In het oog van de orkaan

Afgelopen woensdag kreeg ik bij de Nacht van de Nieuwe Macht het nieuwe boek van Jan Rotmans. Inmiddels heb ik het gelezen en een recensie geschreven. Deze recensie is op globalinfo.nl en duurzaamnieuws.nl verschenen en vindt u ook hieronder.

In het oog van de orkaan

In het oog van de orkaan is de titel van het nieuwe boek van Jan Rotmans. Dit boek leest ondanks wat herhalingen en een niet altijd even heldere structuur gemakkelijk weg en biedt handvatten voor de transitie naar duurzaamheid. De vele voorbeelden laten zien dat het anders kan en dat er al een groep in Nederland is die werkt vanuit andere waarden. Tevens wordt duidelijk dat de schrijver zelf radicaliseert.

Volgens Rotmans verdwijnen oude waarden en ontstaan nieuwe waarden in tijden van transitie. Op dit moment leven we in een kantelfase. Zo’n fase wordt gekenmerkt door crisis, instabiliteit, chaos en turbulentie. De huidige instabiele kantelperiode is een voorbode voor een lange periode van crises. Na de financieel-economische crises beginnen de echte ecologische crisis rondom grondstoffen, energie en klimaat. Deze stapeling van crises noemt Rotmans een zegen. Het zet de deuren open voor een radicale verandering naar een werkelijk duurzame samenleving. Crisis zijn een ideale voedingsbodem voor transities.

Veel mensen staan nu nog in het oog van de orkaan (vandaar de titel). Dit zal de komende tijd veranderen; steeds meer mensen zullen volgens Rotmans uit het oog stappen en de storm in alle hevigheid ervaren. Het komende decennium wordt een heftige periode, waarin krachten en tegenkrachten zich gaan mobiliseren. Rotmans voorspelt dat de nieuwe orde van onderop in alle hevigheid zal botsten met de bestaande orde van bovenaf. De spanningen zullen tot zeker 2020 hoog oplopen. Maar uiteindelijk zal de decentrale beweing een eigen regime gaan vormen en het pleit in zijn voordeel beslechten. Dat betekent niets minder dan een machtswisseling, en een verschuiving van de macht van de overheid naar de burger.

Rotmans heeft als hoogleraar transitiekunde vele transities bestudeerd. Dat maakt dit boek interessant. Hij geeft een aantal voorwaarden voor geslaagde transities: er moeten voldoende meekoppelende autonome trends, genoeg maatschappelijke druk op het regime, aandrang tot interne verandering en voldoende innovatieruimte zijn. Een transitie duurt circa twee generaties en verloopt beurtelings schoksgewijs en geleidelijk. In dit boek behandelt Rotmans verschillende sectoren; de gezondheidszorg, voedsel, gebiedsontwikkeling en energievoorziening. Gedegen legt hij uit waarom deze sectoren een crisis beleven. Zij conclusies zijn keihard. Ten aanzien van de zorg stelt hij:

Doorgaan met het lezen van “In het oog van de orkaan”

Nobelprijs?

nobel_economics_medium

Naar aanleiding van mijn blog van gisteren attendeerden een aantal mensen mij op de uitzonderlijke status van de Nobelprijs van Economie; deze prijs is eigenlijk een prijs van de Sveriges Riksbank – de Zweedse Centrale Bank – voor economie ter nagedachtenis aan Alfred Nobel en dus geen officiële Nobelprijs. Het verwarrende is dat de prijs wel wordt  uitgereikt op dezelfde ceremoniële gebeurtenis als de andere Nobelprijzen. Ik citeer graag Bernard Lietaer (bron) die dit dubieuze verhaal helder uitlegt:

“Challenging a paradigm in any field is always a risky business. In particular, challenging the monetary paradigm can be interpreted as violating an academic taboo. It somehow gets in the way in being invited to the top conferences or getting published in the most prestigious “peer-reviewed” journals. Let us take as example the most prestigious award of all, the “Nobel Prize in Economics”. Many people ignore that there is a significant difference between that economics prize and the other five established in 1901; the ones in physics, chemistry, medicine, literature and peace. The Economics prize is the only one that wasn’t created by the will of Alfred Nobel, nor is it funded by the Nobel Foundation. Its technical name is the “Sveriges Riksbank Prize in Economic Sciences in Memory of Alfred Nobel”, and it was first awarded in 1969. Its laureates are selected exclusively by the Board of the Swedish central bank, and its funding is coming from the
central bank. Is it surprising that none of the 64 Nobel Laureates in economics so far have made the mistake of challenging the monetary paradigm?”

En Lietaer stelt:

“Paul Krugman told the author personally in 2002 in Seoul, Korea, that he has always followed one piece of advice that his MIT professors had given him: “never touch the money system”. He did get the Nobel in 2008.”

Het disfunctionerende geldsysteem ter discussie stellen schijnt dus een taboe te zijn. Dit roept vragen op. Welke machten willen dit niet? En wat is een Nobelprijs eigenlijk waard als bepaalde essentiële economische onderwerpen niet mogen worden besproken? Zegt u het maar. Ik snap het niet meer…

Zelfonderzoek

Portret MJvdL

Bovenstaand een portret van mij geschilderd door mijn broertje Roel van der Linden. Dit is een zijweg in zijn oeuvre van zelfportretten. Roel heeft al honderden, zo niet duizenden zelfportretten geschilderd. Zelfportretten zijn een instrument voor zelfonderzoek; zij bieden de mogelijkheid objectief naar jezelf te kijken.

Roel kijkt al jaren naar zichzelf, niet per se in de letterlijke zin, hij onderzoekt zijn motieven. Hij vraagt zich af waarom hij doet. In zijn geval schilderen. Hij vraagt zich dus af waarom hij schildert. Hij schreef onlangs:

“Hoe meer ik bezig ben met schilderen, hoe meer schilder ik word, hoe meer ik mijzelf ga vereenzelvigen met de schilderkunst. Al kan ik puur theoretisch niet meer of minder schilder zijn, ik ben me in ieder geval meer bewust dat ik schilder en wat dat betekent. Door het observeren van mezelf ten opzichte van de schilderkunst kan ik een voorlopige conclusie trekken; ik schilder uiteindelijk zonder reden; ik schilder om het schilderen. Maar er zijn wel natuurlijke noodzakelijkheden: ik wil/moet gezien worden om te kunnen overleven, om mezelf en mijn schilderijen te kunnen voortplanten. Er lijkt dus een soort biologische noodzaak (doel) te bestaan: voortplanting. In feite is dit logisch, mijn schilderijen komen voort uit de schilderkunst en ik wil op mijn beurt de schilderkunst beïnvloeden met mijn schilderijen, daaruit volgt de voortplanting van de schilderijen. De kans mezelf voort te planten wordt ook vergroot door een toenemende macht van mijn schilderijen en de daarbij behorende toename van macht voor de schilder. Meer macht betekent meer voortplantingskansen. Waarom dat uiteindelijk allemaal is, is een raadsel en niet te begrijpen, er lijkt geen doel te zijn anders dan ‘bestaan’. Dit geldt voor zowel de schilderijen als voor de schilder. Het doel van het leven is het leven zelf. Dit alles schilder ik, inclusief twijfels.”

Roel zelfportret

Schilderen lijkt op filosofie. Socrates zijn lijfspreuk was “γνῶθι σεαυτόν”. Ofwel “ken uzelf”. Ruim 2400 jaar geleden spoorde hij zijn stadgenoten aan tot zelfonderzoek en moedigde hij hen aan tot het verbeteren van hun innerlijk. Socrates bleef hen bestoken met vragen om hen hun eigen onwetendheid te laten inzien. Hij stelde:

“Een niet onderzocht leven is niet de moeite waard geleefd te worden.”

Ook in onze tijd is zelfonderzoek nodig. Door zelfonderzoek leren we dat we onszelf nooit helemaal kunnen kennen. Wijzelf en onze omgeving veranderen namelijk constant. Ik denk dat juist door jezelf te schilderen of te tekenen en over het ‘ik’ te filosoferen, een mens zichzelf kan overstijgen. Juist door een zelfportret kan de eenheid van het leven duidelijk worden. Juist door zelfanalyse blijkt dat het ‘ik’ een deel van het geheel is. Juist door zelfonderzoek kom je erachter dat je niet het middelpunt van de wereld bent, maar een onderdeel. Kortom, laten we onszelf onderzoeken en onszelf vooral niet te serieus nemen. Pas dan verandert ons wereldbeeld en daarmee de wereld…

IJsland als voorbeeld

ijsland

Onlangs schreef ik blogs over de Pots and Pans Revolution en Full Reserve Banking. Nu komen deze samen. IJsland is wat mij betreft het voorbeeld hoe politiek en financieel wanbeleid aangepakt dient te worden. Na de financiële ineenstorting in 2008 heeft het land onder andere een nieuwe grondwet geschreven, is corruptie aangepakt, zijn hebzuchtige bankiers berecht en is macht gedecentraliseerd. En IJslanders gaan gewoon door met het democratiseren van hun land. De volgende stap is het verbeteren van de geldcreatie. Een paar dagen geleden is er in het Althing, het IJslandse parlement, een motie aangenomen om Full Reserve Banking te onderzoeken. Deze luidt:

“Althing concludes that the minister of finance will form a committee of specialists to research how the separation of money creation and loan function of the banking system can be achieved by limiting banks’ ability to create new deposits through lending.”

Verschillende internationale monetaire specialisten, zoals Stephen Zarlenga, Richard Werner en Ben Dyson, hebben een positief advies uitgebracht. Alle 12 adviezen zijn online te lezen. Alleen de Centrale Bank en de Financial Service Association hebben een negatief advies uitgebracht…. Deze machtsinstituten beschermen het bestaande systeem en zijn niet op zoek naar een beter systeem. In Nederland is dit niet anders. De DNB streeft naar stabiliteit van het bestaande financiële systeem en daarom verandert er nauwelijks iets. Pas indien burgers zich er tegenaan gaan bemoeien – zoals het hoort in een democratie – zal er een beter duurzamer financieel systeem komen. IJslanders zijn wat dat betreft verder dan Nederlanders. Wij slapen nog en denken dat anderen de problemen gaan oplossen. Dit is de reden waarom de crisis in Nederland – en de rest van Europa – doorettert. Machtsvraagstukken en structurele veranderingen worden vermeden. Fundamentele vraagstukken worden niet eens besproken. Angst en politieke correctheid heersen. IJsland laat zien dat het anders kan. Dat is klasse.

Voor meer info over deze IJslandse motie, zie de website van Positive Money.

De crisis oplossen

Hoe komen wij dan aan ons huidige geldsysteem? zult u zich misschien geregeld afvragen. Dat is een goede vraag die vele politici, economen en bankiers tegenwoordig ontwijken. Zij doen net alsof er maar één geldsysteem mogelijk is, alsof ons geld ons heeft gekozen, alsof het een natuurwet is, een gegeven. Dit is het niet. Mensen hebben in het verleden dit geldsysteem ontwikkeld en het zijn mensen die eraan vasthouden. Ik stel dat er diverse alternatieven zijn die de financiële crisis in een keer kunnen oplossen. Een voorbeeld: de introductie van een munt met negatieve rente. Dit is een beproefd concept dat afkomt van Sylvio Gesell (1862-1930).

Gesell noemde zichzelf vrij-econoom en verwierp honderd jaar geleden al het huidige geldstelsel met rente, omdat binnen dit systeem degenen met geld beloond worden zonder dat zij daarvoor een inspanning leveren. Om deze reden stelde Gesell een negatieve rente voor: voor het gebruik van geld moest net zoals voor het gebruik van elektriciteit of de telefoon worden betaald. Naarmate je geld langer in je zak houdt, moet je er meer voor betalen. Gesell zag mijn inziens toen al in dat de waarde van geld met name in zijn functie als ruilmiddel zit. 

Een geslaagd praktijkvoorbeeld. In 1932 werd de burgemeester van het Oostenrijkse plaatsje Wörgl, die de prachtige naam Untenguggenberger droeg, geconfronteerd met hoge werkloosheid en veel onbevredigde behoeften in zijn gemeente. Omdat hij slechts een klein bedrag aan schillingen in kas had, besloot hij met behulp van de lokale spaarbank zijn eigen alternatieve muntsoort te creëren. Arbeiders die voor de gemeente werkten werden betaald in vrijgeld. De omloopsnelheid van dit vrijgeld werd gestimuleerd doordat op het vasthouden van deze biljetten een negatieve rente werd geheven. Indien je het vrijgeld niet uitgaf, maar in je portemonnee liet zitten, verloor het dus zijn waarde. Precies zoals Gesell had bedacht. Door de negatieve rente kwam het economisch verkeer in Wörgl razendsnel op gang. De omloopsnelheid van deze vrijgeldbankbiljetten was zo groot dat er naar verluidt in enkele maanden een marktomzet ontstond van $7,5 miljoen. De investeringen liepen in een jaar op met meer dan 200 procent. De werkloosheid daalde van 30% naar een marginaal niveau. Rekeningen en belastingen werden meteen betaald en achterstallig onderhoud werd uitgevoerd. Vrijgeld bevorderde niet alleen de gemeenschapseconomie, maar ook de traditionele economie, die wel bleef werken met schillingen. Het succes was overweldigend.

In de jaren dertig waren er veel van dergelijke initiatieven en nog vele andere gemeenten wilden het negatieve rente concept kopiëren. Maar de Centrale Bank van Oostenrijk verbood alle projecten, omdat er concurrentie met de nationale monetaire autoriteiten plaats vond. Wederom blijkt dat geld en macht onverbiddelijk met elkaar verbonden zijn. Monetaire decentralisatie wordt gezien als een bedreiging van de centrale macht. Dankzij IT zijn de mogelijkheden voor lokale geldsystemen zonder rente echter groter dan ooit te voren. Mogelijk dat Gesell’s ideeën alsnog voet aan de grond krijgen. Tijdgenoten Irving Fisher (1867-1947) en John Maynard Keynes (1883-1946) erkenden zijn gelijk al. De laatste schijnt zelfs over deze vrij-econoom gezegd te hebben:

“De toekomst zal meer leren van Gesell dan van Marx.”

Laten we experimenteren met andere geldsystemen met het doel een beter systeem te ontwikkelen. Binnen het huidige paradigma wordt de financiële crisis niet opgelost. Het kan anders. Het kan beter. 

Panopticon

Panopticon is een documentaire van Peter Vlemmix over privacy. Hij laat zien hoe nieuwe technologieën onze privacy aantasten en dat wij daar vaak vrijwillig aan meewerken. De term Panopticon vind ik interessant. Panopticon komt van de filosoof Jeremy Bentham (1748-1832). Hij gebruikte de term voor een ronde gevangenis met een wachttoren in het midden.

Gevangenen worden in een Panopticon overheerst door ze constant het gevoel te geven dat ze bekeken en gecontroleerd worden, zonder dat ze zelf doorhebben of ze ook werkelijk bekeken en gecontroleerd worden. Ze weten niet of de bewaker werkelijk naar hen kijkt. De disciplinerende macht is dus constant aanwezig, maar onzichtbaar. Dit machtsprincipe werd en wordt nog steeds op veel plekken op verschillende manieren toegepast.

Michel Foucault (1926-1984) gebruikte de term panoptisme om aan te duiden dat het subject tot het principe van zijn eigen onderwerping wordt. Discipline, bewaking, inperking en training zijn volgens Foucault tegenwoordig de meest succesvolle vormen van machtsuitoefening. Niet geweld maar beïnvloeding van het innerlijk leven van het subject staat dus centraal.

Vlemmix wil ons attenderen op de afname van onze privacy en de gevolgen. Net als Foucault laat hij zien dat we gedisciplineerde subjecten zijn, maar dat dit niet betekent dat wij geheel onvrij zijn. Door ons te verdiepen in onze privacy kunnen we weten hoe we bestuurd worden en zeggen dat wij niet willen worden bestuurd zoals we nu worden bestuurd. Wij mogen – en moeten – bestaande concepten en machten ter discussie blijven stellen en aanpassen om vrijheid te behouden. In de documentaire wordt helder dat Nederlanders heel anders tegenover privacy staan dan Duitsers. Wij zijn wat laks volgens Vemmix. Het Duitse verleden houdt Duitsers scherp op aantasting van hun privacy. Of overdrijven zij?  Ik weet het niet. Oordeel zelf. Bekijk Panopticon.

$1.000.000.000.000.000 derivaten

Volgens The Real News is de derivatenmarkt inmiddels one quadrillion dollar waard. In het Nederlands is dit 1 biljard dollar ofwel $1.000.000.000.000.000. Dit leek mij een sterk verhaal en daarom heb ik de statistieken van de Bank of International Settlements geraadpleegd. Volgens de BIS bedroegen de over-the-counter derivatives in december 2011 $647.763.000.000.000 (bron). Ongeveer 10 keer de omvang van de wereldeconomie.  Het zou dus toch wel eens kunnen kloppen….  Kokogaik maakt deze enorme bedragen met behulp van plaatjes visueel. Bovenstaand een afbeelding van iets meer dan one quadrillion pennies (1 penny is $0,01)  met een waarde van $10.000.670.883.840. De derivatenmarkt is dus 60 tot 100 maal zo groot.

In onderstaand interview legt Marcus Stanley (Policy Director of Americans for Financial Reform) uit waarom het zo moeilijk is de derivatenmarkt te reguleren. Ten eerste hebben derivaten geen thuis: zij kunnen eenvoudig van New York naar Londen of naar Singapore overgeboekt worden. Ten tweede zijn de belangen groot: bestaande machten willen hun positie niet zomaar opgeven en doen er alles aan wetgeving te voorkomen.

Vreemd genoeg kijken ook de meeste Nederlandse politici weg. Er wordt bezuinigd terwijl financiële markten zo lek zijn als een mandje. Nog steeds verdienen handelaren en speculanten miljoenen. Nog steeds is het eenvoudiger geld te verdienen met speculatie dan geld te verdienen met waarde toevoegen in de reële economie. Het is zoals Marcus Stanley uitlegt een misvatting te denken dat derivatenhandel een zero sum game is. Het klopt dat er tegenover elke winnaar op derivatenmarkten een verliezer staat. Dit betekent echter niet dat er geen gevolgen zijn in de reële wereld. Derivaten kunnen faillissementen veroorzaken en zelfs het hele financiële systeem en de wereldeconomie in gevaar brengen. Nog steeds kan ik verdienen aan het bankroet van een land of een grootbank. Zolang dat zo is, bestaan er prikkels om dit te stimuleren door bijvoorbeeld geruchten te verspreiden over tekorten en falend bestuur. Het is naïef te denken dat dit niet gebeurt. Gelukkig kan het anders. Speculatie aan banden leggen is technisch en juridisch mogelijk. Nu nog politieke wil en daadkracht.

IJslandse opstand als voorbeeld

In IJsland zijn burgers na de economische crash in opstand gekomen tegen banken en tegen de eigen regering. Het resultaat na vier jaar is verbluffend: een nieuwe grondwet is geschreven, corruptie is aangepakt, bankiers berecht, er is meer democratische participatie, macht wordt gedeeld in plaats van gecentraliseerd, de wisdom of crowds wordt gebruikt om betere besluiten te nemen, en bovendien hebben de inwoners van Ijsland niet hoeven opdraaien voor de bankschulden.  De documentaire Pots, Pans and Other Solutions geeft een aardig beeld van de opstand en laat zien dat er andere oplossingen mogelijk zijn.

Hoe anders is het in Nederland. Wat verandert er weinig. Wij hervormen nauwelijks, terwijl wij  best wel weten dat drastische veranderingen noodzakelijk zijn om een duurzame, democratische en solidaire samenleving te realiseren. Nog steeds wordt vrijheid in Nederland gebruikt zonder verantwoordelijkheid. Nog steeds worden politieke beslissingen genomen door commerciële bedrijven. Zo is onze geldcreatie bijvoorbeeld nog steeds in handen van winstmaximaliserende banken. Het debat is zelfs nog niet geopend. Dit moet (en kan) anders.

Wij kunnen een hoop leren van IJsland. In de documentaire wordt gesteld dat de dreiging van een revolutie de enige manier is om machthebbers te dwingen macht te delen en hervormingen door te voeren. Het mag duidelijk zijn dat bestaande machten niet snel hun positie zullen opgeven. Het is tijd om wakker te worden en in actie te komen. Het is tijd om zelf na te denken in plaats van denken uit te besteden aan machthebbers. Zonder kritisch bewustzijn, geen verandering.

Verstarde machtsverhoudingen

Verstarde machtsverhoudingen zijn het belangrijkste probleem in onze samenleving: zij zorgen ervoor dat de strijd om vrijheid gestaakt wordt. Dit is niets nieuws, de Oude Grieken wisten al dat overheersing periculeus is. Zo werd van 506 tot 415 voor Christus in de Atheense democratie ostracisme toegepast om overheersing te voorkomen en de strijd voort te laten gaan. Ostracisme was een stemprocedure in de volksvergadering om politieke leiders die men te machtig vond voor tien jaar te verbannen. Het werkte heel eenvoudig: je kon de naam van een politiek leider op een stuk gebroken aardewerk schrijven, indien er minimaal 6.000 stuks waren beschreven, werd de persoon voor tien jaar verbannen uit Athene. Wel behield deze persoon zijn bezittingen en burgerrechten.

Laten we eens naar macht in onze eigen tijd kijken. Onmiddelijk valt op dat vele machtsverhoudingen verstard zijn. Met name economische machtsverhoudingen veranderen nauwelijks: sinds jaar en dag heersen dezelfde bedrijven in kernsectoren als energie, bankieren, transport en voedsel. In feite zijn vele markten oligopolies – een oligopolie is situatie waarin een klein aantal producenten de markt beheerst -. Wij kennen tegenwoordig zelfs vele bedrijven die zo machtig zijn dat zij too big to fail worden genoemd. Dit alles uiterst dubieus. Een quote van William Godwin (1756- 1836) om dit te verhelderen:

“De accumulatie van bezit ondermijnt de kracht van het denken, de vonk van het genie wordt erdoor gedoofd, het merendeel van de mensen verdrinkt daardoor in miezerige zorgen. De rijke verliest zo de beste en krachtigste drijfveer.”

Te grote partijen zijn dus het probleem; zij strijden niet, maar overheersen. Wat moet er gebeuren? Michel Foucault (1926 – 1984) merkt op:

“Je verzetten tegen overheersing, dat is vrijheid.”

Eigenlijk zou iedereen der Wille zur Macht moeten laten spreken. Indien dat gebeurt, is er geen onderdrukking meer, maar zijn er nog slechts machtsverhoudingen waarin eenieder constant de mogelijk heeft te ontsnappen. Een constante strijd om vrijheid betekent constante vrijheid. Het doel is niet dat iemand de beste wordt, maar het doel is voortdurende omkering van voorsprong, zodat mensen steeds hoger komen. Het is belangrijk te beseffen is dat de strijd moet blijven voortduren en dus kan niet gericht zijn op de vernietiging van de (tegenst)ander.

In mijn ogen is het ons gezamenlijke doel om een wereldgemeenschap van vrije individuen te stichten. Overheersing mag hierin geen rol spelen, want overheersing betekent een beperking van vrijheid. Wij mogen nooit vergeten dat macht en overheersing van elkaar verschillen. Macht zal altijd bestaan; het betreft de invloed die mensen in relaties op elkaar uitoefenen. Overheersing dient echter bestreden worden. Herbert Marcuse (1898 – 1979) stelt:

“Waar het om gaat is niet zozeer, wie er heerst, maar hoe men de heersenden beïnvloedt en onder controle brengt.”  

Vele denkers uit het verleden, zoals Heraclitus, Hobbes, Nietzsche, Freud, Schopenhauer en Darwin hebben de wereld voorgesteld als een gevecht om macht, in feite bedoelden zij dat iedereen vrijheid wil bereiken. Dit kan in een wereld waar machtsverhoudingen niet verstard zijn. Er moet nog veel veranderen om dit te bereiken, maar het moet.Wij zullen ook een manier vinden om economisch te machtigen aan te pakken.

De last van het geld

Deze diashow vereist JavaScript.

Ik trof mij aan in een geldwereld. Ik ben erin terechtgekomen. Ik kan er niet uit. ‘Waarom draait mijn leven om geld?’ vraag ik mij geregeld af. ‘Waarom mag ik zonder geld niet meespelen?’ Zonder geld geen eten, geen huis, geen land, geen energie, geen vervoer, geen kleding en soms zelfs geen water. Zonder geld niets. Het geldsysteem heeft mij gegijzeld. Ik moet mee met de logica van het geld, zoals een aangelijnde hond mee moet met zijn baasje. Wat rest mij als geldhond anders dan een zoektocht naar de waarheid van geld te beginnen?

Deze tekeningen heb ik gemaakt om de druk van geld uit te beelden. We gaan gebukt onder deze druk. Vele medemensen hebben geldzorgen. Een kleine groep baseert zijn macht op geld. Geld maakt het mogelijk macht door tijd en ruimte te verplaatsen. Enerzijds kan ik stellen dat geld het leven op aarde gemakkelijker maakt; geld is een prima ruilmiddel. Anderzijds ontstaat door de combinatie van geld en eigendom de mogelijkheid elkaar uit te baten. Geld is dus niet alleen een bindmiddel, maar ook een uitbuitingsmiddel. Ik kan anderen inhuren om aan de waardevermeerdering van mijn privé-eigendom te werken. Dit trucje is de meest voorkomende vorm van uitbuiting op aarde en staat feitelijk vrijheid van alle mensen in de weg

Inmiddels weet ik dat geld minstens twee illusies met zich meebrengt. De eerste bestaat erin dat we geneigd zijn de waarde van dingen af te meten aan hun prijs; de tweede is dat we niet goed de waarde van dingen beseffen wanneer ze geen prijs hebben. Het is anno 2012 glashelder dat wij niet in staat zijn de ecologische en sociale waarde van een product of dienst in monetaire eenheden uit te drukken. De waarde uitgedrukt in geld misleidt ons.

Het is dus een illusie te denken dat geld ons kan vertellen wat goed en slecht is. Een positieve business case zegt niets. Wij zijn vergeten dat geld slechts een middel is en zelf geen intrinsieke waarde heeft. Een voorbeeld: alleen in geld uitgedrukt is het efficiënt paperclips, kerstballen en kleding te fabriceren in China en deze vervolgens naar Europa te transporteren. Qua tijd, materie en energie zijn deze productieketens uiterst verspillend. Ik stel dat de geldefficiëntie de afgelopen paar honderd jaar is gestegen, omdat wij ons hierop gefocust hebben, maar dat de tijd-, materie- en energie-efficiëntie – die veel belangrijker zijn – de afgelopen decennia zijn gedaald. Nagenoeg al onze productieketens zijn anno 2012 verspillend. En dus oneconomisch.

Samengevat, marktprijzen geven niet weer wat iets waard is. Het is simpelweg onmogelijk om alle ecologische en sociale kosten toe te rekenen aan de prijs van een product of dienst. De conclusie is dan ook genadeloos: het huidige geld is waardeloos om waarden uit te drukken. Laten we dus niet langer gebukt gaan onder de last van dit middel, maar andere waardesystemen ontwikkelen. Het kan (en moet) anders!