Geld en duurzaamheid

Hieronder een recensie van mijn hand over Geld en duurzaamheid van Bernard Lietaer (ISBN 9789062245215). Onder andere gepubliceerd op globalinfo.nl.

Geld en duurzaamheid

Monetaire ecosysteem
Lietaer en zijn medeauteurs pleitten er in dit boek voor de monocultuur van op schuld gebaseerd, door rente gedreven geld te verlaten en te gaan naar een monetair ecosysteem. Ofwel het monopolie van één munt in een land dient te worden doorbroken en meerdere munten dienen naast elkaar geïmplementeerd te worden. Zolang dit niet gebeurt, zal het financieel-economisch systeem volgens de schrijvers instabiel zijn.

Geldsysteem
Dennis Meadows, bekend van roemruchte boek Limits to Growth (1972), schrijft in zijn voorwoord dat hij lang niet heeft nagedacht over het geldsysteem. Hij nam het als een neutraal en onvermijdelijk aspect van de menselijke samenleving aan. Meadows is zeker niet de enige die zo over geld denkt. De schrijvers merken op:

“Streven naar duurzaamheid zonder ons geldsysteem te herstructureren is een naïeve benadering en is gedoemd te mislukken.”

In Geld en duurzaamheid wordt aangetoond dat conventioneel geld geen gedragsmatig en passief ruilmiddel is, maar juist leidt tot onduurzaam gedrag. Meadows zegt na het lezen van dit rapport te begrijpen dat het heersende financiële systeem op vijf manieren niet verenigbaar is met duurzaamheid:

* het veroorzaakt op- en neergaande cycli in de economie;
* het produceert kortetermijndenken;
* het vereist eindeloze groei;
* het concentreert rijkdom;
* het vernietigt sociaal kapitaal.

Systemische crisis
De crisis die wij nu meemaken is geen incident. Volgens IMF-gegevens ondervonden tussen 1970 en 2010 145 landen bankencrises; tel daarbij 208 monetaire crashes en 72 crises met staatsschulden. Dat geeft een totaal van 425 systemische crisis, oftewel: gemiddeld elk jaar meer dan tien landen in crisis! De schrijvers merken terecht op dat de neiging om elke systemische crisis als een apart geval te bekijken, de gemeenschappelijke drijvers achter deze crises verdoezelt.

Monetaire blinde vlek
Wij lijden volgens Lietaer en consorten aan een monetaire ‘blinde vlek’. Deze heeft tenminste drie lagen:

*De hegemonie van het denken in één valuta’. Net als Graeber in zijn boek Schuld merken de schrijvers op dat er in het verleden diverse samenlevingen hebben bestaan die tweevoudige of mulit-muntsystemen gebruikten.

*De ideologische oorlog van ‘kapitalisme tegen communisme’. Beide vinden het gebruik van een centrale munt vanzelfsprekend.

*Een geïnstitutionaliseerde status-quo. Centrale banken blijven gehecht aan het idee dat een monopolie van een enkele nationale, op bankschuld gebaseerde munteenheid in elk land of elke landengroep moet worden afgedwongen.

Chicago Plan
Het ‘Chicago Plan‘ wordt de laatste tijd zo nu en dan geopperd als oplossing voor de crisis. Dit betekent nationalisering van de geldschepping wat diverse voordelen oplevert. De mogelijkheid van toekomstige bankcrashes kan zo worden verminderd en alle staatsschuldencrises kunnen direct worden opgelost. Toch vinden de schrijvers dit niet de beste oplossing. Een privé-monopolie wordt namelijk vervangen door een publiek monopolie. Bovendien zullen monetaire crashes blijven bestaan en vragen zij zich af of het Chicago Plan politiek haalbaar is.

Duurzaamheid
De schrijvers maken gebruik van complex flow networks om duurzaamheid te bestuderen. Als we duurzaamheid plastisch uitdrukken, zijn er in deze theorie drie variabelen betrokken: diversiteit, interconnectiviteit en de balans tussen efficiëntie tegenover veerkracht. Een monocultuur kan dus nooit stabiel zijn. Lietaer en consorten concluderen dan ook dat het monopolie van een soort geld leidt tot crises en dat diversiteit in ruilmiddelen nodig is om stabiliteit te realiseren. Zij raden een monetair ecosysteem aan, waarin andere ruilmiddelen dan bankgeld een rol spelen.

Complementair geld
Geld is, volgens de schrijvers, een overeenkomst binnen een gemeenschap om op een gestandaardiseerde manier iets te gebruiken als ruilmiddel. Naast de euro kunnen wij parallelle overeenkomsten afsluiten en complementaire munten in omloop te brengen om verschillende doelstellingen te realiseren: sociale, ecologische, maar evengoed economische. In dit rapport worden negen modellen besproken; vijf modellen die zonder toestemming van overheid kunnen worden ingevoerd en vier waar de overheid als initiatiefnemer optreedt. De Gentse Torekes om milieu- en buurtzorg te promoten en de C3 Uruguay om de nationale economie te versterken zijn bekende bestaande voorbeelden. De schrijvers benadrukken dat de overheid belangrijk is, omdat zij monetaire ecosystemen naar een hoger niveau kan brengen. De eerste en belangrijkste taak is het weghalen van de obstakels die het monopolie van een valuta beschermen, zodat gespecialiseerde ruilmiddelen ontwikkeld kunnen worden.

Conclusie
Dit rapport is een toevoeging aan de bestaande literatuur, omdat het heldere analyse van het huidige geldsysteem biedt en diverse onorthodoxe oplossingen voor de crisis geeft. Het verdient zeker meer aandacht. Meerdere munten kunnen bijdragen aan stabiliteit en door te kiezen voor andere betaalmiddelen kunnen drijfveren en gedrag veranderen in de richting van duurzaamheid en solidariteit. De grote vraag blijft echter of democratische controle over de geldschepping (het Chicago Plan) niet de allerbelangrijkste stap in dit proces is. Veel complementaire munt modellen voelen toch wat klein aan. Controle over nationale geldschepping lijkt mij cruciaal, zeker in tijden van transitie…

In het oog van de orkaan

Afgelopen woensdag kreeg ik bij de Nacht van de Nieuwe Macht het nieuwe boek van Jan Rotmans. Inmiddels heb ik het gelezen en een recensie geschreven. Deze recensie is op globalinfo.nl en duurzaamnieuws.nl verschenen en vindt u ook hieronder.

In het oog van de orkaan

In het oog van de orkaan is de titel van het nieuwe boek van Jan Rotmans. Dit boek leest ondanks wat herhalingen en een niet altijd even heldere structuur gemakkelijk weg en biedt handvatten voor de transitie naar duurzaamheid. De vele voorbeelden laten zien dat het anders kan en dat er al een groep in Nederland is die werkt vanuit andere waarden. Tevens wordt duidelijk dat de schrijver zelf radicaliseert.

Volgens Rotmans verdwijnen oude waarden en ontstaan nieuwe waarden in tijden van transitie. Op dit moment leven we in een kantelfase. Zo’n fase wordt gekenmerkt door crisis, instabiliteit, chaos en turbulentie. De huidige instabiele kantelperiode is een voorbode voor een lange periode van crises. Na de financieel-economische crises beginnen de echte ecologische crisis rondom grondstoffen, energie en klimaat. Deze stapeling van crises noemt Rotmans een zegen. Het zet de deuren open voor een radicale verandering naar een werkelijk duurzame samenleving. Crisis zijn een ideale voedingsbodem voor transities.

Veel mensen staan nu nog in het oog van de orkaan (vandaar de titel). Dit zal de komende tijd veranderen; steeds meer mensen zullen volgens Rotmans uit het oog stappen en de storm in alle hevigheid ervaren. Het komende decennium wordt een heftige periode, waarin krachten en tegenkrachten zich gaan mobiliseren. Rotmans voorspelt dat de nieuwe orde van onderop in alle hevigheid zal botsten met de bestaande orde van bovenaf. De spanningen zullen tot zeker 2020 hoog oplopen. Maar uiteindelijk zal de decentrale beweing een eigen regime gaan vormen en het pleit in zijn voordeel beslechten. Dat betekent niets minder dan een machtswisseling, en een verschuiving van de macht van de overheid naar de burger.

Rotmans heeft als hoogleraar transitiekunde vele transities bestudeerd. Dat maakt dit boek interessant. Hij geeft een aantal voorwaarden voor geslaagde transities: er moeten voldoende meekoppelende autonome trends, genoeg maatschappelijke druk op het regime, aandrang tot interne verandering en voldoende innovatieruimte zijn. Een transitie duurt circa twee generaties en verloopt beurtelings schoksgewijs en geleidelijk. In dit boek behandelt Rotmans verschillende sectoren; de gezondheidszorg, voedsel, gebiedsontwikkeling en energievoorziening. Gedegen legt hij uit waarom deze sectoren een crisis beleven. Zij conclusies zijn keihard. Ten aanzien van de zorg stelt hij:

Doorgaan met het lezen van “In het oog van de orkaan”

Economie, nu en in de toekomst

Gisteren heb ik een college over economie nu en in de toekomst gegeven aan de Academie voor Stedenbouw en Architectuur in Tilburg. Belangrijkste boodschap: Business as usual is geen optie meer. Dit is goed en slecht nieuws. Dit betekent dat we niet op de oude weg door kunnen gaan, maar moeten veranderen. The Great Transition is noodzakelijk, wenselijk en mogelijk. Steeds meer mensen zien dit in en gaan aan de slag.

Om een duurzame samenleving en circulaire economie te bereiken, moet er een hoop veranderen; we dienen onze producten, processen, business modellen, systemen en onze manier van leren te herontwerpen. Genoeg te doen dus. Ook economie, geld en eigendom zullen veranderen. Gelukkig zijn er al veel alternatieven. Zie voor meer info de sheets Economie, nu en in de toekomst.

Het Apple Dilemma

Apple staat enerzijds bekend om zijn strakke design en technologische superioriteit, anderzijds maken enkele van haar leveranciers gebruik van kinderarbeid en is Apple het meest vervuilende IT-bedrijf ter wereld. Daarnaast stamt het economische bedrijfsmodel van Apple uit de vorige eeuw; de top strijkt miljarden op en de meerderheid werkt voor een hongerloon. Kortom, de Apple producten zien er goed uit en zijn modern, maar ethisch gezien stelt het bedrijf niets voor, is het achterhaald. Dit wetende is het verbazingwekkend dat vele duurzaamheidspredikers, wereldverbeteraars en armoedebestrijders rondlopen met iphones, ipads en MacBooks. Zij leven het Apple Dilemma. Zij bepleiten een betere wereld, maar kopen producten waarvan zij weten dat zij niet voldoen. Velen prefereren hippe technologie boven ethiek.

Onlangs werd ik zelf geconfronteerd met het Apple Dilemma. Samen met twee collega’s had ik een overleg met een adjunct-directeur van de Telegraaf om meer goed nieuws in hun krant te krijgen. “Wat verstaan jullie onder goed nieuws?” vroeg de man. Wij staken een betoog af over circulaire economie, cradle-to-cradle producten, succesvolle duurzame initiatieven, complementaire munten, nieuwe business modellen, etc. De adjunct-directeur luisterde kritisch en vroeg: “Wat voor telefoon hebben jullie?” Ik pakte mijn antieke Samsung, een van mijn collega’s toonde zijn iets minder antieke Nokia en de ander liet zijn Iphone 4 zien. De Telegraaf man lachte en vroeg mijn collega of hij niet wist dat Apple kinderarbeid toepast en zeer vervuilend is. Hij had een punt. Zolang wij zelf geen andere keuzes maken, verandert er niets. Wat er in de krant staat of op televisie te zien is, heeft hier niets mee te maken. We dienen allemaal, stuk voor stuk, het Apple dilemma te overwinnen. Dit kan alleen door zelf niet verspillende en ethisch verantwoorde producten te kopen. Het is een kwestie van kiezen…

De menselijke drang naar ‘meer’

Vorige week stuurde ik alle leden van de Dutch Sustainable Growth Coalition een brief. Gisteren werd ik door een meneer van VNO-NCW gebeld die reageerde namens de DSGC. Hij vertelde mij dat meerdere CEO’s mijn brief over duurzame economische groei met interesse hebben gelezen en met elkaar over de inhoud hebben gesproken. Telefonisch hebben wij enkele dilemma’s besproken. Met name het transitiepad en de menselijke drang naar ‘meer’ zijn lastige punten. Anders gezegd, waar moeten wij beginnen? En wil de mens altijd meer?

Van gedachten wisselen over deze onderwerpen is belangrijk, omdat wij een nieuw economisch paradigma dienen te realiseren en het steeds duidelijk wordt dat het een bedrieglijk is te stellen dat ieder mens altijd meer kan krijgen op een aarde met beperkte hulpbronnen, met beperkte vierkante meters en beperkte natuurlijke regeneratiesnelheden. In mijn ogen falen democratieën op nationaal niveau momenteel, omdat politici geen ideeën kunnen opperen die mensen welvaart kosten. Zij die stellen dat er grenzen zijn worden simpelweg niet gekozen, omdat niemand deze waarheid wil horen. Het lijkt onmogelijk zowel de lange termijn van de mensheid, het algemeen belang, te beschermen als de eigen herverkiezing, het eigenbelang, te verdedigen binnen de huidige democratie en het huidige economisch paradigma.

Niet alleen politici, maar ook ik, de hedge fund manager met een bonus van 100 miljoen dollar, de advocaat met een uurloon van 1000 pond en de CEO met een inkomen van 1.000.000 euro, allemaal zijn wij gevangenen door de heersende kapitalistische geldlogica van ‘meer’. Wij moeten allemaal onmogelijke keuzes maken. CEO’s dienen een afweging te maken tussen het korte termijn voortbestaan van het bedrijf en de lange termijn van de mensheid. Bedrijven die op korte termijn niet winstgevend zijn, gaan immers failliet. De toekomst van het mensheid is daarentegen niet in geld uit te drukken en daarom moeten CEO’s blijven acteren alsof de toekomst van hun kleinkinderen waardeloos is. Ergens moeten wij de moed hebben te breken met het huidige economisch systeem. Ergens dienen wij grenzen te stellen. Ooit moeten wij kiezen voor de lange termijn en het algemeen belang. Dit realiseren steeds meer mensen zich.

Voorlopig kiezen CEO’s en politici echter voor korte termijn winsten: winstmaximalisatie en economische groei. Ik  heb geregeld het gevoel in een theater te leven waar eenieder zijn rol speelt en het systeem het script schrijft. Economische berekeningen als Return on Investment en Net Present Value waarderen vandaag structureel boven morgen en iedereen zit gevangen in deze onlogica. Op lange termijn is dit echter onmogelijk. De korte termijn kan immers niet eeuwig zwaarder tellen dan de lange termijn. Dat is eenvoudig te begrijpen, maar omdat iedereen mee moet blijven spelen dreigt een tragedy of the commons op wereldschaal.

Het zullen individuen moeten zijn die het roer omgooien, die nieuwe wegen bewandelen, ander economische modellen implementeren, duurzamere levensstijlen ontwikkelen en ‘meer’ herdefiniëren. Ieder mens – en dus ook CEO’s en politici – kan het goede voorbeeld geven door zelf te gaan streven naar bijvoorbeeld meer wijsheid, meer vrije tijd, meer vriendschappen en meer geluk. Be the change you want to see in this world. Het kan anders.

Brief aan Dutch Sustainable Growth Coalition

Geachte heren Balkenende, Polman, van Boxmeer, van Houten, Sijbesma, Büchner, Hartman, ’t Hart, Voser, Jongstra en Wientjes,

in uw brief aan de formateurs pleit u, de Dutch Sustainable Growth Coalition, voor veel zinnige zaken, toch heeft de inhoud mij verbaasd. Ik zal trachten toe te lichten waarom. U pleit in deze brief voor substantiële duurzame economische groei; ik vraag mij echter stellig af of economische groei anno 2012 überhaupt nog duurzaam kan zijn. Een constant groeiende circulaire economie is een contradictio in terminis: de hoeveelheid natuurlijke hulpbronnen op aarde is en blijft beperkt en de eerste kringloop is logischerwijs net zoveel waard als de volgende kringloop. Iets wat altijd groeit lijkt mij per definitie niet duurzaam. Ofwel, groei kan niet de maatstaf zijn om duurzaamheid – stabiliteit – te bereiken. Wij zullen dus van richting moeten veranderen. Politici in welvarende landen dienen in de 21ste eeuw niet langer economisch groei na te streven; zij moeten een veilige steady state realiseren, ecologische grenzen accepteren, werk en welvaart verdelen en welzijn vergroten.

In mijn ogen maakt u in uw pleidooi dezelfde denkfout die ook ten grondslag aan de financiële crisis ligt: door te prediken voor beleid gericht op economische groei maakt u van geld een doel, terwijl geld een middel is. Wij kunnen in Nederland beter gaan denken via een logica waarin tijd en ruimte (ofwel natuurlijke regeneratiesnelheden en natuurwetten) doorslaggevend zijn. Wij, de Nederlanders, de wereldgemeenschap, kunnen beter niet meer vissen vangen dan er geboren en volwassen worden, meer bomen kappen dan er nieuw groeien, et cetera. Het huidige geldsysteem kan deze logica niet ondersteunen, omdat zaken als Return on Investment en Net Present Value de korte termijn voortdurend belangrijker maken dan de middellange en lange termijn. Het huidige geldsysteem met zijn drang naar economische groei en financieel rendement zal ons dan ook niet bij duurzaamheid brengen. Het is hoog tijd dat wij waardesystemen en business modellen gaan ontwikkelen en implementeren die niet gebaseerd zijn op winstmaximalisatie, maar die mens- en natuurwaarden voorop stellen.

Doorgaan met het lezen van “Brief aan Dutch Sustainable Growth Coalition”

Lietaer over geld

Onderstaand een recent interview met Bernard Lietaer – een Belgische professor, schrijver en voorheen bankier bij de Belgische Centrale Bank – waarin hij diverse onderwerpen bespreekt. Begin dit jaar lunchte ik een keer met Bernard. In ons gesprek benadrukte hij dat centrale banken enkel de stabiliteit van het bestaande systeem willen garanderen. Zij zijn dus niet op zoek naar een beter systeem, terwijl dit wel nodig is.

Gisteren bij het Sustainable Finance Lab bleek hoe lastig het is voor bankiers en economische wetenschappers om out-of-the-box te denken en vernieuwend bezig te zijn. Enkel de excessen van het bestaande systeem worden besproken en bestreden. Duurzaamheid wordt geïnterpreteerd als stabiliteit, dat de relatie tussen geld en ecologie niet klopt, lijkt niet te zijn doorgedrongen tot de meeste deelnemers. Een circulaire economie is noodzakelijk, ons lineaire geldsysteem is hier niet geschikt voor (zie dit artikel meer uitleg). Dat geld binnen ons huidige geldsysteem van arm naar rijk blijft stromen door rente is al helemaal geen onderwerp bij discussies over het hervormen van de financiële sector. Het zal dus nog wel even duren voordat de financiële,  ecologische en sociale crises zijn opgelost. Veel machtsstructuren zitten nog in de weg en we zijn gewend geraakt economie puur financieel te zien terwijl ook ecologie en sociale rechtvaardigheid onderdeel zijn van economie. Lietaer geeft enkele alternatieve denkrichtingen. Geldsystemen zijn geen natuurwetten, maar kunnen door mensen worden ontworpen. Een ander geldsysteem is mogelijk!

The New American Dream

Architect en stedenbouwkundige Douglas Farr pleit voor een nieuwe American Dream. Hij stelt:

“The future is sustainability”

en

“Sustainability is local.”

De American Dream is de afgelopen decennia steeds meer een nachtmerrie geworden: het is onmogelijk voor ieder gezin om een groot huis en twee auto’s te hebben, jaarlijks tienduizenden kilometers te rijden en onbeperkt vlees te eten. De idealen van vrijheid en gelijkheid staan uiteraard niet ter discussie, het resultaat echter wel. Steeds meer, steeds groter is niet langer mogelijk. Amerikanen behoren tot de grootste overconsumeerders op de aarde en zullen – net als Europeanen – moeten kiezen voor een andere richting.

In de V.S. stonden in 2009 ongeveer 100.000.000, hiervan waren er 3.000 groen. In een halve generatie werden er slechts 3.000 groene gebouwen neergezet! Dit schiet niet op. Het moet anders. Farr stelt dat er grotere doelen gezet moeten worden. Terecht merkt hij op dat gemeentes zich momenteel doorgaans bezighouden op het niveau van spaarlampen en groene energie, terwijl het nodig is om naar huizen, huizenblokken en zelfs hele wijken te kijken. Binnen grotere systemen zijn grote voordelen te behalen. Integraal design en systeemintegratie zijn de toekomst. Muren, zonnepanelen, daken, wegen en vijvers kunnen meerdere functies vervullen.

Er moeten twee zaken veranderen voor duurzaamheid: technologie en gedrag. Volgens Farr komt 63% van de verandering door technologische vooruitgang en 37% door gedragsverandering. Hij benadrukt dat architecten, planners, beleidsmakers voor beiden verantwoordelijk zijn. Er is dus een verandering in ons gedrag, in onze cultuur, nodig. Dit kan. It is up to us. De Hopi Indianen zeggen:

“We are the ones we have been waiting for.”