The End of Banking

Last week Paul Buitink and I interviewed the two authors of The End of Banking (2014), a thought-provoking book I read about a year ago. The authors write under the pseudonym Jonathan McMillan; one of them is Swiss economist and journalist Jürg Müller, the other is a New York based investment banker. We discussed topics as money creation out of credit, shadow banking, full reserve banking and their proposal for a new systemic solvency rule.

I do recommend this interview and their book for two reasons. First, the authors understand how the digital revolution is changing money, credit and banking. Second, the authors attempt to tackle the problem at the fundamental level of accounting. The End of Banking clearly explains how banking got out of control in the digital age and how information technology can be used to implement a more stable financial system. By using balance sheets McMillan shows how traditional banking and shadow banking work and are interconnected. Today, information technology allows banking over a series of interlinked balance sheet; i.e. banking is not dependent on banks anymore. Every company with a balance sheet or group of companies with different balance sheets can create money out of credit by applying the six financial techniques of banking. According to McMillan, in the digital age credit became extremely mobile, and this is why for example capital requirements no longer work.

McMillan argues that we need a political response to unconstrained banking and suggest that we have to end banking; i.e. we have to end the creation of money out of credit. The authors explain how a financial system without banking can work. They propose to split money (public sphere) and credit (private sphere), and to introduce two new monetary tools: a liquidity fee and an unconditional income. Moreover, to prevent money creation out of credit the authors propose a new systemic solvency rule:

The value of the real assets of a company has to be greater than or equal to the value of the company’s liabilities in the worst financial state. (p. 147)

Although it is at this moment hard to understand how this systemic solvency rule would work in practice, McMillan attempt to tackle banking at the level of accounting seems to be the right approach. More research has to be done to fully understand the consequences, but in my opinion The End of Banking is a fundamental contribution to the debate on the future of money.

Rondetafelgesprek geldstelsel

Afgelopen woensdag nam ik als een van de initiatiefnemers van het burgerinitiatief Ons Geld deel aan het rondetafelgesprek over het geldstelsel in de Tweede Kamer (boven de beelden). Volgens ons zijn er mogelijkheden het financieel-monetair systeem fundamenteel te verbeteren. Om onze ideeën te verhelderen, hebben we verschillende position papers ingediend (hier te vinden). Hieronder mijn position paper dat zich vooral richt op de randvoorwaarden voor een zinvol maatschappelijk en politiek gesprek over het geldstelsel.

Position Paper Rondetafel Geldstelsel
Martijn Jeroen van der Linden, TU Delft/ Economics of Technology and Innovation, oktober 2015

In de jaren na de financiële crisis van 2007/8 heeft de politiek diverse maatregelen genomen om het financieel-monetair systeem te stabiliseren; voorbeelden zijn meer en gedetailleerder toezicht, het verhogen van kapitaalratio’s en het wijzigen van beloningsstructuren. Burgerinitiatief Ons Geld stelt dat deze maatregelen onvoldoende zijn. Aanhoudende financiële instabiliteit, onveranderd hoge schulden (McKinsey 2015) en de digitalisering van geld vragen om een fundamenteler maatschappelijk en politiek gesprek over de inrichting van het geldstelsel, en om structurele verbetering.

Diverse onderzoekers (Yamaguchi 2011; Benes & Kumhof 2012, 2013; Chamley, Kotlikoff & Polemarchakis 2012; Jackson & Dyson 2013; Daly 2013; Huber 2013; Martin 2013; Bjerg 2014; Joób 2014; Wolf 2014; Positive Money 2014; McMillan 2014; van Egmond & de Vries 2015; Sigurjonsson 2015) en actiegroepen (verenigd in de International Movement for Monetary Reform) hebben de afgelopen jaren monetaire hervorming voorgesteld. De voorstellen verschillen in detail, maar stellen op hoofdlijn hetzelfde voor: (a) het splitsen van geldcreatie en kredietverlening; en (b) het verplaatsen van het privilege op geldcreatie van private banken naar een publieke instelling.

In het verleden hebben zowel vrije-markteconomen als meer staat-georiënteerde economen op basis van economische argumenten voorgesteld geldcreatie door private banken te beëindigen en geld en krediet te splitsen (o.a. Irving Fischer en Milton Friedman; zie Lainà 2015 voor historisch overzicht). In de jaren na de beurscrash van 1929 stond monetaire hervorming zelfs hoog op de politieke agenda in de Verenigde Staten. Onder andere door bestuurlijke blunders en een slecht geïnformeerd publiek werd in 1933 echter gekozen voor de Glass-Steagall Act (Phillips 1992).

Ondanks aanhoudende marktinterventies en marktmanipulaties door staten en centrale banken, onveranderd hoge schulden en onvrede over banken onder brede lagen van de bevolking heeft het maatschappelijk en politiek gesprek over het geldstelsel in de nasleep van de crisis van 2007/8 (nog) niet hetzelfde niveau bereikt als in de jaren 1930 in de Verenigde Staten. Naar mijn mening zijn er ten minste drie redenen waarom een fundamenteel maatschappelijk en politiek gesprek over de inrichting van het geldstelsel tot op heden niet heeft plaatsgevonden. Deze redenen zijn tevens randvoorwaarden voor een gedegen maatschappelijk gesprek:

  1. Financiële ongeletterdheid. Onderzoek (Cobden 2010, Dods 2014, Nietlisbach 2015) toont aan dat financiële geletterdheid laag is in Europese landen. Zo denkt 73% van de Zwitsers ten onrechte dat de Zwitserse staat en/of centrale bank al het geld creëert (Nietlisbach 2015) en weet slechts 12% van de Britse parlementsleden dat bankleningen nieuw geld creëren, 71% denkt ten onrechte dat de overheid al het geld schept (Dods 2014). Er zijn geen aanwijzingen dat financiële geletterdheid in Nederland en andere Europese landen hoger is.
  2. Onvolkomenheden in de economische wetenschap. Diverse economen (o.a. Goodhart 1984, Turner 2013, Coe & Pettifor 2014 en Werner 2014) stellen dat economische theorieën en studieboeken geld(creatie) en bankieren vaak onnauwkeurig, en zelfs onjuist beschrijven. Vorig jaar bevestigde de Bank of England dit: “rather than banks lending out deposits that are placed with them, the act of lending creates deposits — the reverse of the sequence typically described in textbooks” (McLeay e.a. 2014). Ook de voor- en nadelen van verschillende geldstelsel krijgen in de economische wetenschap weinig aandacht.
  3. De verstrengeling van de financiële sector, economische wetenschap, politiek en toezichthouders. De grote invloed van private banken op democratische instellingen lijkt een gedegen politiek en maatschappelijk gesprek over de inrichting van het geldstelsel te verstoren. Alleen in Brussel zijn bijvoorbeeld 1700 financieel lobbyisten actief (CEO 2014). Daarnaast hebben diverse oud-politici, oud-toezichthouders en economische wetenschappers goedbetaalde banen en opdrachten bij banken en andere financiële instellingen (zie o.a. Engelen e.a. 2011).

Burgerinitiatief Ons Geld wil een transparant maatschappelijk en politiek gesprek over de inrichting van het geldstelsel in Nederland en Europa op gang brengen, en structurele verbetering. De recente digitalisering van geld heeft de implementatie van monetaire hervorming aanzienlijk vereenvoudigd.

Naar mijn mening dient de Tweede Kamer een partij-overstijgend proces te starten dat kan leiden tot monetaire hervorming (zie ook procedurele aanbevelingen in initiatieftekst, Wortmann 2015: 18-19). Dit proces zou vier doelen kunnen hebben: (1) het beschrijven van en consensus krijgen over de werking van het huidige geldstelsel; (2) het formuleren van principes waaraan het geldstelsel zou moeten voldoen; welke rol dienen geld en krediet in onze economie en maatschappij te vervullen?; (3) het onderzoeken welk geldstelsel het beste aansluit bij de geformuleerde principes en welke mogelijkheden ICT en digitalisering bieden; en (4) het beschrijven van verschillende transitiepaden. Op basis van deze informatie zou de Tweede Kamer een besluit kunnen nemen over de inrichting van het geldstelsel. De initiatiefnemers van Burgerinitiatief zijn vanzelfsprekend bereid aan dit boeiende proces mee te werken.

Pdf versie position paper (inclusief referenties)

Alles wat je moet weten over GELD

lunchlezing Geld (met SG)

De afgelopen weken heb ik bij vier studieverenigingen van de TU Delft een Studium Generale lunchlezing verzorgd over geld, krediet en bankieren. Veel positieve reacties ontvangen van studenten. In zo eenvoudig mogelijke termen heb ik geld proberen uit te leggen. Helaas kan jargon niet altijd worden vermeden. Zeker schaduwbankieren is omgeven met lastige terminologie (money market mutual funds, credit debt obligations, asset backed securities, etc). Na de zomer volgen er waarschijnlijk nog een paar lezingen op de TUD. In de tussentijd gaat mijn promotieonderzoek naar de doelen en de toekomst van geld gewoon door. Digitalisering en ICT bieden kansen geld opnieuw in te richten.

De toekomst van geld en krediet

aanbieding foto

Er gebeurt een hoop. Vorige week bood ik samen met theatergroep de Verleiders, Ad Broere en Ons Geld Collega’s Luuk de Waal Malefijt en Edgar Wortmann namens ruim 113.000 ondertekenaars het burgerinitiatief Ons Geld aan in Den Haag. Bovenstaande foto is op zichzelf al een resultaat (vrouwen zijn meer dan welkom zich aan te sluiten). De officiële tekst van het burgerinitiatief is geschreven door Edgar Wortmann en kan ik eenieder aanraden. Daarnaast zijn er vorige week drie stukken van mij gepubliceerd: De noodzakelijke transitie van de financiële sector (met Jan Rotmans op Follow the Money); Het mensbeeld in de economie kantelt (met Esther Somers op duurzaamnieuws); en een interview getiteld Geldschepping is een publiek taak (op Down to Earth).

Volgens mij komt er steeds meer ruimte voor nieuw economisch denken en heikele onderwerpen als monetaire hervorming. Als initiatiefnemers van het burgerinitiatief willen we vooral het maatschappelijk gesprek over de toekomst van geld en krediet aanwakkeren. Dit is hard nodig want deregulering, globalisering, de ideologie van winstmaximalisatie en digitalisering hebben geld, krediet en de financiële sector de afgelopen vier decennia doen ontsporen. Krediet en geld zijn tegenwoordig extreem mobiel. Hierdoor zijn toezichthouders, ondanks steeds complexere wetgeving, niet in staat traditioneel bankieren en schaduwbankieren (de creatie van geld uit krediet buiten de traditionele banksector) aan banden te leggen. We zullen ons denkkader moeten verbreden om tot werkelijke oplossingen te komen.

Wat mij betreft zijn de voorstellen tot monetaire hervorming een stap in de juiste richting maar zeker geen eindpunt. Er zijn steeds meer parktische bottom up initiatieven en boeken die laten zien hoe geld anders kan worden ingericht. Zo legt Jonathan McMillan in het boek The End of Banking – Money, Credit and the Digital Revolution (2014) helder uit wat er naast monetaire hervorming dient te gebeuren en hoe ICT en digitalisering gebruikt kunnen worden om voorbij bankieren te gaan (in de zin van de creatie van geld uit krediet). Marktliquiditeit kan in een digitaal tijdperk contractliquiditeit vervangen. In lijn met de voorstellen tot monetaire hervorming stelt McMillan dat geld tot het publieke domein en krediet tot het private domein, ofwel de markt, behoort. Om deze splitsing in te richten dienen accounting regels en monetaire sturingsinstrumenten heroverwogen en opnieuw ingericht te worden. Kortom, de ideeën worden steeds concreter en praktijk en theorie komen steeds dichter bij elkaar.

De komende tijd zal ik mij voornamelijk focussen op mijn proefschrift en er staan nog een paar optredens gepland. Kom gerust een keer luisteren en meedenken.

7 mei, Studium Generale, Delft, lunchlezing Money, Credit, and Banking

11 mei, Studium Generalen Delft, lunchlezing Money, Credit, and Banking

17 mei, Meijs op zondag, Breda, talkshow

20 mei, Studievereniging BSKA, Amsterdam, gesprek over economie en filosofie

29 mei, De Balie, Amsterdam, Geldschepping: de mythes, de feiten en de alternatieven

15 juni, De Catacomben, Den Haag, gesprek met Ad Broere

22 juni, academiegebouw Universiteit Utrecht, conferentie Geld dat werkt

26 juni, Pauluskerk, Rotterdam, Symposium ‘Ondersteboven!’ Naar een economie voor ons allen

30 juni, Het Instituut voor Zingevende Besliskunde & Studelta, Amsterdam, dialoogsessie duurzaam bankieren

Dam – De Alternatieve Munt

Gisteren kreeg ik het eerste  jaarverslag van Dam (De Alternatieve Munt) toegestuurd. Inmiddels heb ik dit document bestudeerd. Het is erg tof om te lezen hoe mensen gezamenlijk in actie komen en laten zien hoe het anders kan. In de praktijk wordt aangetoond dat het huidige geldsysteem geen natuurwet is. Alternatieven bestaan niet enkel in theorie, maar kunnen ook geïmplementeerd worden. Sterker nog, we kunnen zelf doen.

Ik verwacht dat er de komende jaren steeds meer (complementaire) munten zullen worden gebruikt. Internet en IT bieden ongekende mogelijkheden om het heft zelf in handen te nemen en het oligopolie van commerciële banken te doorbreken. Onvrede over het huidige financieel systeem zal dit proces alleen maar versnellen.

Wat is Dam precies? De Alternatieve Munt  is een online betaal- en handelsplatform in Rotterdam van ondernemers voor ondernemers. Het platform bestaat onafhankelijk van banken, biedt de mogelijkheid van rentevrij krediet en wil economische activiteit in Rotterdam stimuleren. De website en onderstaande plaat leggen helder uit hoe Dam werkt en hoe simpel het is zelf “geld” te creëren.

jahhbeib

De mythe van de ruilhandel

Dankzij de aanhoudende crisis wordt ons economisch denken langzaam maar zeker ontmaskerd. Steeds meer mensen verdiepen zich in de fundamenten van de economische wetenschap en komen er achter dat deze vaak ideologisch zijn. Bovendien wordt de economische geschiedenis opnieuw onderzocht en dit levert een hoop verrassende inzichten op.

Gisteren ben ik begonnen in het boek Schuld, de eerste 5000 jaar. In hoofdstuk 2 ontrafelt de schrijver David Graeber de mythe van ruilhandel. Dit is een uitstekend voorbeeld van hoe wij allemaal geïndoctrineerd worden. Iedere economiestudent leert tegenwoordig dat mensen eerst ruilhandel bedreven, vervolgens geld introduceerden om het economisch verkeer soepeler te laten verlopen en pas daarna kredietsystemen ontwikkelden waardoor virtueel geld kon ontstaan. Helaas blijkt dit onjuist te zijn.

Graeber stelt dat virtueel geld niets nieuws is. Sterker nog, het is zelfs de oorspronkelijk vorm van geld. Uit antropologisch en historisch onderzoek blijkt dat kredietsystemen, rekeningen en kostendeclaraties al millennialang bestaan. Sinds de ontcijfering van Egyptische hiërogliefen en Mesopotamische spijkerschriften is dit duidelijk. Deze teksten onthulden dat kredietsystemen duizenden jaren aan de uitvinding van muntgeld voorafgingen. Kredietsystemen zijn dus net zo oud als de beschaving zelf. Vroegere economieën stelden een rangorde van dingen op en gebruikten kredietsystemen om hun transacties bij te houden.

Graeber toont tevens aan dat de ruilhandel zoals die door Adam Smith is beschreven waarschijnlijk nooit heeft plaatsgevonden. Het is zelfs aannemelijk dat ruilhandel helemaal niet zo’n oud verschijnsel is, maar zich pas in moderne tijden heeft verspreid. Doorgaans vindt ruilhandel volgens Graeber plaats tussen mensen die vertrouwd zijn met het gebruik van geld, maar daar op een of andere reden niet veel van beschikbaar hebben. Ofwel, pas in moderne crisis tijden zijn mensen gaan ruilen.

Kortom, het is dus niet zo dat mensen eerst ruilhandel bedreven, daarna geld ontdekten en uiteindelijk kredietsystemen ontwikkeld hebben. Het is precies andersom gebeurd. Eerst kredietsystemen, toen geld en tenslotte waarschijnlijk pas ruilhandel. Dankzij Graeber heb ik iets geleerd en is er weer een mythe ontmaskerd.

ruilhandel