Requiem For The American Dream

Afgelopen vrijdagavond was ik uitgenodigd door TransitieCinema en Duurzaam Den Haag om de documentaire Requiem For The American Dream te kijken en na afloop commentaar te geven, vragen uit de zaal te beantwoorden en deel te nemen aan groepsdiscussies. Een geslaagde avond omdat de film een ijzersterke analyse is en veel van de aanwezigen actief participeerden in de zoektocht naar oplossingen.

Centraal in Requiem For The American Dream staan interviews met Noam Chomsky. Chomksy is taalkundige, filosoof, politiek activist, en inmiddels 87 jaar oud. Door zijn ervaring en leeftijd is Requiem For The American Dream een soort getuigenverslag. Chomsky begon bijna 50 jaar geleden met aandacht vragen voor stijgende ongelijkheid en machtsconcentratie in de V.S., en heeft dit sindsdien voortdurend gedaan. Bovendien kan deze intellectueel als geen ander extreem helder analyseren en redeneren.

Chomsky benoemt “ten principles of concentration of wealth and power” waaronder het verminderen van democratie, het ontwikkelen van ideologie, het herontwerpen van de economie (van productie naar financiële markten en offshoring), het verlagen van belasting op winsten en dividenden, en het afbreken van sociale voorzieningen. Door middel van voorbeelden wordt uitgelegd hoe de achterliggende dynamiek werkt en hoe stijgende ongelijkheid en machtsconcentratie elkaar versterken. Ondanks dat Requiem For The American Dream gaat over de V.S. is de documentaire ook interessant voor Europeanen. Europa heeft zich namelijk, weliswaar in iets afgezwakte vorm, in dezelfde richting ontwikkeld.

Alhoewel Chomksy’s analyse genadeloos is, benadrukt hij ook dat “freedom om speech” nog steeds zeer groot is in de V.S. Dit is een belangrijke les. Ook in Europa leven wij nog steeds in een vrije maatschappij. Dit betekent dat indien mensen zich massaal schalen achter veranderingsvoorstellen verandering wel degelijk gerealiseerd kan worden. Dit vraagt echter wel om actieve participatie. Requiem For The American Dream toont enkele inspirerende voorbeelden uit de democratiseringsgolf van de 1950s en 1960s. Kortom, massaal kijken dus!

 

 

Een Vorm van Beschaving

Een-Vorm-van-Beschaving-herziene-versie-e1431774114771

Onlangs gaf Klaas van Egmond mij zijn boek Een vorm van beschaving (2013). Het boek is een pleidooi tegen eenzijdigheid en voor ‘het midden’. Aan de hand van filosofen, schrijvers, componisten, religies, sagen en mythen laat van Egmond zien dat de zoektocht naar ‘het midden’ al eeuwenlang centraal staat in onze beschaving. Een vorm van beschaving is zelf ook een zoektocht, een zoektocht naar “een gedeelde noemer, waarop mensen vanuit verschillende mens- en wereldbeelden elkaar toch kunnen vinden” (p35). Als antwoord ontwikkelt van Egmond in dit boek het integrale mensbeeld en het integrale wereldbeeld.

Net als Aristoteles begint van Egmond met tegenstellingen ofwel tegengestelde krachten, met name idealistisch (geestelijk) versus materialistisch (werelds) en het eigen ego (individueel) versus ‘de anderen’ (collectief) staan centraal in Een Vorm van Beschaving. De centrale thesis van van Egmond is dat overheersing van één van de tegengestelde krachten op zowel individueel niveau als op wereldniveau leidt tot rampspoed en crisis. Het het behoud van evenwicht staat daarentegen voor ‘duurzame ontwikkeling’ en beschaving. Van Egmond definieert duurzame ontwikkeling als “de continuering van wat van waarde wordt gevonden” (p150). Een gedeeld en min of meer stabiel waardepatroon is een voorwaarde om tot ‘duurzame ontwikkeling’ te komen. Van Egmond stelt dat de wereldbeelden elkaar opvolgen in een cyclische, linksom draaiende beweging:

KwadrantencirkelKlaasvanEgmond1

Belangrijkste conclusies: 1)  we vervangen voortdurend de ene fundamentalistische ideologie door de andere (fundamentalistisch religie, communisme, nazisme en nu fundamentalistisch kapitalisme); 2) we bevinden ons nu in het rechtsonder kwadrant dat wordt gekenmerkt door materialisme en individualisme. Het gevolg is decadenntie, cultureel verval en extreme eigendomsverhoudingen; en 3) we hebben een nieuwe inspiratie nodig om een volgende stap te maken. Een inspiratie zoals het Christendom dat 2000 jaar geleden was aldus van Egmond. Eigenlijk hebben we een middelpuntzoekende ethiek nodig.

Interessant is dat van Egmond rampspoed en crises koppelt aan onevenwichtige mens- en wereldbeelden. Hij geeft twee vuistregels om onevenwichtigheden op te sporen. Ten eerste, een omkering van doelen en middelen. Van Egmond geeft het voorbeeld van financiële markten: oorspronkelijk bedoeld om maatschappelijk handelen te faciliteren, tegenwoordig met name gebruikt om speculatiewinsten te maken. Ten tweede, toenemende en onbeheersbare complexiteit. Ook hier is de financiële sector met gigantische financiële instellingen en ontelbare complexe producten een goed voorbeeld. Toezicht lost in zo’n situatie niets meer op.

Van Egmond geeft tal van concrete suggesties om naar het midden te bewegen. Ik noem hier de in mijn ogen meest belangwekkende ideeën. Ten eerste wil van Egmond af van meerderheidscoalities en pleit hij voor een collegiaal kabinet om de grote vraagstukken van onze tijd op te lossen; d.w.z. net zoals in Zwitserland nemen alle gekozen partijen deel aan het kabinet. Volgens van Egmond kan op deze manier effectiever worden bestuurd, wordt de politiek minder sensatiegericht, neemt het democratisch gehalte toe, en krijgen alle burgers herkenning. Ofwel, er wordt op democratische wijze gezocht naar het gezamenlijke mens- en wereldbeeld. Daarnaast stelt van Egmond voor de economische wetenschap te baseren op het integrale mens- en wereldbeeld en niet langer op het eenzijdige beeld van de homo economicus, ofwel de rationeel handelende mens. Deze karikatuur van de mens dient te worden verlaten. Binnen de financiële sector dient volgens van Egmond de balans tussen publiek en privaat te worden hersteld en dient complexiteit te worden verminderd. Met name de privatisering van het scheppen van geld dient te worden gestopt, aldus van Egmond. Dit privilege kan worden ingericht als een publieke taak bij een vierde ‘financiële macht’. Tot slot vind ik het interessant dat van Egmond stelt dat de absolute, universele waardeclaims van religies het tot stand komen van een (grotendeels) gedeeld mens- en wereldbeeld blokkeren en dat religies daarom deze absolute waardeclaims moeten laten varen.

Concluderend, Een Vorm van Beschaving is een veelzijdig boek gebaseerd op eeuwige wijsheden. Van Egmond blaast deze oude ideeën nieuw leven in en laat zien waar mogelijkheden liggen. Het boek is daarom een aanrader voor eenieder die meer wil begrijpen van de wereld waarin wij leven en van de veranderingen die er gaande zijn.

Iedereen een kunstenaar

9200000035105843

Afgelopen woensdag gaf ik samen met Ruben Jacobs een Studium Generale lezing op de HKU over kunst, economie en taboe. Na afloop gaf Ruben aan mij zijn net uitgekomen boek Iedereen een kunstenaar. Gisteren heb ik dit beknopte essay (pocket formaat, 86 pagina’s) met een schat aan informatie meteen met plezier gelezen. Hier een korte recensie.

In Iedereen een kunstenaar analyseert Jacobs de kunstenaar in de kapitalistische maatschappij en de omarming door het kapitalisme van het ideaal van authenticiteit. Hij stelt dat expressieve autonomie een centrale waarde voor ons allemaal is geworden in wat hij het creatief kapitalisme noemt. Creativiteit is tegenwoordig een must – iedereen een kunstenaar – en de antithese tussen kunst en commercie lijkt te zijn opgeheven. Het ooit zo verafschuwde kapitalisme is omarmd door de creatieve sector.

Jacobs merkt scherp op dat authenticiteit niet langer ‘ken u zelf’ maar steeds meer ‘wordt u zelf’ betekent en stelt dat consumptie een middel tot zelfrealisatie is geworden. In de moderne consumptiemaatschappij staat niet langer de gebruikswaarde van producten centraal maar worden goederen voortdurend gebruikt om het ‘gevoel van gebrek’ te voeden. Terecht stelt Jacobs dat de creatieve industrie steeds vaker de motor is voor de continuering en uitbreiding van de consumptiesamenleving door de creatie van constant nieuwe life styles, beelden en meningen, en dat juist deze constante vergroting van behoeften en verlangens van allerlei sociale en ecologische problemen veroorzaakt. Ofwel, de overaccentuering van het ik en het ik-gevoel leidt tot een verlies van het gevoel voor samenleven en diverse concrete problemen.

Het verlangen naar authenticiteit blijkt bovendien in de praktijk lastig te bereiken door enerzijds het ‘gevoel van gebrek’ en anderzijds door een steeds grotere druk aan de productiekant. In de werkomgeving gelden tegenwoordig de mantra’s flexibiliteit, persoonlijke autonomie en creativiteit. Werk moet volgens Jacobs leuk, uitdagend en ‘betekenisvol’ zijn. Hierdoor vervaagt de grens tussen werk en privé wat leidt tot een vorm van zelfexploitatie. De druk op werknemers wordt steeds hoger en leidt zelfs tot stress, burn-outs en depressies.

Jacobs stelt dat ‘de creatieve industrie het hart en het laboratorium van het artistieke kapitalisme vormt. Hier wordt gespeeld en geëxperimenteerd met nieuwe product- en dienstvormen, netwerkconstructies, arbeidsomstandigheden. . .’ De economie zou steeds afhankelijker worden van creativiteit. Of dit waar is weet ik niet. Volgens mij zijn financialisering van de economie en de steeds groter wordende macht van multinationals belangrijkere processen, en is dit het hart van het huidige kapitalisme waar we steeds afhankelijker van worden.

Doorgaan met het lezen van “Iedereen een kunstenaar”

Expulsion

 Eergisteren heb ik het boek Expulsion van Saskia Sassen gelezen. Ondanks dat Sassen geen echte oplossingen biedt voor de verdrijvingen die ze beschrijft, vind ik Expulsion zeer sterk. Het is als een zwaar kunstwerk dat iemand gemaakt moet hebben. Een hele serie zwarte schilderijen of iets dergelijks. Zware kost, zware arbeid, maar een noodzakelijke bijdrage aan de wereld, aan onze beleving van de realiteit.

In dit meesterwerk geeft Sassen een overzicht van verschillende vormen van verdrijving, uitbanning en vernietiging die vanaf 1980 plaatsvinden. Ze onderscheid 4 grote trends:

1) Krimpende economieën, groeiende verdrijving. Hieronder vallen onder andere stijgende ongelijkheid, groeiende schulden, hogere (jeugd)werkloosheid, meer migratie, de explosie van het aantal huisuitzettingen wegens betalingsproblemen, de toename van het aantal vluchtelingen en het aantal mensen in gevangenissen. Sassen laat met een enorme hoeveelheid data zien dat vanaf 1980 steeds meer mensen in toenemende mate uit de wereldeconomie worden weggedrukt. Dit komt volgens haar omdat sinds 1980 het beleid van nationale overheden en instituten als de Wereldbank, het IMF, ECB niet langer gericht is geweest op het verspreiden van welvaart, maar gericht is geweest op het vergroten van markten en het faciliteren van bedrijfswinsten.

2) De nieuwe wereldmarkt voor land. Hieronder valt het opkopen van lokaal land door buitenlandse overheden en bedrijven. Tussen 2006 en 2011 is er naar schatting meer dan 200 miljoen hectare door buitenlanders overgenomen, met name in Africa, maar ook in Zuid-Amerika, Europa en Azië. Kopers komen uit alle windstreken en het gekochte land wordt grotendeels gebruikt voor bio-brandstoffen. De afgelopen 10 jaar worden lokale economieën, kleine boeren en hun tradities, florerende flora en fauna dus in hoog tempo vervangen door grootschalige plantages. Sassen wijst ook hier de herstructeringsprogramma’s van het IMF en de Wereldbank, en de WTO regels, aan als (onbedoelde) oorzaak; schulden, privatisering en vrijhandel verzwakken nationale overheden en maken overnames door buitenlands wel heel erg makkelijk, en soms zelfs noodzakelijk (bij hoge schulden). Ze vraagt zich terecht af wat burgerschap nog betekent indien land zo gemakkelijk verkocht kan worden.

3) Finance en zijn mogelijkheden. Hieronder valt de explosie van financiële activa ten opzichte van het BBP. Een voorbeeld is de explosie van de derivatenmarkt tot $1 biljard (een 1 met 15 nullen!). Sassen legt helder uit hoe het financialiseren van schulden verschilt van traditioneel bankieren, en wat voor gevolgen dit heeft gehad. Risico’s en beloning zijn totaal uit elkaar gegroeid. Een indirect gevolg is de enorme toename van het aantal huisuitzettingen. Tientallen miljoenen mensen hebben de afgelopen jaren hun huis verloren omdat ze niet langer aan hypotheekverplichtingen konden voldoen. Pijnlijk is de constatering dat bestaande internationale afspraken en nationale wetten onvoldoende zijn om de huidige excessen aan te pakken. Terecht stelt Sassen dat finance niet per definitie slecht is; financieel kapitaal dient te worden ingezet voor grootschalige investeringen in het algemeen welzijn, het vergroenen van de economie en dergelijke. Dit leidt tot een distributie van welvaart en welzijn. Financieel kapitaal inzetten om meer financieel kapitaal te krijgen leidt enkel tot concentratie van rijkdom en macht.

4) Dood land, dood water. In dit stuk geeft Sassen een overzicht van verschillende vormen van grootschalige destructie zoals industriële vervuiling, verzuring van oceaanwater en loodvergiftiging. Ze noemt al deze dode stukken aardbol “holes in the tissue of the biosphere”. In detail worden verschillende dode stukken aarde en oceaan beschreven. De meest bizarre vind ik Mountaintop Removal Mining. Ik had er nog nooit van gehoord, maar het ziet er zo uit:

mtr_2

Al met al is het een gruwelijk overzicht. Sassen vat samen:

“Too many citizens and too much of the biosphere is used and abused without regard to their health or prosperity.”

Een schuldige aanwijzen is lastig. Sassen stelt dat de onderdrukker vandaag de dag een complex systeem is dat personen, netwerken en machines combineert zonder echt een centrum te hebben. Deze complexiteit maakt het moeilijk iemand verantwoordelijk te houden. Sassen hekelt voornamelijk de focus van onze instituten op het dienen van ‘corporate economic growth’. Dit is volgens haar de logica die vanaf 1980 geldt. In toenemende mate hebben grote bedrijven zich, met de hulp van nationale overheden en andere internationale instituten als het IMF, de Wereldbank en de WTO, kunnen ontworstelen aan het lokale publieke belang om zich puur vervolgens puur te focussen op winst. Tijdens het Keynisianisme was er sprake van incorporation, vanaf 1980 van expulsion. Sassen concludeert met een interessante vraag en een sterke oproep:

“What are the spaces of the expelled? They are invisible to the standard measures of our modern states and economies. But they should be made conceptually visible. When dynamics of expulsion proliferate, whether in the shape of the shrunken economy of Greece, the predatory elites of Angola, or the growth of the long-term unemployed or the incarcerated in for-profit prisons in the United States, the space of the expelled expands and becomes increasingly differentiated. It is not simply a dark hole. It is present. Also the spaces of the expelled need to be conceptualized. I make a similar argument about the proliferation of stretches of dead land and dead water due to toxic modes of development. These are also present. Thus, in a conceptual move aimed at making dead land present, I argue it should be conceived of as an informal jurisdiction. More generally, the spaces of the expelled cry out for our conceptual recognition. They are many, they are growing, and they are diversifying. They are conceptually subterranean conditions that need to be brought aboveground. They are, potentially, the new spaces for making – making local economies, new histories, and new modes of membership.”

Een prachtige quote om dit sterke boek mee af te sluiten.

Geld en (on)waarheid

bank_of_england_logo_8313

Vorige week publiceerde de Bank of England (BoE) twee documenten over het geldsysteem: Money in the modern economy en Money creation in the modern economy. Bij mijn weten heeft geen enkele centrale bank wereldwijd eerder in zulke heldere taal het huidige geldsysteem uitgelegd. Opmerkelijk is dat nu ook de BoE stelt dat economische studieboeken vaak een verkeerde uitleg geven van het geldsysteem in het algemeen en geldcreatie in het bijzonder. Twee quotes:

“This article explains how, rather than banks lending out deposits that are placed with them, the act of lending creates deposits — the reverse of the sequence typically described in textbooks.”

En:

“The reality of how money is created today differs from the description found in some economics textbooks: 

* Rather than banks receiving deposits when households save and then lending them out, bank lending creates deposits.

* In normal times,the central bank does not fix the amount of money in circulation, nor is central bank money ‘multiplied up’ into more loans and deposits.”

De waarheid wordt dus vaak verdraaid door economen. Ook in Nederland. Zo legt Wim Boonstra, bijzonder hoogleraar Economische en Monetaire Politiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam en hoofdeconoom van de Rabobank, in zijn vorig jaar verschenen boekje Geld speelt (G)een rol. Over de waarde, schepping en vernietiging van geld het geldscheppingsproces uit aan de hand van de geldmultiplicator (die dus niet bestaat); en blijven de economen verenigd in het Sustainable Finance Lab keer op keer stellen dat “banken bemiddelen tussen spaarders en kredietnemers”. Zie bijvoorbeeld hun inbreng voor de Commissie Structuur Nederlandse Banken. Nog steeds willen zij niet accepteren dat banken primair geldscheppende instellingen, en dus geen intermediair, zijn.

Naar aanleiding van de BoE openbaring publiceerde David Graeber, auteur van Schuld: de eerste 5.000 jaar, twee dagen geleden in de Guardian het nu al legendarische artikel The thruth is out: money is just an IOU, and the banks are running it. Hij eindigt met:

“Historically, the Bank of England has tended to be a bellwether, staking out seeming radical positions that ultimately become new orthodoxies. If that’s what’s happening here, we might soon be in a position to learn if Henry Ford was right.”

Voor degene die Ford’s fameuze quote niet kennen:

“It is well enough that people of the nation do not understand our banking and monetary system, for if they did, I believe there would be a revolution before tomorrow morning.”

Een revolutie is wellicht niet nodig. Waarheid daarentegen wel. En precies daarom is het spijtig te constateren dat de diverse Nederlandse economen de waarheid omtrent de werking van geld blijven verhullen en dat de Nederlansche Bank ervoor kiest om te zwijgen. Pas als we begrijpen hoe het werkt in de praktijk, kunnen we zinvolle alternatieven ontwikkelen en de juiste hervormingen doorvoeren. Een radicale verandering in het denken over geld is hiervoor nodig. Dus wellicht toch een revolutie…

Not Business As Usual

Not Business As Usual is a brand new documentary that challenges the status quo of how corporations operate by showcasing “conscious capitalism”.  The successful stories of different entrepreneurs highlight the central message of the documentary; that businesses don’t have to compromise profit in order to create valuable social impact. So, we have to go beyond maximizing shareholder value to add value to the world we live in.

A large part of the documentary is about B corporations (or benefit corporations). This is a new legal corporate form in the United States designed for for-profit entities that want to consider society and the environment in addition to profit in their decision making process. These B corporations differ from traditional corporations in regards to their purpose, accountability and transparency. It’s a new and very promising business philosophy. In the UK and Germany are similar developments: Community Interest Company, Gemeinnützige GmbH and Gemeinnützige Kapitalgesellschaft are new corporate forms. The documentary ends, surprisingly enough, with a quote of neoliberal economist Milton Friedman (1912 – 2006):

“What does it mean to say that “business” has responsibilities? Only people can have responsibilities.” 

Maybe, we just misunderstood Friedman…