Economen van de ING stellen in hun recente publicatie De Geldscheppingsparadox (2014):

“In werkelijkheid leidt het verstrekken van een lening door een bank tot het ontstaan van een deposito.”

En de Bank of England stelde eerder dit jaar:

“Whenever a bank makes a loan, it simultaneously creates a matching deposit in the borrower’s bank account, thereby creating new money.”

Op een of andere manier denken we dus massaal precies het tegenovergestelde. Niet alleen gewone mensen begrijpen weinig van geldcreatie en de rol van banken, maar – tot overmaat van ramp – snappen ook politici weinig van de werking van geld. Een recente Dods poll laat zien dat slechts 12% van de Britse parlementsleden weet dat bankleningen nieuw geld creëren. 71% denkt dat de overheid al het geld schept.

Screen-Shot-2014-08-19-at-10.06.36-650x300Kortom, zeven jaar na het uitbreken van de kredietcrisis is er verrekte weinig veranderd, zowel qua kennis als qua inrichting van het systeem. Het is pijnlijk om te beseffen dat de meerderheid van onze democratisch gekozen volksvertegenwoordigers niet weet hoe het monetair systeem werkt en daardoor niet in staat is de sterk geconcentreerde financiële macht te breken. Het lijkt dus de hoogste tijd om te gaan studeren en vervolgens te debatteren over en te experimenten met andere oplossingen en geldsystemen. Indien we dit niet doen, zullen we nooit weten wat het meest optimale (ofwel het minst riskante) monetaire systeem is en blijven we gevangen in een systeem waarin ruim 95% van het geld gecreëerd wordt door commerciële banken als schuld (met rente), het falen van deze private banken leidt tot overheidsingrijpen en macht sterk geconcentreerd is. Indien we een markteconomie willen hebben, dan zullen privaat en publiek van elkaar gescheiden moeten worden. Er zijn diverse voorstellen (zoals Sovereign Money) die momenteel door bestaande machten buiten het politiek en maatschappelijk debat worden gehouden. Dit is een democratisch tekort. In een democratie hoort zo nu en dan een democratisch besluit genomen te worden wat voor soort geldsysteem en wat voor soorten geld we willen hebben – zeker indien het systeem faalt zoals nu. Financiële geletterdheid is echter een vereiste voor zo’n democratisch besluit.

What is money?

This week I have given three presentation about the basics of money and different monetary systems. Herewith the slides that I used at Bitcoin Wednesday at Pakhuis De Zwijger. More and more I think that we need a debate and a democratic decision about what kind of money or moneys, and what kind of monetary system we want to have. Fortunately the scope and scale of the debate is changing slowly; more fundamental questions are asked and more people get involved. If you want to participate in this debate, on September 2oth there is a large conference Geld voor de Toekomst at the Erasmus University (Rotterdam). I think it will be an interesting day.

Presentation3

Roel’s zelfportretten

thepaintermexico-80x80cmcm

Een blog schrijven over de kunst van mijn broertje Roel. Lastig vind ik het. Ik ken zijn werk en zijn denken goed, wellicht te goed. Momenteel heeft hij een solo expositie in de Kers Gallery in Amsterdam en over 3 weken vertrekt hij naar Praag voor een vervolgopleiding. De afgelopen vier jaar hebben Roel en ik vlakbij elkaar gewoond, geregeld hebben wij samengewerkt, vaak samen gegeten en ontelbare uren gediscussieerd over vele facetten van het bestaan. De betekenis van kunst in het algemeen, van zijn kunst in het bijzonder, de gang van zaken in de kunstwereld, het verkopen van kunst en ‘hoe verder?’ waren vaak terugkerende onderwerpen.

Jaren achter elkaar heeft hij zichzelf geschilderd. Een narcistisch trekje? De ultieme vorm van zelfonderzoek? Of een verslaving? Dag in dag uit naar jezelf kijken, jezelf weergeven, jezelf afvragen ‘wie en wat ben ik?’, altijd maar blijven zoeken naar nieuwe manieren om deze vraag te beantwoorden en het antwoord op een doek te krijgen. Jezelf steeds verder verdiepen in de geschiedenis van schilderkunst, de werken van andere schilders, zodat je langzaam zelf opgaat in deze schilderkunst. Honderden, zo niet duizenden zelfportretten heeft Roel inmiddels gemaakt. Verschillende formaten, stijlen, sferen, technieken, composities, materialen, verwijzingen, etc.  Zijn werk is direct. Hij schildert de schilder en ontwijkt daarmee de lastige vraag ‘is niet ieder kunstwerk een soort portret van de kunstenaar?’ Een zelfportret beantwoordt deze vraag direct.

Met verbazing en een bepaalde vorm van respect ben ik de afgelopen jaren getuige geweest van zijn groeiende oeuvre. Verbaasd door zijn energie – soms kan ik bijna niet geloven dat hij schilderen echt zo interessant vind; verbaasd over de oneindige creatitiet die er schijnt te zijn – in hem, maar ik denk in ons allemaal; verbaasd ook over het proces na het schilderen – hoe moeilijk het is om kunst te verkopen. Over dit laatste probleem, het aan de man brengen van kunst, hebben we vaak gesproken. Wat is een goede strategie? Waar vind je verzamelaars en kunstkenners? Moet de prijs naar beneden? Of juist omhoog? Is een korting bij meerdere aankopen verstandig of juist niet? Is directe verkoop aan verzamelaars beter? Of toch via een galerie? Voor de expositie in de Kers Gallery hebben we een nieuw verkoopsysteem bedacht. Op drie manieren kan er worden geboden:

20140823_201439_resized

Iemand heeft inmiddels al een transport naar Praag geboden in ruil voor een zelfportret. Iemand anders een muur op een kunstbeurs.

Wat ons ook vaak heeft verbaasd is het feit dat kunst zo vaak wordt afgezonderd van het echte leven en dat de kunstwereld eigenlijk helemaal niet creatief is als het gaat om kunst in de wereld zetten. In de beschermde omgeving van een galerie of een museum hangen de mooiste kunstwerken, maar ons dagelijks bestaan, het echte leven, lijkt in toenemende mate gedomineerd te worden door efficiency, financiele rekensommen, rationele levensvisies, standaardisatie, IKEA kasten en H&M kleding. Kunst lijkt compleet afgezonderd van ons leven te zijn. Deze quote van de Franse filosoof Foucault past bij deze verbazing:

“What strikes me is the fact that in our society, art has become something which is related only to objects and not to individuals, or to life. That art is something which is specialized or which is done by experts who are artists. But couldn’t everyone’s life become a work of art? Why should the lamp or the house be an art object, but not our life?”

Ik hoop dat Roel in Praag zijn kunst meer in het dagelijks leven, in zijn dagelijks leven, in het Praagse dagelijkse leven, weet te krijgen. Dat zal niet makkelijk zijn, maar een poging is de moeite waard. Mocht u nog naar de Kers Gallery willen gaan dan kan dat tot 7 september 2014 (Don | 14.00 -1700 Vrij & Za | 10.00 -17.00).

zelfportret-20121