Briljant theater: Casino Royale

20150708_173625_resized_1

Vanmiddag bezocht ik het theaterstuk Casino Royale op de Parade. In één woord briljant. Suver Nuver haalt echt alles uit de kast. Peer van den Berg, Dette Glashouwer en Henk Zwart zetten humor, intellect, ranzigheid en bizarre fratsen in om onze financiële moraal en het huidige financiële stelsel uit te beelden. Ze worden daarbij geassisteerd door drie spelers van het volksoperahuis. De ondertitel van Casino Royale is veelzeggend: “Je weet dat je belazerd wordt, maar het is heerlijk”.

Ik heb Dette de afgelopen jaren vrij goed leren kennen en weet hoe hard zij heeft gestudeerd om geld, banken en economie te begrijpen. Het resultaat mag er zijn. Haar vorige stukken waren goed, Casino Royale is mijn ziens echter een volgende stap. Het stuk is inhoudelijk messcherp, radicaal, obsceen, confronterend en vol humor. De foto’s spreken denk ik voor zich. Kortom, gaat allen kijken op de Parade (Den Haag 6 t/m 9 juli, Utrecht 17 t/m 20 juli en Amsterdam 19 t/m 23 augustus). Dit mag u niet missen.

20150708_173355_resized_1

20150708_172924_resized_1

20150708_173109_resized_1

Advertenties

Kapitalisme 3.0

9200000044666999

Een paar maanden geleden ontmoette ik Herman Gels voor de eerste keer. Sindsdien hebben we een aantal keer van gedachten gewisseld over geld, bankieren en economisch denken. Deze blog gaat over zijn nieuwe boek getiteld Kapitalisme 3.0: voor een menswaardiger samenleving. In dit toegankelijk geschreven boek pleit hij voor radicale verandering en spoort hij ondernemers aan zelf in actie te komen, en niet (langer) te achten op de politiek, de banken en de wetenschap. Het boek is te koop via Van Stockum internetboekhandel en bol.com; de pfd is gratis beschikbaar.

“Bij structurele onevenwichtigheden moeten we”, volgens Gels, “niet de economische verschijnselen zelf, maar primair onze eigen ideeën en opvattingen herzien” (p131). In dit boek onderzoekt Gels onze opvattingen over neoklassiek economisch denken, markten en geld. Hij uit met name fundamentele kritiek op het huidige marktfundamentalisme. Zijn kritiek is grotendeels gebaseerd op het werk van George Soros. Deze belegger en filantroop heeft onder andere gesteld dat “een van de ernstige tekortkomingen van het mondiale kapitalistische stelsel is dat het marktmechanisme het profijtbeginsel heeft laten doordringen tot terreinen waar het eigenlijk niet thuishoort” (geciteerd in Gels 2015: 206).

Zowel Soros als Gels stellen dat het huidige marktfundamentalisme naïef en onlogisch is, en dat monetaire waarden geen adequate basis vormen voor sociale cohesie. We moeten dus op zoek naar een nieuwe basis. Gels vindt deze basis bij de werken van Rudolf Steiner (1861-1925) en diens sociale driegeleding. Het centrale vertrekpunt van deze maatschappijvisie is een scheiding van het geestesleven, het rechtsleven en het economisch leven. Deze drie gebieden dienen vervolgens gebaseerd te worden op verschillende beginselen. Volgens Steiner en Gels hoort het vrijheidsbeginsel thuis in het geestes- of culturele leven; het gelijkwaardigheidsbeginsel in het rechts- of sociale leven; en het broederlijkheidsbeginsel in het economische of materiële leven. Deze driegeleding met bijbehorende beginselen is de basis van de door Gels aangedragen oplossing.

Vervolgens stelt Geld dat geld veel meer is dan een ruilmiddel. Geld is “een vorm van levensenergie voor het sociale organisme” (p141). Geld moet circuleren binnen en tussen de verschillende gebieden van de maatschappij, en dient te metamorfoseren van kopen, via lenen, in schenken. Om een menswaardiger samenleving te bereiken, dienen we, volgens Gels, inzicht te krijgen in geldstromen. Op deze manier kunnen we evenwicht en gezondheid van het sociale organisme bevorderen of zelfs herstellen.

Na dit politieke en macro economische verhaal, richt Gels zich (in mijn ogen wat plots) tot ondernemers. Zij kunnen verandering realiseren. Gels stelt voor om een kwalitatief ordeningsprincipe toe te voegen aan de huidige, kwantitatieve, balans en resultatenrekening. Dit zou niet alleen leiden tot een andere beeld van de financiële werkelijkheid, maar ook tot andere beslismomenten en beslissingen. Gels stelt voor een materiële deelbalans gericht op objecten en goederen, een sociale deelbalans gericht op afspraken en een culturele deelbalans gericht op ontwikkelingen te introduceren. Elke deelbalans moet afzonderlijk in evenwicht zijn. In detail legt Gels uit hoe deze deelbalansen en resultatenrekening eruit zouden kunnen zien.

Vervolgens keert Gels terug naar  politiek en macro economie, en stelt hij enkele radicale maatregelen voor. Zo oppert hij handel in BV’s, NV’s en andere rechtsvormen grondwettelijk te verbieden (p255), een maximum hoogte voor privévermogen en een maximum looptijd voor privévermogen in te voeren (p270), aandelenbeurzen inclusief flitshandel op te heffen (p270), de overgang naar één wereldvaluta te bevorderen (p271) en een behoefte inkomen te implementeren (p272). Voor de meeste van ons zullen dit (te) radicale voorstellen zijn; echter, voor degenen die op zoek zijn naar een nieuw economisch paradigma zijn het interessante openingen.

In het algemeen ben ik het met Gels eens; namelijk, een alternatief voor neoklassieke economisch denken dient ontwikkeld te worden. De mens is geen homo economicus die altijd doelbewust en rationeel in eigen belang handelt en zijn nut voortdurend probeert te maximaliseren. Pas indien we een economisch paradigma hebben dat gebaseerd is op een realistischer beeld van de mens, lijkt de volgende stap in menselijke ontwikkeling mogelijk. Kapitalisme 3.0 is een aanzet om tot een ander paradigma te komen. Ik ben het zeker niet met alle afzonderlijke voorstellen eens, maar denk wel dat Gels zijn denkbeelden meer aandacht en onderzoek verdienen. Ook ben ik zeer benieuwd of de drie deelbalansen in de praktijk werken voor ondernemers. Indien u praktijkvoorbeelden kent, hoor ik het graag.

Alles wat je moet weten over GELD

lunchlezing Geld (met SG)

De afgelopen weken heb ik bij vier studieverenigingen van de TU Delft een Studium Generale lunchlezing verzorgd over geld, krediet en bankieren. Veel positieve reacties ontvangen van studenten. In zo eenvoudig mogelijke termen heb ik geld proberen uit te leggen. Helaas kan jargon niet altijd worden vermeden. Zeker schaduwbankieren is omgeven met lastige terminologie (money market mutual funds, credit debt obligations, asset backed securities, etc). Na de zomer volgen er waarschijnlijk nog een paar lezingen op de TUD. In de tussentijd gaat mijn promotieonderzoek naar de doelen en de toekomst van geld gewoon door. Digitalisering en ICT bieden kansen geld opnieuw in te richten.

Nieuwe Drachme als uitweg voor de Griekse crisis?

newdrachme

Met John Huige schreef ik afgelopen week een artikel getiteld “Nieuwe Drachme als uitweg voor de Griekse crisis?”, reeds gepubliceerd op duurzaamnieuws.nl.

Roepen dat Griekenland uit de Euro moet is roekeloos. Het is niet solidair met de Grieken en gevaarlijk omdat de psychologische en economische effecten niet te overzien zijn. Voor de positie van de EU zou het rampzalig zijn. Bovendien is een exit verdrag technisch niet geregeld. Meer lenen en meer bezuinigen door Griekenland is echter ook geen optie. Onder het strenge regime van de trojka is veel te weinig vooruitgang geboekt. Griekenland kan geen kant op: het land is monetair failliet.

Daarmee houdt het land natuurlijk niet op te bestaan; het moet hoe dan ook verder. Hoe, is dan de hamvraag. Een Nieuwe Drachme, die een leven leidt naast de Euro, zou een uitweg kunnen bieden.

Die Nieuwe Drachme (DND) wordt dan ingevoerd als complementaire munt en als tegenwicht voor de politiek gestuurde Euro. Want waar geld in oorsprong een neutraal ruilmiddel was, wordt het nu door centrale banken gebruikt om alle aspecten van de economie en de samenleving te beïnvloeden, zoals inkomensongelijkheid en bedrijvigheid. In Europa met vooral als doel het Duitse belang te steunen.

Volgens de Griekse minister van financiën Varoufakis is onze grootste hoop een democratische centrale bank. Geld dient door en voor mensen te worden georganiseerd.

Duidelijk is dat een ander democratisch georganiseerd geldsysteem niet zomaar gerealiseerd is. Monetaire hervorming is een proces van lange adem. Een complete revolutie hoeft ook niet, kleine stapjes zijn mogelijk. De introductie van een door Grieken aangestuurd complementair geldsysteem is een goed begin.

Complementaire geldsystemen bestaan naast de officiële munt, als een (meestal) regionaal betaalmiddel. Dat geeft een inherente impuls om het geld steeds regionaal te besteden en niet weg te laten lekken naar andere gebieden of landen. Daarnaast is de creatie van geld in complementaire systemen doorgaans coöperatief geregeld en brengt het geen renteverplichtingen met zich mee.

Een van de meest omvangrijke voorbeelden op dit gebied is de Zwitserse Wirtschaftsring-Genossenschaft, kortweg WIR, die inmiddels al 80 jaar bestaat. De WIR is een coöperatief geldsysteem vooral gericht op het MKB, en was een reactie op de grote depressie in de jaren dertig van de vorige eeuw. In 1934 besloten 16 ondernemers een eigen geldsysteem te starten vanwege liquiditeitsproblemen. En met succes: inmiddels zijn er 62.000 leden waarvan 45.000 MKB’ers. Zo bestaat er naast de Franc in Zwitserland een tweede geldsysteem waarin miljarden omgaan. WIR betekent in het Duits ‘wij’.

Een complementaire munt kan de economische depressie en de humanitaire crisis in Griekenland beëindigen. De introductie van zo’n munt dient zo simpel mogelijk georganiseerd te worden en kan op verschillende manieren verlopen. De Griekse overheid coördineert de uitgifte van DND. Zij betaalt simpelweg een gedeelte van haar kosten met nieuw gecreëerde DND’s en biedt de mogelijkheid belastingen te betalingen in deze munt. Natuurlijk ligt dan het inflatiegevaar op de loer. Als teveel geld alleen consumptief en speculatief besteed wordt kunnen prijzen gaan stijgen. Wij denken dat het gevaar hiervoor beperkt kan worden door actief te bevorderen dat prijsstijgingen via ‘naming & shaming’ aan de kaak gesteld worden.

Doorgaan met het lezen van “Nieuwe Drachme als uitweg voor de Griekse crisis?”

Tegenlicht Meet Up

Afgelopen week was ik te gast bij de Tegenlicht Meet Up naar aanleiding van de uitzending Bankgeheimen van Joris Luyendijk (vanaf 22:00 tot 50:05). Andere sprekers waren Antoinette Hertsenberg (TROS Radar), Rens van Tilburg (Sustainable Finance Lab) en Joris zelf. Veel goede punten, veel goede vragen en veel ideeën. Het boek van Joris Dit kan niet waar zijn is een aanrader. Scherpe analyse en toegankelijk  geschreven. Belangrijkste lessen: er is na de crisis nauwelijks iets veranderd, het systeem zelf is verrot, en er is druk vanuit het electoraat nodig om politici te bewegen het financieel systeem in het algemeen belang in te richten. Daarom ook het burgerinitiatief Ons Geld dat tot 5 april getekend kan worden. Komt allen in actie!

De kunsten en geldcreatie

initiative

Op deze blog heb ik regelmatig over het onderwerp geldcreatie geschreven. Twee jaar geleden bijvoorbeeld in een stukje met de titel geldcreatie mainstreamen. Zeven jaar na het uitbreken van de financiële crisis is het dan eindelijk gelukt: geldcreatie is hot. Het theaterstuk Door de bank genomen van de Verleiders heeft hier een belangrijker rol ingespeeld. In dit stuk gaan de Verleiders in op de werking van banken, geldcreatie, excessen en alternatieven. Vanaf de première op 9 november 2014 loopt Door de bank genomen als een trein: de zalen zijn uitverkocht, de recensies lovend en de boodschap verspreidt zich.

Zoals wel vaker in de geschiedenis is het niet de wetenschap of de politiek, maar zijn het de kunsten die een lastig onderwerp aankaarten. De opstand in België in 1830, die uiteindelijk leidde tot de afsplitsing van Nederland, is een prachtig voorbeeld. Willem de Bruin schrijft in het Historisch Nieuwsblad: “Volgens de overlevering raakten de Belgen zo in vervoering door het duet ‘Amour sacré de la patrie’ uit de opera La Muette de Portici, dat ze op 25 augustus 1830 spontaan in opstand kwamen tegen koning Willem I. In werkelijkheid werden de gebeurtenissen die avond waarschijnlijk geregisseerd. De onrust die toen uitbrak, leidde uiteindelijk tot de afscheiding van België.” Kortom, het toneelstuk La Muette de Portici – De Stomme van Portici – was niet de hoofdoorzaak, maar speelde wel een belangrijke rol.

Begin december vorig jaar zat ik samen met George van Houts van de Verleiders, Ad Broere en Ons Geld collega Luuk de Waal Malefijt in een Amsterdams café. George vertelde dat veel bezoekers na hun theatershow verbaasd en soms zelfs boos reageren, en vaak iets willen doen om het onderwerp geldcreatie aan te kaarten en beter te begrijpen. Maar wat konden we hen aanbieden? Op deze decemberdag besloten we een burgerinitiatief op poten te zetten met als doel het onderwerp geldcreatie op de politieke agenda te krijgen en een maatschappelijk gesprek aan te wakkeren.

Op 13 januari lanceerden de Verleiders bij De Wereld Draait Door het burgerinitiatief. Door de grote drukte viel de website meteen om. Desalniettemin waren de benodigde 40.000 handtekeningen in 28 uur binnen. Inmiddels hebben ruim 81.000 mensen getekend. De afgelopen twee weken is er een hoop gebeurd. Zelf discussieerde ik met Robin Fransman over het gevoelige onderwerp monetaire hervorming op Follow the Money, en met ING-econoom Teunis Brosens op RTL-Z. Gisteren waren Ad en George te gast bij TROS Radar.

Wat mij de afgelopen weken wederom is opgevallen is dat het monetaire hervorming vaak verkeerd wordt uitgelegd. Ter introductie in dit onderwerp raad ik de korte uitleg (engels) van Mark Joób en dit artikel  (nederlands) van Edgar Wortmann aan. Ook op de website van het burgerinitiatief zijn diverse links naar goede stukken, websites en filmpjes te vinden. Tekenen kan tot en met de laatste show van de Verleiders op 31 maart.

Tot slot, ik hoop dat veel kunstenaars zich laten inspireren door de Verleiders en zich gaan bezig houden met maatschappelijke issues. De kunsten hebben de unieke positie om gevoelige onderwerpen aan te kaarten en taboes te doorbreken. Maak hier gebruik van zou ik zeggen!

Afscheid van het kapitalisme

Afscheid vh kapitalisme

In Afscheid van het kapitalisme bespreekt Egbert Tellegen de relatie tussen de gezondheid van de aarde en de huidige economische orde, het kapitalisme. Hij komt tot de conclusie dat het kapitalisme met zijn geloof aan onbegrensde mogelijkheden toe is aan vervanging. Een ecologische economie waarvan de resultaten in eerste instantie beoordeeld worden naar mate van zorgvuldig omgaan met de aarde, ofwel kwaliteit boven kwantiteit, is volgens Tellegen de oplossing. De socioloog en emeritus hoogleraar milieukunde is al minstens 50 jaar met deze problematiek bezig en dat zorgt ervoor dat dit kleine boek (145 pagina’s, pocket size) een schat aan informatie bevat, toegankelijk is en soms zelfs grappig.

In de eerste hoofdstukken bespreekt Tellegen de geschiedenis van het leven op aarde, het ontstaan van de zorg voor het milieu en de huidige gezondheid van de aarde. Als geen ander is Tellegen in staat de onstaansgeschiedenis van de huidige milieuproblematiek samen te vatten.

In hoofdstuk 5 wordt de economie besproken aan de hand van Polanyi, Heilbronner, Smith en Marx. Tellegen concludeert dat we tot op de dag van vandaag gevangen zitten in de tredmolen van het voortdurend moeten uitbreiden van productieve activiteiten om de toenemende productiviteit bij te houden en daardoor winst en werkgelegenheid veilig te stellen (p65-66). Aan de hand van Marx en Simmel legt hij uit hoe het streven naar geld leidt tot mateloosheid, want in tegenstelling tot gebruiksgoederen kent geldbezit geen grenzen. Tellegen pleit in lijn met Jeroen van den Bergh voor een minder prominente plaats voor economische groei in het overheidsbeleid. Niet groei van het BBP, maar concrete doeleinden op milieu-, sociaal en cultureel gebied dienen centraal te staan.

De meest interessante en bovendien scherp geformuleerde passage is Tellegen’s beschrijving van de economie als religie. Hij schrijft: “Ik ben agnosticus en geen atheïst. Maar één vorm van hedendaagse religie bestrijd ik wel en dat is het geloof in ‘de economie’(p78).” Als voorbeeld noemt hij de ‘plechtige manifestaties’ rondom het citeren uit ‘de heilige geschriften van het Centraal Bureau voor de Statistiek of het Centraal Planbureau’ en de daaropvolgende ‘preek van een minister of politicus waarin de heilige teksten van de overheidsbureaus van commentaar worden voorzien’. Tellegen gebruikt de term religieuze plechtigheid omdat het uitgedragen geloof (de economie) respectvol tegemoet wordt getreden en iedere kritische kanttekening bij dat geloof achterwege blijft.

Hoe verder? In hoofdstuk 6 stelt Tellegen voor het domein van ‘de economie’ drastisch te beperken. In hoofdstuk 7 doet hij enkele concrete voorstellen om dit te realiseren zoals het scheppen van kapitaal (geld) onderbrengen bij een vierde “financiële” macht en het op Europees niveau implementeren van een sociaal stelsel dat iedereen een minimum aan financiële zekerheid biedt geïmplementeerd. Op deze manier zullen kapitaal en mensen volgens Tellegen enkel in actie komen indien dit intrinsiek nut heeft en het milieu niet (al te veel) belast.

In hoofdstuk 8 betoogt Tellegen dat het zwaartepunt van milieubescherming bij ondernemers dient te liggen. Zij horen het zorgvuldig omgaan met de aarde als hun kerntaak te gaan beschouwen (p101). Het model van de arts is wat Tellegen betreft een goed voorbeeld. Artsen handelen (doorgaans) niet vanuit financiële belangen of investeerders, doen geen ingrepen in het belang van werkgelegenheid en zetten niet aan tot onnodige consumptie.

In hoofdstuk 9 verwijst Tellegen naar Max Weber’s onderscheid tussen handelen als doen, achterwege laten of dulden. De kapitalistische economie is superieur in het ‘doen’. Voor ‘dulden’ is het beeld gemengd. Enerzijds zijn allerlei (religieuze) taboes opgeruimd, anderzijds zijn mensen beroofd van vrije toegang tot natuur en bestaansmiddelen. Wat het kapitalisme niet kan, is het ‘achterwege laten’. Tellegen besluit met een pleidooi voor een cultuur van zorgvuldigheid, voor zorgvuldig professioneel handelen, waarbij de professionaliteit vóór het geld verdienen gaat. Sociaal ondernemen is hier een goed voorbeeld van.

Mijn vraag aan Tellegen is of het kapitalisme niet al ten dele ten onder is. Lang niet alle bedrijven en zelfstandige ondernemers streven winstmaximilisatie na en dit is toch een vereiste voor een kapitalistische economie. Een tweede vraag is de exacte definitie van kapitalisme. Tellegen definieert kapitalisme als een systeem waarbinnen de productie van goederen in dienst staat van vermeerdering van kapitaal ofwel van verdienen van geld ten behoeve van kapitaalbezitters (p89). Ik zou kapitalisme iets anders definiëren, namelijk als een systeem dat gebaseerd is op privé eigendom en kaptiaalaccumulatie. Het gaat zeker niet alleen om goederen, maar de afgelopen decennia voornamelijk om financiële activa, onroerend goed, etc. Dit dient allemaal te accumuleren. Een punt voor verder onderzoek is de relatie tussen Tellegen’s zorgvuldigheid en de deugdenethiek van Aristoteles. Volgens mij is er veel overlap. Aristoteles zag geld en economie als een middel tot iets anders, namelijk het goede leven, en propageerde het aanleren van deugden. De kardinale deugden zijn volgens Aristoteles moed, gematigdheid, verstandigheid en rechtvaardigheid. In hoeverre komt dit overeen met zorgvuldigheid? Tenslotte vraagt dit boek om concretisering. Hoe kunnen multinationals als Philips, ING en KPMG hun werk inrichten volgens de logica van een arts? Is dit überhaupt mogelijk? Of is er geen plek voor dit soort internationale conglomeraten in een ecologische economie?

Tellegen, Egbert (2014). Afscheid van het kapitalisme. Over de aarde en onze economische orde. Amsterdam: AUP. ISBN 9789069647856