Financieel analfabetisme

Gisteren was ik te gast bij het KennisCafe in de Balie waar ik in gesprek ben gegaan met Jan Luiten van Zanden (hoogleraar economische en sociale geschiedenis) en Nicole Jonker (onderzoeker bij DNB) over geld. Aan het eind van de avond trok gespreksleider Martijn van Calmthout de harde conclusie dat we met z’n allen financieel ongeletterd zijn. Dit klopt. Er zijn diverse onderzoeken die bevestigen dat we op grote schaal niet weten hoe het huidige geldsysteem werkt. Twee voorbeelden. Een onderzoek van het Cobden Centre getiteld Public Attitudes to Banking (2010) laat zien dat de de meerderheid van de Britten denkt dat geld gecreëerd wordt door de centrale bank of de overheid. En ongeveer 60% denkt dat het enige wat banken doen is geld ophalen bij spaarders en om dit geld vervolgens uit te lenen. Banken bemiddelen volgens de meerderheid tussen spaarders en leners. In de praktijk werken commerciële banken echter precies andersom: leningen creëren geld. Commerciële banken zijn geldscheppende instellingen. Economen van de ING stellen in hun recente publicatie De Geldscheppingsparadox (2014):

“In werkelijkheid leidt het verstrekken van een lening door een bank tot het ontstaan van een deposito.”

En de Bank of England stelde eerder dit jaar:

“Whenever a bank makes a loan, it simultaneously creates a matching deposit in the borrower’s bank account, thereby creating new money.”

Op een of andere manier denken we dus massaal precies het tegenovergestelde. Niet alleen gewone mensen begrijpen weinig van geldcreatie en de rol van banken, maar – tot overmaat van ramp – snappen ook politici weinig van de werking van geld. Een recente Dods poll laat zien dat slechts 12% van de Britse parlementsleden weet dat bankleningen nieuw geld creëren. 71% denkt dat de overheid al het geld schept.

Screen-Shot-2014-08-19-at-10.06.36-650x300Kortom, zeven jaar na het uitbreken van de kredietcrisis is er verrekte weinig veranderd, zowel qua kennis als qua inrichting van het systeem. Het is pijnlijk om te beseffen dat de meerderheid van onze democratisch gekozen volksvertegenwoordigers niet weet hoe het monetair systeem werkt en daardoor niet in staat is de sterk geconcentreerde financiële macht te breken. Het lijkt dus de hoogste tijd om te gaan studeren en vervolgens te debatteren over en te experimenten met andere oplossingen en geldsystemen. Indien we dit niet doen, zullen we nooit weten wat het meest optimale (ofwel het minst riskante) monetaire systeem is en blijven we gevangen in een systeem waarin ruim 95% van het geld gecreëerd wordt door commerciële banken als schuld (met rente), het falen van deze private banken leidt tot overheidsingrijpen en macht sterk geconcentreerd is. Indien we een markteconomie willen hebben, dan zullen privaat en publiek van elkaar gescheiden moeten worden. Er zijn diverse voorstellen (zoals Sovereign Money) die momenteel door bestaande machten buiten het politiek en maatschappelijk debat worden gehouden. Dit is een democratisch tekort. In een democratie hoort zo nu en dan een democratisch besluit genomen te worden wat voor soort geldsysteem en wat voor soorten geld we willen hebben – zeker indien het systeem faalt zoals nu. Financiële geletterdheid is echter een vereiste voor zo’n democratisch besluit.

Advertenties

What is money?

This week I have given three presentation about the basics of money and different monetary systems. Herewith the slides that I used at Bitcoin Wednesday at Pakhuis De Zwijger. More and more I think that we need a debate and a democratic decision about what kind of money or moneys, and what kind of monetary system we want to have. Fortunately the scope and scale of the debate is changing slowly; more fundamental questions are asked and more people get involved. If you want to participate in this debate, on September 2oth there is a large conference Geld voor de Toekomst at the Erasmus University (Rotterdam). I think it will be an interesting day.

Presentation3

Huidige geldsysteem dient maatschappelijk belang niet

Afgelopen dinsdag werd ik geïnterviewd door Paul Buitink van debitcoin.org. Goed gesprek over de voor- en nadelen van verschillende geldsystemen.

Het belangrijkst is mijn inziens dat het maatschappelijk en politiek debat wordt verbreed van praten over wat we met het bestaande geld doen naar praten wat voor soort monetair systeem en welke soorten geld we willen hebben. Internet en technologie bieden ongekende mogelijkheden om geld (onze onderlinge relaties) anders in te richten. Paul organiseert op 20 september 2014 een conferentie die het debat over geldsystemen wil aanwakkeren: Geld voor de Toekomst.

Afgelopen week zijn er ook twee goede stukken gepubliceerd over monetaire hervorming:

1) Creating a Sovereign Monetary System. Een heldere uitleg geschreven door Ben Dyson, Andrew Jackson en Graham Hodgson van Positive Money

2) The Sovereign Money Initiative in Switzerland. De sterkste samenvatting van monetaire hervorming die ik tot op heden ben tegengekomen. Geschreven door Mark Joób, een Hongaarse professor die ook werkzaam is in St. Gallen en lid is van de Zwitserse vereniging voor Monetäre Modernisierung (MoMo). In Zwitserland is MoMo bezig een referendum over het geldsysteem te organiseren.

Boekrecensie Geld: de ongeautoriseerde biografie

9789047005506-180

Macro-econoom en obligatiebelegger Felix Martin is erin geslaagd een goed leesbaar boek te schrijven over de ontstaansgeschiedenis en de werking van geld. Op een toegankelijke wijze legt hij uit wat geld is, waar de standaard economische theorie fout zit en wat er dient te veranderen in ons denken over en de inrichting van geld. Belangrijkste boodschap: Geld is geen ding, maar een systeem van kredieten dat moet worden aangestuurd in het belang van de samenleving als geheel.

Martin gebruikt de term de ongeautoriseerde biografie, omdat hij veel aandacht schenkt aan alternatieve denkers met een alternatieve kijk op geld. De kern van deze alternatieve kijk is als volgt samen te vatten. Geld is krediet; geld is dus niet enkel een ruilmiddel, maar een uit drie fundamentele elementen bestaande sociale technologie. Het eerste element is een abstracte eenheid van waarde waarin geld wordt gedenomineerd. Het tweede is een systeem van rekeningen dat de onderlinge verhoudingen van schulden en tegoeden bijhoudt als personen en bedrijven met elkaar handelen. Het derde element is de mogelijkheid dat de oorspronkelijke crediteur in een relatie de betaalverplichting van de schuldenaar aan een derde partij kan overdragen ter afbetaling van een ongerelateerde schuld. Dit derde element is van cruciaal belang. Martin legt uit dat al het geld krediet is, maar niet al het krediet geld is. Het is de mogelijkheid van overdracht die het verschil bepaalt. Een schuldbekentenis die nooit meer wordt dan een contract tussen twee personen is niets meer dan een lening. Geld is dus niet zomaar krediet: het is overdraagbaar krediet. Volgens Martin is deze innovatie – de overdraagbaarheid van kredieten – een cruciale ontwikkeling in de geschiedenis van geld. Het is juist dit aspect, en niet de progressie vanuit mythische situatie van ruilhandel die volgens Martin nooit op enigszins relevante schaal heeft bestaan, dat historisch gezien maatschappijen en economieën heeft  getransformeerd.

Martin benadrukt dat het van groot belang is dat geld wordt uitgegeven door instanties die het publiek kredietwaardig acht, en dat in brede kring het geloof dient te bestaan dat derden bereid zijn de schuldbewijzen van deze geldverstrekkers aan te nemen. Op een boeiende manier legt Martin vervolgens uit hoe de macht en het denken over geldschepping zich de afgelopen eeuwen heeft ontwikkeld. Een denklijn zag geld als het eigendom van de heerser, een andere denklijn stelde dat de uitgifte van geld een essentiële publieke dienst en het gebruik van geld door de gemeenschap de werkelijke waarde is. Martin laat zien dat met de oprichting van de Bank of England in 1694 er een hybride systeem is ontstaan dat vandaag de dag nog altijd het onwrikbare fundament van de moderne monetaire wereld is. Nog steeds hebben nagenoeg alle landen publiek-private monetaire systemen waarbinnen de productie en het beheer van geld vrijwel exclusief aan private banken zijn toevertrouwd, maar het staatsgeld het instrument van uiteindelijke vereffening is. Binnen dit systeem is contant geld niet meer dan een symbool van een krediet op de staat (voorheen de vorst) en bestaat het overgrote merendeel van het geld in circulatie uit kredietbalansen op rekeningen van private banken.

Een van de sterkste stukken van dit boek gaat over de Walter Bagehot (1826 – 1877). Martin legt uit hoe deze Britse journalist en essayist, die sinds de crisis inhoog tempo aan populariteit, in de 19e eeuw brak met de intellectuele ketenen van de klassieke school door de praktische kant van de werking van geld in de echte wereld te analyseren. Deze quote van John Stuart Mill (Principles of Political Economy 1848) typeert het denken van de klassieke school :

 “Er kan in de economie van een samenleving, met andere woorden, niets intrinsieks onbeduidender zijn dan geld.”

 Bagehot zag dit totaal en onderscheidde zich op een tweetal aspecten van de klassieke economen. De eerste was dat Bagehot’s economie expliciet uitging van geld, bankieren en financiering – dit zag Bagehot als de aansturende technologie van het moderne economisch systeem. De tweede was dat Bagehot erop aandrong dat theorieën werden gebaseerd op de realiteit van de monetaire economie en niet andersom. Hij stelde bijvoorbeeld dat handel in de praktijk voornamelijk wordt gedreven met geleend geld. Dat was in de 19e eeuw zo en is nu niet anders. Dit betekent dat geld in essentie overdraagbaar krediet is en dus niet gezien kan worden als een grondstof die uitgewisseld wordt zoals de klassieke economen beweerden en nu vreemd genoeg nog steeds soms wordt beweerd.

Martin veegt in de laatste hoofdstukken de vloer aan met het beleid van centrale banken en overheden in westerse landen. Hij stelt dat de staat het sinds de crisis heeft opgenomen voor banken:

“Banken behielden [na de crisis] uiteraard het privilege overheidsgeld te mogen uitgeven – en de centrale bank stond klaar om de liquiditeit van de bank in tijden van nood te garanderen. Maar de overheid ontving in ruil daarvoor in het geheel geen kredietsteun, het was de overheid die uiteindelijk het krediet van de banken steunde. De banken – hun werknemers, hun obligatiehouders en hun rekeninghouders – kregen zowel liquiditeits- als kredietsteun. De overheid – dat wil zeggen de belastingbetaler – krijgt niets. De crisis maakte duidelijk dat het aloude quid pro quo was veranderd in quid pro nihil: iets voor niets.”

Het boek eindigt met een pleidooi voor hard ingrijpen. Martin stelt dat de enige manier om bankgeld duurzaam te laten functioneren is door mee te liften met de overheid en haar gezag – dat wil zeggen: een monetaire herziening doorvoeren. Zijn praktische advies is 100% Money, ofwel het plaatsen van geldcreatie onder een publiek orgaan. Dit plan is niet nieuw; het werd tachtig jaar gelden gepromoot door de Amerikaanse econoom Irvin Fisher en krijgt de afgelopen jaren steeds meer aandacht (ondere andere dankzij IMF’s The Chicago Plan Revisited en de International Movement for Monetary Reform). Kern van dit idee is dat geld de democratie toebehoort en dat het ultieme doel van monetair beleid niet monetaire of financiële stabiliteit is – zoals centrale banken ons willen doen geloven -, maar een rechtvaardige, welvarende samenleving. Martin concludeert dat geld en bankieren in deze nieuwe geherstructureerde vorm werkloosheid en een ongelijke verdeling van economische risico’s kunnen oplossen. Een betoog dat ik onderschrijf. Geld: de ongeautoriseerde biografie is dan ook een aanrader voor eenieder die verandering in het huidige economisch systeem wil realiseren. Met Felix Martin denk ik dat geld begrijpen en hervormen essentiële stappen zijn in dit proces.

Martin, Felix (2013) Geld: de ongeautoriseerde biografie, Amsterdam: Uitgeverij Business Contact. ISBN 978 90 470 0550 6

Origineel: Martin, Felix (2013), Money: the unauthorized biography, London: The Bodley Head

Geld en (on)waarheid

bank_of_england_logo_8313

Vorige week publiceerde de Bank of England (BoE) twee documenten over het geldsysteem: Money in the modern economy en Money creation in the modern economy. Bij mijn weten heeft geen enkele centrale bank wereldwijd eerder in zulke heldere taal het huidige geldsysteem uitgelegd. Opmerkelijk is dat nu ook de BoE stelt dat economische studieboeken vaak een verkeerde uitleg geven van het geldsysteem in het algemeen en geldcreatie in het bijzonder. Twee quotes:

“This article explains how, rather than banks lending out deposits that are placed with them, the act of lending creates deposits — the reverse of the sequence typically described in textbooks.”

En:

“The reality of how money is created today differs from the description found in some economics textbooks: 

* Rather than banks receiving deposits when households save and then lending them out, bank lending creates deposits.

* In normal times,the central bank does not fix the amount of money in circulation, nor is central bank money ‘multiplied up’ into more loans and deposits.”

De waarheid wordt dus vaak verdraaid door economen. Ook in Nederland. Zo legt Wim Boonstra, bijzonder hoogleraar Economische en Monetaire Politiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam en hoofdeconoom van de Rabobank, in zijn vorig jaar verschenen boekje Geld speelt (G)een rol. Over de waarde, schepping en vernietiging van geld het geldscheppingsproces uit aan de hand van de geldmultiplicator (die dus niet bestaat); en blijven de economen verenigd in het Sustainable Finance Lab keer op keer stellen dat “banken bemiddelen tussen spaarders en kredietnemers”. Zie bijvoorbeeld hun inbreng voor de Commissie Structuur Nederlandse Banken. Nog steeds willen zij niet accepteren dat banken primair geldscheppende instellingen, en dus geen intermediair, zijn.

Naar aanleiding van de BoE openbaring publiceerde David Graeber, auteur van Schuld: de eerste 5.000 jaar, twee dagen geleden in de Guardian het nu al legendarische artikel The thruth is out: money is just an IOU, and the banks are running it. Hij eindigt met:

“Historically, the Bank of England has tended to be a bellwether, staking out seeming radical positions that ultimately become new orthodoxies. If that’s what’s happening here, we might soon be in a position to learn if Henry Ford was right.”

Voor degene die Ford’s fameuze quote niet kennen:

“It is well enough that people of the nation do not understand our banking and monetary system, for if they did, I believe there would be a revolution before tomorrow morning.”

Een revolutie is wellicht niet nodig. Waarheid daarentegen wel. En precies daarom is het spijtig te constateren dat de diverse Nederlandse economen de waarheid omtrent de werking van geld blijven verhullen en dat de Nederlansche Bank ervoor kiest om te zwijgen. Pas als we begrijpen hoe het werkt in de praktijk, kunnen we zinvolle alternatieven ontwikkelen en de juiste hervormingen doorvoeren. Een radicale verandering in het denken over geld is hiervoor nodig. Dus wellicht toch een revolutie…

Lezing Kumhof

Dit is een excellente lezing van Michael Kumhof (IMF) over het Chicago Plan bij de London School of Economics and Political Science. Hij legt uit hoe het huidige monetair systeem werkt, wat de belangrijkste mythes zijn en hoe het anders kan. Opvallend is dat Kumhof stelt dat rond 1950 de kennis van het monetair systeem veel groter was dan nu. Dit kan ik beamen. Ook ik heb de afgelopen jaren ervaren dat veel mainstream economen niets snappen van geldcreatie en de rol van centrale en commerciële banken in dit proces. De belangrijkste lessen van deze lezing:

1) Commerciële banken creëren geld ‘out of thin air’ (ze zijn geen intermediair)

2) Leningen creëren deposito’s (en niet andersom)

3) Zonder bankleningen is er geen geld.

4) Commerciële banken hebben de neiging te veel leningen te verstrekken (geld te creëren). Dit leidt tot crises.

5) Er is een alternatief. Geldcreatie door de overheid. Zie voor meer informatie The Chicago Plan Revisited of bekijk de lezing.

Een opmerkelijk gesprek over geldschepping, rente en derivaten

money-gold

Onlangs werd ik via internet door een directievoorzitter van een regionale Rabobank benaderd. Vorige week had ik een tof gesprek met hem over de financieel-economische crisis. Zijn oplossingen zullen u verbazen. Hij stelde dat het eigenlijk heel simpel is en ik ben het grotendeels met hem eens. Slechts drie zaken dienen er volgens hem te veranderen, te weten:

1) Plaats geldschepping onder publiek bestuur. Geldschepping door private partijen – zoals nu het geval is – heeft ook in het verleden altijd geleid tot problemen.

2) Vervang rente door een bescheiden vaste vergoeding of winst- en verliesdeling.

3) Sta handel in derivaten alleen toe voor degenen die het onderliggende (financiële) product ook echt bezitten. Dus een boer die het risico van misoogst wil afdekken met een derivaat is prima, een handelaar die alleen wil profiteren van koersschommelingen niet.

Al deze ideeën zijn niet nieuw. Hieronder drie prachtige quotes die dit laten dit zien. De eerste is van Thomas Jefferson (1743 – 1826), de derde president van de V.S., en gaat over geldschepping:

“If the American people ever allow private banks to control issue of their currency, first by inflation, then by deflation, the banks and the corporations will grow up around them, will deprive the people of all property until their children wake up homeless on the continent their fathers conquered. The issuing power should be taken from the banks and restored to the people, to whom it properly belongs.”.

Ten tweede een quote van de Italiaanse filosoof en theoloog Thomas van Aquino (1225 – 1274) over rente. Hij stelde:

“Rente vragen voor geleend geld is onrechtvaardig, omdat daarmee iets wordt verkocht dat niet bestaat, en dit leidt zonder twijfel tot ongelijkheid, hetgeen in strijd is met gerechtigheid. Geld is bedoeld om als ruilmiddel te dienen. Daarom is het onwettig om geld te vragen voor het gebruik van geleend geld, dat bekend staat als rente.” 

Tenslotte een ijzersterke quote van ’s werelds bekendste en succesvolste investeerder Warren Buffet. Hij waarschuwde in het jaarverslag van zijn bedrijf Berkshire Hathaway’s in 2002 al voor de gevaren van derivaten:

“Charlie and I are of one mind in how we feel about derivatives and the trading activities that go with them: We view them as time bombs, both for the parties that deal in them and the economic system….. The derivatives genie is now well out of the bottle, and these instruments will almost certainly multiply in variety and number until some event makes their toxicity clear…. Central banks and governments have so far found no effective way to control, or even monitor, the risks posed by these contracts….. In our view, however, derivatives are financial weapons of mass destruction, carrying dangers that, while now latent, are potentially lethal.”

Kortom, ons denken over en onze houding ten opzichte van geld veranderen voortdurend. Ook nu weer. Anno 2014 zien volgens mij steeds meer mensen in dat geld ons gezamenlijk ruilmiddel is waarmee we economie bedrijven en dat geld dus geen doel op zich is. Ook weten wij inmiddels best wel dat het neoliberale denken ons de afgelopen decennia op een verkeerd spoor heeft gezet en dat radicale verandering nodig is om dit te herstellen. Het gesprek met de directievoorzitter van de Rabobank heeft mij laten zien dat dit kan. We kunnen veranderen zowel individueel als collectief. Gelukkig maar!