Could These 3 Simple Changes to Banking Fix the Economy?

Dit is de nieuwste video van de Britse campagne- en onderzoeksorganisatie Positive Money. Het is een korte en bondige uitleg van hun voorstellen voor monetaire hervorming.  Met eenvoudige beelden wordt uitgelegd hoe geld en bankieren gedemocratiseerd kunnen worden.

Het is mijn inziens belangrijk te beseffen dat geld een afspraak is en dat wij vrij zijn nieuwe afspraken omtrent geld en geldcreatie te maken. Het geldsysteem is geen natuurwet of goddelijke gift, maar door mensen bedacht. Nu het duidelijk is dat het geldsysteem beter kan worden ingericht, is het de hoogste tijd om dit te doen lijkt mij. Waar wachten we eigenlijk nog op?

Advertenties

De Schuldvraag

Zojuist is deel I van  de Schuldvraag (TROS Radar) online gekomen. Uiteraard heb ik meteen gekeken. De uitleg van het huidige geldsysteem is goed. Het proces van geldcreatie, de belangrijkste oorzaak van de kredietcrisis, wordt met heldere animaties omschreven. De oplossingen gaan wat mij betreft niet ver genoeg. Hierover dient een maatschappelijk debat gevoerd te worden. Gevolgd door een democratisch besluit. De grote vraag is waarom commerciële banken verantwoordelijk zijn voor de geldhoeveelheid in Nederland? Is het niet Ons Geld? En is het niet uiterst vreemd dat de geldhoeveelheid afhangt van het eigen vermogen van banken?

Volgens mij dienen we op zoek te gaan naar een minder imperfect geldsysteem. Een systeem waar geldschepping is genationaliseerd lijkt democratischer. Dit debat dient gevoerd te worden. De grote verdienste van Radar is dat zij het bizarre huidige geldsysteem 5 jaar na de crisis helder hebben uitgelegd. De afgelopen 2 jaar heb ik geregeld geblogd over (het mainstreamen van) geldcreatie. Dat lijkt nu te gebeuren. Bedankt dus Radar!

submerkbanner_radarextra_01

Voorbij de Bitcoin, naar een duurzame digitale munt

bitcoins1

Je kunt nauwelijks nog een blog of website openen, of het gaat over de Bitcoin. Blijkbaar zien nogal wat mensen in Bitcoins het betaalmiddel van de toekomst. Technologisch gezien is dit misschien waar, economisch gezien zeker niet. Deze digitale munt lost namelijk geen enkel reëel economisch, sociaal of ecologisch probleem op. Het is eerder de digitale variant van het speculatieve geld waar we juist vanaf zouden moeten willen.

De Bitcoin heeft het afgelopen jaar snel aan bekendheid gewonnen, vooral door de sterke prijsstijgingen en heftige prijsfluctuaties. Dat zegt eigenlijk alles. Bitcoins zijn beleggingsproducten en geen ruilmiddelen. Volatiliteit is namelijk slecht voor elke ruilmiddel, maar maakt beleggingsproducten juist aantrekkelijk voor speculatie. Er zijn nog maar weinig Bitcoin bezitters die de digitale munt momenteel gebruiken om pizza’s te kopen of rekeningen mee te betalen. Zij gebruiken de munt om winst te maken uit prijsschommelingen

Naast het niet voldoen aan de functie van ruilmiddel faalt de Bitcoin ook op de twee andere klassieke functies van geld: rekeneenheid en oppotmiddel. Volatiliteit maakt het lastig om in Bitcoins te rekenen. Een pizza kost de ene dag 1 Bitcoin en de volgende 2. Het gebrek aan dekking door een centrale bank en de overheid maakt het daarnaast een gevaarlijke vermogenstitel. Niemand zal heel zijn vermogen in Bitcoins stoppen. Kortom, Bitcoins lijken meer op beleggingsproducten als goud dan op valuta’s die een wettig betaalmiddel zijn zoals de euro of de dollar of andere complementaire geldsystemen die bedoeld zijn om reële problemen op te lossen.

Wat Bitcoins wel interessant maakt is de revolutionaire peer-to-peer technologie die gebruikt wordt. Deze technologie kan, indien anders toegepast, banken en de manier waarop we met geld omgaan transformeren. De Bitcoin-technologie maakt namelijk betalingen zonder tussenkomst van banken mogelijk waardoor de transactiekosten dalen naar nagenoeg nul.

Ondanks dat Bitcoins dus geen echt probleem oplossen, is het goed dat wet- en regelgevers Bitcoin-achtige experimenten toestaan. Zonder dit soort experimenten is verandering van het geldsysteem namelijk onmogelijk. Steeds meer mensen zijn de afgelopen jaren de mogelijkheid tot ‘eigen geld’ gaan onderzoeken. Er zijn wereldwijd inmiddels duizenden complementaire geldsystemen die gebruik maken van een munt naast het wettig betaalmiddel. Deze munten zijn in tegenstelling tot de Bitcoin doorgaans bedoeld om specifieke sociale, ecologische en economische problemen op te lossen. Zij worden vooral gebruikt om lokale economieën te ondersteunen. De bitcoin peer-to-peer betaaltechnologie kan bijdragen aan het succes van deze initiatieven.

Het is belangrijk om te beseffen dat uiteindelijk de enige munt die echt telt de munt is waarmee belasting wordt betaald. Zolang de Bitcoin en andere complementaire geldsystemen geen wettig betaalmiddel zijn, blijven zij dus marginaal. Speculanten gokken er momenteel op dat de Amerikaanse Senaat de bitcoin als wettelijk betaalmiddel toestaat in de VS. Indien dat gebeurt, zal de prijs exploderen. De Chinese centrale bank heeft echter banken en andere instellingen al verboden om de bitcoin te accepteren als betaalmiddel. De bitcoinkoers daalde daarop onmiddellijk.

Als de Bitcoin niet wordt erkend door overheden zal hij spoedig worden verdrongen door munten die zijn ingebed in de democratie en reële economische activiteit ondersteunen. Een voorbeeld is de succesvolle Brixton Pound, die door de gemeente wel wordt erkend en waarmee lokale belastingen kunnen worden betaald. Democratisch kan worden besloten alternatieve valuta als wettig betaalmiddel te accepteren. Betaalmiddelen die geheel onafhankelijk van de staat (of gemeente en provincie) bestaan zullen altijd marginaal blijven

Bitcoins laten zien dat geld een afspraak tussen mensen is. En er zullen ongetwijfeld betere afspraken dan de Bitcoin komen. We staan pas aan het begin van een revolutie op het gebied van geld en het wordt een revolutie die van zich laat horen. Reken maar.

 Artikel geschreven met Peter van Vliet. Vorige week reeds gepubliceerd op duurzaamnieuws.nl

Geld is eigenlijk gewoon bankschuld

Geld-Rode-Hoed

Het debat over de crisis verloopt verwonderlijk. De problemen die onlosmakelijk verbonden zijn met geldcreatie door bankschuld krijgen veel te weinig aandacht. En omdat de kern van de kredietcrisis al 5 jaar lang vaak genegeerd wordt, bieden de meeste analyses en debatten geen oplossing.

Een oplossing voor de kredietcrisis begint met het begrijpen van het huidige proces van geldcreatie. Dit is heel simpel. Iedere keer als iemand een krediet (bijvoorbeeld een hypotheek) neemt bij een bank, wordt nieuw geld ‘uit het niets’ gecreëerd. Al het girale geld, ruim 95% van het totaal in westerse landen, is momenteel op deze manier gecreëerd. In Nederland door banken als ING, Rabobank, ABNAMRO en SNS. Deze commerciële banken zijn dus geldscheppende instellingen. Kredietverlening = geldcreatie. Geld = bankschuld. Meer geld in omloop betekent meer bankschuld. En omgekeerd, als we al onze bankschulden aflossen, is er nauwelijks geld meer. We ‘huren’ nu in feite nagenoeg al het geld van banken tegen het geldende rentetarief. Deze privatisering van het geldsysteem is uit de hand gelopen. Steeds duidelijker wordt dat de bedrijfseconomische kredietbeslissingen van winstmaximaliserende banken niet overeenkomen met de macro-economische en maatschappelijke behoefte aan geld. De onzichtbare hand faalt.

Het huidige crisisdebat draait vaak om de vraag hoe de overheid aan geld komt en of zij wel of niet moet bezuinigen. De overheid kan momenteel slechts aan geld komen door belasting te innen of door geld te lenen. Zelden wordt geopperd om de overheid zelf geld te laten creëren. Afgelopen maandag deed de hoofdeconoom van de Rabobank, Wim Boonstra, dit opmerkelijk genoeg wel. Hij stelde in het Financieel Dagblad dat monetaire financiering, ofwel geldcreatie door de overheid, uit de taboesfeer dient te komen. Gelijk heeft hij. Om de crisis op te lossen is het zelfs noodzakelijk dat wij ons afvragen waarom commerciële banken het recht op geldcreatie hebben en of er alternatieve geldsystemen zijn. Er is een fundamenteel debat en een democratisch besluit nodig over het recht op geldcreatie. De beslissing ‘hoeveel geld voor wat’ is een essentieel economisch en maatschappelijk stuurmechanisme.

Gezien de omvang van de crisis dient op zijn minst overwogen te worden om van geldcreatie weer een taak van de overheid te maken. Het nationaliseren van de geldcreatie – wel te onderscheiden van nationalisatie van het bankwezen – is een weg uit de crisis en kan bovendien bijdragen aan de transitie naar een circulaire economie en 100% duurzame energie. Banken mogen in zo’n geldsysteem niet meer uitlenen dan zij aan spaargelden binnenhalen en verliezen hierdoor hun geldscheppende karakter. Zij gaan doen wat velen denken dat ze al doen: intermediairen. Bankschuld- en rentevrije geldcreatie door de overheid heeft de potentie de maatschappij te veranderen. Zaak is wel de beslissing ‘hoeveel nieuw geld?’ en ‘waarvoor?’ van elkaar te splitsen, zodat misbruik door politici wordt voorkomen.

Pas indien de problemen van het huidige geldsysteem niet langer gebagatelliseerd worden, maar worden benoemd en aangepakt, is de crisis op te lossen. De huidige rol van banken in het economisch systeem is problematisch. Bankiers zijn dit niet. Hun bedrijfseconomische afwegingen zijn uiterst waardevol. De optelsom van al deze bedrijfseconomische afwegingen leidt echter niet tot de optimale maatschappelijke geldhoeveelheid. Daarnaast zijn er voldoende argumenten om de allocatie van nieuw geld niet langer te laten gebeuren op basis van korte termijn winstmaximalisatie, maar op basis van lange termijn maatschappelijke doelen. Het is tijd voor een fundamenteel debat over het geldsysteem in het algemeen en geldcreatie in het bijzonder. Juist nu de onzichtbare hand faalt.

Dit artikel is eerder deze week gepubliceerd op duurzaamnieuws.nl.

Changing the way money is created to serve society

positive_money_3.133bd4d

More and more people around the globe realize that many of the social, ecological and economic problems we’re facing today are connected to money and in particular to money creation. The International Movement for Monetary Reform is a coalition of national not-for-profit campaign and research organisations aiming to change the way money is created.

An important first step in this process is to understand the current money system. Most of us learn that only the government can create money. This is not true. Nowadays in most developed countries the vast majority (around 95%) of money is created by private commercial banks when they give someone a loan through a simple accounting procedure. The money these private banks create isn’t the paper money you keep in your wallet. It’s the electronic money that flashes up when you check your balance at an ATM. It’s just numbers in a computer system. Since almost all money is currently based on debt and has to be borrowed from private banks, to get more money into the economy, we have to increase the amount of debt. Money creation is debt creation.

The International Movement for Monetary Reform believes that taking the power to create money away from private banks could give us a more stable, social and sustainable economy. Our proposals explain how we can fix the design flaw at the heart of the financial system. We propose returning the power to create money to the state and allowing the quantity and direction of new debt-free money to be determined democratically. Today the creation and allocation of money into the economy is completely undemocratic, as commercial banks determine the direction and amount of new money in the economy. Rather than leaving these decisions in the hands of the private banks it should be in the hands of a body with transparency, oversight and accountability. We invite you to join our movement to democratise money and banking so that it works for society and not against it.

Martijn Jeroen van der Linden,  member of board Foundation Ons Geld (part of the Movement for International Reform). Last month I wrote this article for ANPED’s newsletter The Switch.

Een sterke analyse van de crisis

De afgelopen jaren heb ik mijzelf geregeld geërgerd aan het middelmatige analyseniveau van de crisis. Economen en politici kakelen elkaar doorgaans na zonder de fundamenten van het economisch bestel te bespreken. Gelukkig stijgt het niveau langzaam maar zeker. Er zijn steeds meer fundamentele analyses te vinden. Het artikel van Roelf Haan (voormalig hoofddocent Vrije Universiteit, ex IMF, ex Ministerie van Financiën en voormalig directeur IKON) in Denkwijzer, het studieblad van de ChristenUnie, is een goed voorbeeld. Haan’s analyse laat zich simpel samenvatten:

  • Het gangbare spreken over de ‘crisis’ is verhullend. Er wordt voorbijgegaan aan de permanente instabiliteit van het geldsysteem zelf.
  • De financiële sector oefent een zwaar ondermijnend effect uit op de reële economie.
  • Een oorzaak van instabiliteit in het bestaande systeem is de wijze van geldschepping. Die vindt niet primair plaats op grond van de eisen te stellen aan de maatschappelijke geldhoeveelheid.
  • De geldcreatie financiert geen publieke doelen, maar is in handen van banken die privé-winst beogen.
  • De banken profiteren van het muntloon en lenen dat uit tegen rente: het moderne geld is debt-money, geldcreatie is schuldcreatie.

De grote blinde vlek in de analyse is dus ook volgens Haan het monetaire stelsel, en daarbinnen het proces van de geldcreatie. Nationalisering van dit proces (wel te onderscheiden van nationalisatie van het bankwezen als zodanig) zou in één stap een einde maken aan de schuldencrisis, en een hoofdoorzaak van instabiliteit wegnemen.

Roelf Haan heeft ook een uitstekend paper Op weg naar een goede economie (44 pagina’s) en een wat korter stuk (8 pagina’s) met de titel De relatie tussen financiële en reële sector. Het falen van het geldstelsel als publieke infrastructuur geschreven. In de laatste regels van dit laatste document wijst Haan er op dat universitaire docenten en onderzoekers de taak hebben de publieke opinie en hen die publieke verantwoordelijkheid dragen “te onderwijzen, met het risico dat hun advies door de politici zal worden verworpen als prematuur, of te moeilijk om na te volgen. Politiek is niet slechts de kunst van het mogelijke. Het zou de kunst moeten zijn, en dat is van steeds groter belang, om morgen mogelijk te maken wat vandaag onmogelijk schijnt te zijn”. Prachtig opgeschreven Roelf. Bedankt!

financial crisis_0

Oratie Wim Boonstra: Geld speelt (g)een rol

De oratie van de heer Boonstra op 11 oktober 2013 leek zoveel belovend. Trots had de Vrije Universiteit Amsterdam op haar website aangekondigd:

“De manier waarop het geld in omloop wordt gebracht, het ‘geldscheppingsproces’, staat als uitvloeisel van de huidige financiële crisis volop in de schijnwerpers. Nogal wat analisten hebben ‘ontdekt’ dat het meeste geld niet door de overheid of de centrale bank in omloop wordt gebracht, maar door commerciële banken. Zij vinden dat de overheid het monopolie op geldschepping zou moeten hebben en dat de huidige situatie dus ongewenst is. Wim Boonstra concludeert in zijn oratie dat het goed is om nog eens kritisch naar de rol van banken in het geldscheppingsproces te kijken.”

Wij, een tiental mensen rondom Stichting Ons Geld, gingen vol verwachting naar deze oratie. Zou het dan toch mogelijk zijn met de gevestigde orde tot een open en gedegen dialoog over de geldschepping te komen? Nee dus. Boonstra’s oratie (beelden hier) leek nog het meest op de geloofsbelijdenis van een bankier. Wie zijn oratie napraat maakt vast kans op een baan bij een bank. Geloofsbelijdenissen passen natuurlijk goed bij de Vrije Universiteit, wier theologische verhandelingen toenemende internationale erkenning genieten. Het bankierscredo dat Boonstra reciteerde sluit naadloos in de Calvinistische traditie. Calvijn verdient ook groot bankierscrediet voor zijn bijdrage aan de opkomst van de financiële woeker in de (eens) christelijke wereld. Wetenschappelijke waarde had Boonstra’s oratie aan de Amsterdamse Zuidas helaas niet. Het was meer een samenvatting van hoe de bankiersgemeenschap naar geld, geldcreatie en de wereld kijkt. En dat is op zich heel waardevol. Want over het algemeen lijken bankiers deze onderwerpen graag te vermijden.

Fier klopte Boonstra, die ook hoofdeconoom van de Rabobank is, zich aan het slot van zijn rede nog op de borst. Hij heeft naar eigen zeggen de eurobond verzonnen. Maar dat is een prestatie! Een bankier die verzint dat een ander – in dit geval Europa – geld bij hem mag lenen. En als anderen, zoals wij, dan zeggen dat de bankier dit geld ‘uit het niets’ creëert, is dat volgens Boonstra beslist onwaar. De inspanning van Europa om aan zijn verplichtingen jegens de bank te gaan voldoen dekt namelijk de creatie van het geld. Daarmee kwam Boonstra uit op het punt waar we dachten dat de oratie over zou gaan. Als ‘Europa’ en de inspanning die zij levert, de ‘dekking is’ van het geld, waarom zou Europa dan niet zelf haar geld creëren? Waarom dat overlaten aan private banken? Als Europa zelf haar geld maakt blijft ze schuldenvrij. En als ze het aan bankiers over laat, stort ze zich in al maar groeiende schulden. Met bezuinigingen, ellende en afnemende welvaart tot gevolg.

Maar deze gedachte wil Boonstra niet volgen. En eigenlijk is dat ook best logisch. Hij is nu eenmaal bankier, denkt als een bankier, oreert als een bankier en schrijft als een bankier. En dat is goed nieuws. Want Boonstra’s oratie en zijn boek Geld speelt (g) een rol. Over de waarde, schepping en vernietiging van geld dat op dezelfde dag verscheen, bieden zeldzaam helder materiaal op basis waarvan de dialoog kan worden aangegaan.

geld speelt (g)een rol

Boonstra pretendeert in zijn boek – dat wij meteen hebben gelezen – hardnekkige misverstanden uit de weg te ruimen. Dit doet hij helaas niet. Hij doet eerder het omgekeerde. Iedereen met enige kennis van het geldsysteem ziet dat zijn conclusies gebaseerd zijn op een selectieve literatuurkeuze, een eenzijdige opvatting van de geschiedenis, een dubieuze analyse van de huidige crisis, een op sommige punten onjuiste uitleg (of bankiersuitleg) van het huidige geldsysteem, bedenkelijke framing en het negeren van democratische basisprincipes. De meest essentiële vragen laat hij bovendien onbeantwoord. Wij kunnen nauwelijks anders dan concluderen dat de heer Boonstra als hoofdeconoom van de Rabobank vooral doet aan belangenbehartiging in plaats van wetenschappelijk onderzoek.

Hoewel Boonstra’s werk dus niet bepaald getuigt van grote belangstelling voor andere opvattingen dan die van bankiers, biedt het wel een uitgelezen kans om eens serieus op het bankiersgedachtegoed in te gaan. Deze kans benutten wij graag. De komende tijd zullen we de stevige kritiek die we hebben op het werk van de heer Boonstra uitwerken en onderbouwen. We willen de heer Boonstra nu al bedanken voor zijn waardevolle bijdrage aan dit debat. Hij heeft het debat verder gebracht door inzicht te geven in zijn denken. Objectief wetenschappelijk kunnen we het echter niet noemen.

Dit (opinie-)verslag heb ik samen met Edgar Wortmann geschreven en is gisteren reeds gepubliceerd op duurzaamnieuws.nl, biflatie.nl en het blog van Ons Geld. Geïnteresseerden kunnen meer informatie over geldcreatie vinden in onlangs gepubliceerd essay De kunst van geldscheppen.