Zelfonderzoek

Portret MJvdL

Bovenstaand een portret van mij geschilderd door mijn broertje Roel van der Linden. Dit is een zijweg in zijn oeuvre van zelfportretten. Roel heeft al honderden, zo niet duizenden zelfportretten geschilderd. Zelfportretten zijn een instrument voor zelfonderzoek; zij bieden de mogelijkheid objectief naar jezelf te kijken.

Roel kijkt al jaren naar zichzelf, niet per se in de letterlijke zin, hij onderzoekt zijn motieven. Hij vraagt zich af waarom hij doet. In zijn geval schilderen. Hij vraagt zich dus af waarom hij schildert. Hij schreef onlangs:

“Hoe meer ik bezig ben met schilderen, hoe meer schilder ik word, hoe meer ik mijzelf ga vereenzelvigen met de schilderkunst. Al kan ik puur theoretisch niet meer of minder schilder zijn, ik ben me in ieder geval meer bewust dat ik schilder en wat dat betekent. Door het observeren van mezelf ten opzichte van de schilderkunst kan ik een voorlopige conclusie trekken; ik schilder uiteindelijk zonder reden; ik schilder om het schilderen. Maar er zijn wel natuurlijke noodzakelijkheden: ik wil/moet gezien worden om te kunnen overleven, om mezelf en mijn schilderijen te kunnen voortplanten. Er lijkt dus een soort biologische noodzaak (doel) te bestaan: voortplanting. In feite is dit logisch, mijn schilderijen komen voort uit de schilderkunst en ik wil op mijn beurt de schilderkunst beïnvloeden met mijn schilderijen, daaruit volgt de voortplanting van de schilderijen. De kans mezelf voort te planten wordt ook vergroot door een toenemende macht van mijn schilderijen en de daarbij behorende toename van macht voor de schilder. Meer macht betekent meer voortplantingskansen. Waarom dat uiteindelijk allemaal is, is een raadsel en niet te begrijpen, er lijkt geen doel te zijn anders dan ‘bestaan’. Dit geldt voor zowel de schilderijen als voor de schilder. Het doel van het leven is het leven zelf. Dit alles schilder ik, inclusief twijfels.”

Roel zelfportret

Schilderen lijkt op filosofie. Socrates zijn lijfspreuk was “γνῶθι σεαυτόν”. Ofwel “ken uzelf”. Ruim 2400 jaar geleden spoorde hij zijn stadgenoten aan tot zelfonderzoek en moedigde hij hen aan tot het verbeteren van hun innerlijk. Socrates bleef hen bestoken met vragen om hen hun eigen onwetendheid te laten inzien. Hij stelde:

“Een niet onderzocht leven is niet de moeite waard geleefd te worden.”

Ook in onze tijd is zelfonderzoek nodig. Door zelfonderzoek leren we dat we onszelf nooit helemaal kunnen kennen. Wijzelf en onze omgeving veranderen namelijk constant. Ik denk dat juist door jezelf te schilderen of te tekenen en over het ‘ik’ te filosoferen, een mens zichzelf kan overstijgen. Juist door een zelfportret kan de eenheid van het leven duidelijk worden. Juist door zelfanalyse blijkt dat het ‘ik’ een deel van het geheel is. Juist door zelfonderzoek kom je erachter dat je niet het middelpunt van de wereld bent, maar een onderdeel. Kortom, laten we onszelf onderzoeken en onszelf vooral niet te serieus nemen. Pas dan verandert ons wereldbeeld en daarmee de wereld…

Geld ≠ Doel

Geld is een middel en geld is geen doel. Dat klinkt heel logisch. Het blijkt in de praktijk echter heel lastig onderscheid te maken tussen geld als middel en geld als doel. Iedereen weet dat de belangrijkste zaken in het leven niet te koop zijn en toch focussen we ons anno 2012 voortdurend op zaken als koopkracht, economische groei, winstmaximalisatie en loonsverhoging. Pas indien we ons bewust worden van wat werkelijk belangrijk is en dit gaan nastreven, kunnen we de sociale, ecologische en financiële crises oplossen. Tot die tijd zullen de crises enkel verergeren vrees ik.

Kortom, wij hebben in de eerste plaats te maken met een crisis van waarden. Een morele crisis. We weten niet meer wat belangrijk is en dus moeten we onszelf afvragen wat we zouden doen als geld geen rol zou spelen in ons leven. Wat willen we nu echt? Wat is het goede om te doen? Waar doen we dit eigenlijk allemaal voor?

Check onderstaand filmpje met lessen van filosoof Alan Watts (1915-1973)  en prachtige post moderne klassieke muziek van de Italiaan Ludovico Einaudi. Een aanrader. Neem wat tijd om te comtempleren.

Documentaire Tomorrow

Zojuist heb ik op IDFA de documentaire Tomorrow gezien. Centraal in deze documentaire staat de radicale kunstenaarsgroep Voina. Hun levenstijl en hun kunst grenzen aan criminaliteit. Meerdere keren zijn zij opgepakt, maar hun kunst is grensverleggend. Ze laten op verschillende manieren zien dat de Russische politie niet onaantastbaar is. Ze zetten de politie letterlijk op zijn kop. Check.

En dit kunstwerk maakte Voina tegenover het KGB-hoofkantoor. Baanbrekend?

Jazeker, volgens sommigen wel. Voor deze penis heeft Voina een Russische innovatieprijs gekregen. Paul Gaugin zei ooit:

“Kunst is namaak of revolutionair.”

Dat klopt. Kunstwerken als deze had ik nog nooit gezien. En Tomorrow is ondanks dat de productiekosten maar 2000 euro waren een aanrader. Het zet aan tot denken. Het is kunst, omdat grenzen worden verlegd. Check Tomorrow als je de kans hebt.

De kunst overwint

Gisteren schreef ik een blog waarin ik mijzelf afvroeg of de hedendaagse kunst verdwijnt indien het geloof in de markt en het geld sterft. Ik denk van niet. De kunst zal zich revancheren en in het tijdperk na het marktimperialisme in het dagelijks leven worden geïntegreerd. Indien de kunst de ketens van het geld van zichzelf af weet te werpen zal zij bloeien als nooit te voren en op veel meer plaatsen opduiken. Deze quote van Michel Foucault uit een interview met Paul Rabinov (1984) beschrijft waar de kansen liggen:

“Wat mij opvalt, is dat kunst in onze samenleving iets geworden is wat met voorwerpen te maken heeft, en niet met mensen of met het leven. Kunst is een specialiteit van experts die men kunstenaars noemt. Maar waarom zou niet iedereen een kunstwerk van zijn leven kunnen maken? Waarom is die lamp, dit huis wel een kunstwerk en mijn leven niet?”

Laten we onze inspiratie vinden in Foucault en van onze levens kunstwerken maken. Laten we de grauwe tijd van kille cijfers, business cases, cash flows en renteverplichtingen achter ons laten. Laten we deze kans omarmen. Laten we kunst toepassen op onze levens. In Essais (1580) schrijft Michel de Montaigne;

“Mon métier et mon art c’est vivre.”

Ofwel, leven is mijn ambacht en mijn kunst. Wat een magnifieke les. Bedankt Michel.

Verdwijnt de kunst?

Er woedt een storm. Hedendaagse kunst is niet langer cool. Geld heeft de kunstwereld verneukt. De kritiek zwelt aan. De grote vraag ‘waarom kunst?’ duikt weer op. Jacob Willer schrijft in Standpoint:

” The aesthetic of superficiality, of shallow shiny rich, is dead and rotting. Now art seems ugly because it is expensive; before, it seemed beautiful, or at least fascinating, because expensive. Vulgarity is vulgar again! So much so that even Charles Saatchi uses the word.” 

Willer doelt op een artikel van Saatchi in de Guardian:

“Being an art buyer these days is comprehensively and indisputably vulgar. It is the sport of the Eurotrashy, Hedge-fundy, Hamptonites; of trendy oligarchs and oiligarchs; and of art dealers with masturbatory levels of self-regard.”

Ik bezoek zelf regelmatig openingen van galeries en het is ook mij inmiddels duidelijk dat groot geld heerst en kritisch vermogen doorgaans afwezig is. Er hangt vaak eenzelfde politiek correcte sfeer als op een ING-bedrijfsborrel. Dit is niet vreemd aangezien kapitaalkrachtigen tegenwoordig grotendeels bepalen wat er in galeries en musea te zien is. Hier gaat wat fout. Door ons geloof in markten en marktprijzen, zijn we de afgelopen decennia gaan geloven dat des te duurder een kunstwerk is, des te beter het is. Ons geloof in markten is begin 21ste eeuw zo sterk dat we het overal op toepassen en dus ook op kunst: zelfs esthetische kwaliteiten kan de mark perfect herkennen en waarderen. Doordat rijke “verzamelaars” steeds grotere bedragen uitgegeven hebben aan hedendaagse kunstwerken leek hedendaagse kunst belangrijk. De keuze welke kunst duur werd, en daardoor gewild, lag in feite in hun handen van deze “verzamelaars”.

In de documentaire The Mona Lisa Curse (zie onder) legt de onlangs overleden kunstcriticus Robert Hughes uit hoe kunst tijdens zijn leven van betekenis is beroofd. Steeds meer is kunst de afgelopen 50 jaar vercommercialiseerd, gekocht, opgeslagen en verhandeld. Steeds meer is kunst een massaconsumptie-product geworden. Steeds meer zijn marketing en reclame doorslaggevend voor succes. Steeds meer draait kunst om roem en geld. Art as commodity heeft het overgenomen van Art as art. De focus is verschoven van het esthetische naar het geld. Nu wordt kunst voornamelijk gezien als investering en hiermee is de kritische onafhankelijkheid verloren gegaan. De kunstwereld heeft zijn kritische oog gesloten. Alleen de prijs telt nog.

De kritiek van Hughes op kunstenaars als Hirst en Warhol, en rijke verzamelaars is genadeloos: It’s a comedy.  Het gaat enkel nog om de waarde, niet om schoonheid en het verdiepen van onze intelligentie en onze gevoelens. De prijs is een onderdeel van de functie van kunst geworden. Kunst is nu onderdeel van dezelfde ziekte en dus niet langer in staat ons iets te leren. Hughes stelt zelfs dat de kunstwerken de afgelopen 50 jaar niet doorslaggevend zijn geweest, maar de vercommercialisering. Hij vraagt zich hardop af waarom we nog kunst zouden willen hebben, indien kunst ons niets kan vertellen over de wereld waarin we leven. Volgens hem sterft de kunst of de grote vragen moeten beantwoord worden: Wat doet kunst? Is wat het doet eigenlijk de moeite waard? Waarom kunst? Deze vragen zijn ten onrechte als beantwoord beschouwd.

Ik denk dat het geloof in markten en geld de komende decennia zal sterven, de grote vraag is of hiermee ook de hedendaagse kunst verdwijnt.

Design beyond fantasy

Vanmorgen (zondag 4 november) heb ik de Premsela lezing 2012 van Gunter Pauli bijgewoond. Pauli is opmerkelijke man met vernieuwende ideeën en scherpe oneliners. Hij is duurzaam ondernemer, directeur van Zeri en grondlegger van the blue economy. Zijn leven bestaat uit het verleggen van grenzen en het laten zien dat het anders kan. Zijn belangrijkste quotes:

Design beyond vision! Design beyond fantasy! Go beyond the obvious! Do it better! And, if it’s possible do it now!

 Aan de hand van tal van praktische voorbeelden uit zijn eigen leven laat Pauli zien dat de menselijke capaciteit om te leren en te innoveren ongelimiteerd is. Zo kun je vissen kweken zonder voer, champignons verbouwen op koffieprut en bamboehuizen bouwen voor $950. Al deze innovaties vallen onder the blue economy. Het blauwe business model gaat niet uit van schaarste, maar van “overvloed met datgene wat we hebben”.

Gepassioneerd leg Pauli uit dat we moeten dansen met de aarde; wij moeten meebewegen met de natuurkrachten. Indien wij dit niet doen raken wij in de problemen. De belangrijkste eigenschappen die wij ons moeten toe-eigenen om te kunnen dansen met de aarde zijn: academische intelligentie, emotionele intelligentie, creativiteit, verbinden en de bekwaamheid om te implementeren. Telkens weer benadrukt Pauli het belang van het realiseren van ideeën. Er is zelfs volgens hem zelfs een hele generatie van ondernemers nodig.

Pauli daagt iedereen uit naar de fysieke wereld te kijken en te zoeken naar kansen. De aarde heeft voldoende hulpbronnen, wij moeten deze alleen veel slimmer inzetten. Volgens Pauli kunnen wij innoveren indien wij buiten bestaande kaders durven te denken. Wij hebben niet alleen nieuwe producten nodig, maar ook nieuwe processen, business modellen, systemen en zelfs nieuwe manieren van leren. Het is duidelijk dat opnieuw ontwerpen gepaard gaan met risico’s. Hier moeten wij niet bang voor zijn, wij moeten deze risico’s juist omarmen. Pauli stelt:

 “If you have a problem, look for more problems and solve them all.” 

De huidige focus op cash flows laat volgens Pauli geen fantasie toe; het maakt ons blind, kortzichtig, voorspelbaar en risicomijdend. Wij moeten voorbij dit soort dogma’s en ons afvragen wat ons doel is: is ons doel cash flows genereren of gezond en gelukkig zijn?

Wat ik sterk vind van Pauli is dat hij zich focust op de reële economie en stelt dat wij slimmer moeten en kunnen worden. Hij praat niet over concepten als economische groei, maar stelt terecht dat mensen moeten leven in overeenstemming met de draagkracht van ecosystemen. Hij spoort mensen aan te leren ontwerpen met materialen die voor altijd getransformeerd kunnen worden en dus niet langer te ontwerpen met materialen die na een keer op zijn zoals olie en gas. De moeilijkheid van Pauli’s verhaal zit in de relatie met het huidige financieel-economisch systeem. Zijn drang om nu iets te doen en zijn wens aan te sluiten op de biocapaciteit botsen met dit systeem. Naar mijn mening zijn rekenmethodes als Net Present Value en Return on Investment onduurzame rekenmethodes; zij verheffen de korte termijn voortdurend boven de lange termijn. Mijn grote vraag is dan ook of we niet eerst ons financieel-economisch systeem moeten omvormen tot een monetair ecosysteem voordat we werkelijk duurzaam kunnen worden. Maar ook voor het financieel-economisch systeem gelden Pauli’s woorden:

Design beyond vision! Design beyond fantasy! Go beyond the obvious! Do it better! And, if it’s possible do it now!

De Nederlandse televisie

The Chomsky-Foucault debate vond in 1971 plaats. Waar? In Nederland. Op de Nederlandse televisie werd het uitgezonden. Het is een debat waarin de kunst van het spreken wordt beoefend. Beide heren betogen vanuit een verschillende gezichtspunt over de menselijke natuur. Ik raad het iedereen aan om te kijken. Deze blog wil ik echter niet aan de inhoud van dit debat wijden, maar aan het verschil tussen televisie nu en in 1971. Naar mijn mening komt de hedendaagse televisie niet in de buurt van dit niveau; het lijkt erop dat ons intellectuele vermogen de afgelopen 41 jaar is gedaald. Het is alsof wij minder slim, minder wijs, minder intelligent zijn geworden. Met pijn en moeite kan ik Chomsky en Foucault volgen… En dit is niet vreemd als ik er even over nadenk. Anno 2012 worden ons non-stop programma’s als de DWDD, Pauw&Witteman, Shownieuws en RTL Boulevard voorgeschoteld. Allemaal vluchtige programma’s waar moeilijke en complexe vraagstukken worden ontweken en korte antwoorden met eenvoudige woorden verplicht zijn. En omdat wij steeds meer uren naar dit soort televisieprogramma’s kijken, dreigt ons intellectueel vermogen nog verder te dalen. Het is een vicieuze cirkel. Het is zaak deze cirkel om te draaien, maar daarvoor moeten we de oorzaak begrijpen. Is de oorzaak vercommercialisering? Geld? Nihilisme? Of de wil van de massa? Het zou goed zijn hierover met elkaar van gedachten te wisselen. Wat denkt u?