Verandering van tijdperk

verandering_tijdperk

Afgelopen donderdag presenteerde Jan Rotmans zijn nieuwe boek Verandering van Tijdperk. Nederland kantelt. In de zomermaanden heb ik samen met Jan en Helen Toxopeus het hoofdstuk over de financiële sector voor dit boek geschreven. Dit was een interessante en leerzame exercitie omdat we alledrie verschillende specialisaties hebben en soms wat verschillen in radicaalheid. Wat ik erg aan Jan waardeer, is (naast zijn inhoudelijke kennis) zijn moed om zijn radicale inzichten in het publieke debat te verkondigen. Dat is lang niet iedereen gegeven. Op deze blog probeer ik zelf parrhesia – παρρησία – te beoefenen. Dit betekent zoiets als vrijmoedig waarheidspreken, dus zonder jargon en los van machtsstructuren. Parrhesia stamt uit de Griekse Oudheid. Foucault analyseert dit begrip in zijn boek De Moed tot Waarheid in detail en concludeert dat parrhesia langzaam maar zeker verloren is gegaan in het publieke en politieke domein. Jan Rotmans doet wat mij betreft een geslaagde poging om dit proces te keren door simpelweg te benoemen wat er gaande is en uit te leggen hoe radicale oplossingen geïmplementeerd kunnen worden.

Gisteren heb ik Verandering van Tijdperk in zijn geheel gelezen. Twee dingen wil ik hier opmerken. Ten eerste Rotmans’ notie van macht. De afgelopen jaren heb ik mij geregeld geërgerd aan allerlei weldoeners, wereldverbeteraars en duurzaamheidsdenkers die angst hebben het machtspodium te betreden en/of macht afdoen als iets ouderwets. Nooit kon ik echt helder uitleggen waarom macht wel belangrijk is, en zelfs positief kan zijn. Rotmans’ uitleg was voor mij verhelderend (pagina 43):

‘Macht heeft binnen de nieuwe orde een negatieve connotatie, omdat het wordt geassocieerd met de oude orde. Het wordt door de nieuwe orde gezien als negatief, behoudend of zelfs eng, maar macht kan ook in positieve zin worden aangewend. We onderscheiden verschillende soorten macht: (1) gevestigde macht; (2) destructieve macht; (3) innovatieve macht; en (4) transformatieve macht. De eerste twee spreken voor zich. Met innovatieve macht bedoelen we het ontdekken of creëren van nieuwe hulpbronnen. En transformatieve macht is het vermogen om de verdeling van hulpbronnen te veranderen.’

De laatste twee zijn volgens Rotmans noodzakelijk om de transitie naar een duurzame samenleving te versnellen. Vooral de transformatieve macht is nu belangrijk en dat vraagt onder andere om (betere) samenwerking, kennis delen en samen ontwikkelen, slimmere organisaties, het opheffen van organisaties die erop gericht zijn zichzelf in stand te houden, lobbymacht organiseren en nieuwe vormen innovatieve vormen van financiering ontwikkelen en stimuleren. 

Een tweede punt dat ik hier wil aanstippen is Rotmans’ verhaal over zijn persoonlijke ervaring met het onderwijs. Hij zegt dat hij zich altijd out of place en out of time voelde (pagina 52):

‘Nooit paste ik in het schoolsysteem, nooit werd ik echt geraakt en gestimuleerd, eerder afgeremd en gedemotiveerd. . . Pas na mijn schooltijd kon ik voluit gaan. . . Het gaat ook niet zozeer om mijn geval, maar ik wil hiermee illustreren dat de potentie van veel leerlingen in dit systeem onderbenut blijft. En dat gaat ten koste van het plezier en de motivatie en dat is zonde.’

In dit betoog herken ik mijzelf. Ook ik vond school vaak saai, onzinnig en afremmend. Helaas kom ik nog steeds jongeren tegen die dezelfde ervaring hebben. Dit probleem is dus niet opgelost en mogelijk zelfs verergerd. Een radicale verandering van het onderwijs is nu nodig. Rotmans stelt dat de volgende uitgangspunten voor het onderwijs 3.0 voor: leraar en leerling centraal; persoonsgerichte ontwikkeling; ruimte voor professionals; balans tussen kennis en competentie; stimulerend en motiverend; zo weinig mogelijk bureaucratie. Dit betekent dat er veel meer vrijheid moet komen om zelf onderwijs op te zetten. Scholen en met name leraren zouden zelf moeten mogen kiezen welke leermethode er het best bij hun levensvisie en bij hun leerlingen past. Kortom, een revolutie van onderop is nodig, niet alleen in het onderwijs, maar in een hele hoop sectoren. Zonder moed gaat dit niet lukken. Lees Verandering van Tijdperk. Nederland kantelt of bekijk de nederlandkantelt.nl voor meer transitielessen.

(R)evolutie in het economie onderwijs

De afgelopen tijd zijn er steeds meer internationale studentenbewegingen die verandering van het economie onderwijs eisen; ze vragen zich hardop af wat economie eigenlijk is en hoe het curriculum eruit zou moeten zien. Hier een kort overzicht met drie internationale voorbeelden: The International Student Initiative for Pluralism in Economics The Post-Crash Economics Society (PCES) en het Curriculum in Open-access Resources in Economics (CORE) project

Het CORE project stelt drie kloven te willen dichten, te weten:

“The gap between what economists now know and what we teach undergraduates. The gap between the questions we are being pressed to answer by the public (including the questions that brought students into our classrooms) and the often-unrelated content of our curriculum. The gap between conventional text-and-lecture methods and available low-cost, individualised and interactive learning technologies.”

In Manchester heeft de plaatselijke universiteit vorige maand een rapport uitgebracht met de veelzeggende titel Economics, Education and Unlearning. Dit naar aanleiding van eerdere studentenprotesten. De belangrijkste conclusie:

“In conclusion, the University must ensure that the academic environment within the Economics Department is open and representative of the diversity of economics. This is the only way we can produce economists of the calibre needed to face approaching economic challenges. The cost of maintaining the status quo is too high.”

De 44 groepen uit 20 landen die een open brief hebben geschreven voor meer diversiteit in het economieonderwijs eisen drie vormen van pluralisme: theoretisch, methodologisch en interdisciplinair. Dit is zeer terecht. Zelf heb ik gestudeerd aan de Universiteit van Tilburg (1999-2004) en aan den lijve ondervonden hoe ideologisch en beperkt het economie onderwijs is. Pas na mijn studie ben ik in contact gekomen met alternatieve denkrichtingen en analyses. En ondanks de crisis lijkt er weinig te zijn veranderd. Ook nu nog hoor ik geregeld klachten van economiestudenten over de beperktheid van het economie curriculum. Het is daarom erg jammer dat het in Nederland nog erg stil rondom deze broodnodige discussie… Wie wil?

Screen-Shot-2014-04-23-at-22.32.48

Where does money come from?

Quite often I give talks about money creation and quite often people do not believe that banks create money out of nothing. In this video of less than two minutes two economists, Dirk Bezemer (Associate Professor, University of Groningen) and Michael Kumhof (IMF Economist), give a short and clear explanation of the process of money creation. It’s s so simple that most people can hardly believe it. The American economist John Kenneth Galbraith (1908- 2006) once famously wrote:

“The study of money, above all other fields in economics, is one in which complexity is used to disguise truth or to evade truth, not to reveal it. The process by which banks create money is so simple the mind is repelled. With something so important, a deeper mystery seems only decent.” 

In my opinion we can’t solve the economic crisis without understanding the proces of money creation. Every citizen of a democracy should be able to answer the question “Where does money come from?” If you don’t know the answer, watch this video.

Painting Has Changed My Life

These paintings continue to fascinate me, not because of their quality but because of their maker. First have a look.

Deze diashow vereist JavaScript.

Do you know who is the painter? It is the 43rd President of the United States. These paintings are made by the man who started wars in Iraq and Afghanistan, and after 9/11 spoke  the famous words: ‘go out and shop’. I find it quite remarkable that George W. Bush makes such innocent paintings after his heavy life. All the time I ask myself questions like ‘why dogs? Why not war victims? Or world problems?’

In an interview he tells: ‘Painting has changed my life’. Could I believe him? Did he really change? I don’t know. I hope George will make some paintings that show us the dark side of men in the near future. Painting is an excellent way to do self research. Go for it George! I’m looking forward for paintings that investigate power and destruction. Yes, you can!

Regeerakkoord getuigt van intellectuele luiheid en lafheid

Vanmorgen heb ik het regeerakkoord doorgebladerd en gisteren heb ik 97% Owned bekeken. Wat ’n verschil. De documentaire 97% Owned  is een sterke analyse waarin wordt aangetoond dat democratische controle over de geldcreatie en allocatie noodzakelijk is om de financiële, ecologische en sociale crisis op te lossen. Zonder verandering, blijven we doormodderen, blijft geld van mensen naar banken en hun aandeelhouders stromen en blijven we geld creëren voor onduurzame productie. Het kan gelukkig anders. Het is mogelijk geldcreatie en bankieren te scheiden. Democratisch kan worden besloten hoeveel nieuw geld er voor welke productiesectoren komt.

Vreemd genoeg bespreken politici en zelfs zogenaamde topeconomen dit nauwelijks. Ik zie hen vaak publiekelijk falen als zij praten over het geldsysteem en de economie. Hun oude kennis voldoet niet langer. Zij begrijpen niet waar geld vandaan komt. En omdat zij dit niet begrijpen, verkondigen zij voortdurend onwaarheden. Het logische gevolg is dat bijna geen enkele Nederlander snapt hoe het geldsysteem werkt. Weet u dat 95-98% van het geld in westerse landen tegenwoordig digitaal is en dat dit geld door banken uit het niets gecreëerd is?

Zolang zo velen niet weten hoe digitale geldcreatie werkt, kunnen wij de crises niet oplossen. In het regeerakkoord komen de woorden geldcreatie en geldschepping zelfs helemaal niet voor. Dit getuigt van intellectuele luiheid en lafheid van onze democratisch gekozen politici. Geldcreatie wordt totaal genegeerd, terwijl dit onderwerp begin 21ste eeuw het belangrijkste economische, sociale en politiek vraagstuk is. Wie regeert over ons geld: de democratie of commerciële banken?

Journalisten en politici moeten hun geldkennis bijspijkeren

De vraag ‘wat is geld eigenlijk?’ komt steeds vaker in het mainstream nieuws en dit is broodnodig. Het monopolie van private banken om geld te creëren (tegen rente) is namelijk het grootste probleem en moet aan banden gelegd worden. Zonder aanpassing van het geldsysteem zijn de financiële, economische – en mogelijk zelfs de ecologische – crises niet op te lossen.

Een paar voorbeelden van nieuwsberichten in de mainstream media. Vorige week (14 augustus) stond bovenstaande column van Arnon Grunberg in de Volkskrant. Helder legt hij uit hoe eenvoudig geldcreatie is. Ook in the Financiel Times en the Independent stonden onlangs columns.

Er is veel informatie beschikbaar. Het is tijd dat politici en journalisten (en economen en bankiers) hun kennis bijspijkeren. Nog een paar leestips: David Graeber, Schuld, de eerste 5.000 jaar, 2012New Economic Foundation, Where does money come from?, 2011 en het IMF paper The Chicago Plan Revisited. In dit paper dat op 1 augustus 2012 is uitgekomen pleiten de auteurs voor full reserve bankng. Dit vind ik zeer opmerkelijk. Positivemoney heeft een helder stuk geschreven over full reserve banking in begrijpelijk Engels.

We mogen intellectuele luiheid niet laten heersen; oude kennis voldoet immers niet meer; nieuwe kennis is nodig om de crises op te lossen. Het is duidelijk dat de waarheid een proces in wording is. Dit ervaren wij allemaal tijdens onze levens. Ik ben er de afgelopen jaren langzaam maar zeker achtergekomen dat tijdens mijn studie bedrijfseconomie en mijn werk bij ING slechts een klein gedeelte van de waarheid is belicht. Anders geformuleerd, er is meer te leren en dit is goed nieuws. Ter afsluiting een quote van Alistair Smith:

“At times of change, the learners are the ones who will inherit the world, while the knowers will be beautifully prepared for a world which no longer exists.” 

We hebben meer Socratessen nodig

Wij leven in een wereld waarin wij verplicht worden positief te zijn. Sterker nog, zaken in twijfel trekken wordt gezien als negatief. Karl Popper stelde:

“Optimism is a moral duty.”

Tegenwoordig is onze positiviteit doorgeslagen en hierdoor gaan wij keer op keer de fout in, vooral in het bedrijfsleven. Enron, Madoff, subprime mortgages, Liborgate, vastgoedfraude, allemaal voorbeelden van het blind accepteren van de situatie. Niemand stelde vragen. Iedereen volgde. Niemand wil de sfeer bederven door te vragen: ‘Hoezo is dit goed? Is dit rechtvaardig?’ Niemand zei: ‘Dit is schandalig! Kappen!’

Wij hebben meer Socratessen nodig om dit patroon te doorbreken. Meer vragenstellers. Meer onderzoekers. Meer twijfelaars. Socrates zei:

“Een leven dat niet wordt onderzocht is de moeite van het leven niet waard.”

Onderstaand filmpje legt helder uit dat zowel het communisme als het kapitalisme de neiging hebben te positief te zijn. Ook de financiële crisis is het resultaat van verplicht optimisme. Mensen die vraagtekens zetten bij de constante stijging van de huizenprijzen werden voor de crisis genegeerd of zelfs ontslagen. Jarenlang ontvingen bankiers premies, profiteerden de kopers van de – tijdelijke – stijging van de huizenprijzen, behaalden handige handelaren winsten door de slechte hypotheken te verpakken, een mooi verhaal te bedenken en de pakketten door te verkopen. Iedereen imiteerde. Iedereen gebruikte verkeerde modellen met onjuiste aannames. Iedereen geloofde in onrealistische groei.

Opvallend genoeg leren wij niets. Nog steeds prediken nagenoeg alle politici en beleidseconomen economische groei, terwijl oneindige groei op een eindige planeet onmogelijk is. Dit dogma is alleen te doorbreken door vragen te stellen. Dit is niet negatief, maar realistisch.

Beyond Rating Agencies

Het oordeel over goed en slecht wordt tegenwoordig geveld door credit rating agencies – in het Nederlands kredietbeoordelaren. Zij bepalen of landen en bedrijven kapitaal krijgen of niet. Vreemd genoeg vraagt bijna niemand zich af waar de ratings vandaan komen. Vrij weinig mensen weten dat de drie grootste rating agencies – Standard & Poor’s, Moody’s Investors Service en Fitch Group – commerciële bedrijven zijn. Geschat wordt dat deze drie bedrijven 90% van de Westerse markt in handen hebben. Een oligopolie dus.

Hoe gaan credit rating agencies te werk? Aan de hand van scenario’s en risicomodellen schatten zij in hoe groot de kans is dat een land of een bedrijf failliet gaat en zijn schulden niet meer terug kan betalen. De uitkomst van die analyse bepaalt welke kredietstatus een land of bedrijf krijgt. Het resultaat van hun analyse is een “rapportcijfer” ofwel kredietcode ofwel rating (bijvoorbeeld triple A).

Wie betaalt credit rating agencies? Landen en bedrijven die kapitaal nodig hebben betalen rating agencies om een rating te krijgen. Met een rating hebben zij meer kans op kapitaal van investeerders en een hoge rating betekent zelfs goedkoop lenen. In feite faciliteren rating agencies in een behoefte van klanten. Het is dus niet vreemd dat commerciële belangen een rol spelen bij de beoordeling.

Het blijkt zeer lastig te zijn om als buitenstaander multinationals en met name landen te beoordelen. Zij zijn simpelweg te groot. Er zijn te veel variabelen. Omdat rating agencies commercieel zijn en het onmogelijk is zeer grote entiteiten nauwkeurig te beoordelen, gaat het geregeld fout. Voorbeelden zijn Enron en Lehman Brothers: zij hadden een hoge rating, maar vielen toch om. Op zulke pijnlijke momenten zeggen rating agencies dat hun rating slechts een mening is. Dit is hilarisch. Gelukkig dagen steeds meer mensen rating agencies voor hun onjuiste – commerciële – beoordelingen. Het is een vorm van misleiding.

De enige oplossing om de macht van deze drie rating agencies te omzeilen lijkt regionaal investeren. Zo kunnen investeerders zelf beoordelen wat de risico’s zijn. Dit betekent dat pensioenfondsen dus niet langer moeten investeren in kopermijnen in Zambia, banken in Hong Kong en Braziliaanse staatsobligaties, maar kapitaal moeten verstrekken aan initiatieven in Nederland. Dit is ook nodig, want een circulaire economie met Cradle-to-Cradle processen en 100% vernieuwbare energie is nog lang niet gerealiseerd. Zelf oordelen wat een zinvolle regionale investering is, is veel beter dan luisteren naar rating agencies.

Voor wie meer wil weten, check de Tegenlicht documentaire “De macht van rating agencies”

Wanneer ben je een boeddhist?

Dzongsar Jamyang Khyentse (rechtsvoor op foto) is een lama uit Bhutan, filmmaker en schrijver van opmerkelijke teksten. Hij stelt dat de grootste ontdekking in de geschiedenis van de mensheid waarschijnlijk Siddharta’s (Boeddha’s) inzicht is dat het zelf niet onafhankelijk bestaat, dat het louter een etiket is. Volgens hem is iemand een boeddhist als hij of zij de volgende vier waarheden aanvaardt:

1. Alle samengestelde dingen zijn vergankelijk.

2. Alle emoties betekenen pijn.

3. Alle dingen hebben geen inherent bestaan.

4. Nirvana gaat boven concepten.

Wat ik sterk vind aan het boeddhisme is dat het zich baseert op wijsheid; wijsheid om het lijden te verminderen. Nietzsche zag dit in 1888 al:

‘Het boeddhisme is honderd keer realistischer dan het christendom. Het heeft de erfenis in het bloed van het zakelijk en koel problemen aan de orde stellen, het volgt op een eeuwenlange filosofische beweging; het begrip god heeft al lang afgedaan. Het boeddhisme is de enige werkelijk positivistische religie die wij uit de geschiedenis kennen, zelfs in zijn kerntheorie; het zegt niet langer strijd tegen de zonde maar laat de werkelijkheid geheel en al in haar recht door te zeggen strijd tegen het lijden.”

Boeddhisten stellen dat er voortdurend een knagend gevoel in ons zit dat er in het leven meer te halen valt, en deze ontevredenheid leidt tot lijden. Volgens hen bestaat geen enkel component in de hele schepping in een autonome, blijvende, zuivere toestand. En indien wij weten dat alles vergankelijk is, dan klampen wij ons nergens meer aan vast, en als wij nergens aan vastklampen, dan hoeven wij niet langer te denken in termen van hebben of missen. Wat we dus nodig hebben, is dat we ontwaken uit onze gewoontepatronen, verbeelding en hebzucht.

Volgens Dzongsar is het enige doel van Siddhartha’s leer om lafaards zoals wij te helpen begrijpen dat ons lijden en onze paranoia volledig op illusies gebaseerd zijn. Het was niet Siddhartha’s doel om gelukkig te zijn. Zijn pad leidt uiteindelijk niet naar geluk. In plaats daarvan is het een directe weg naar vrijheid van lijden, vrijheid van misvatting en verwarring. Nirvana gaat dus niet om geluk of ellende; het overstijgt al zulke dualistische concepten. De grote vraag is of wij dit kunnen. Voorlopig niet….

Literatuur 

Dzongsar Jamyang Khyentse, Wanneer ben je een boeddhist?, 2008

Friedrich Nietzsche, de Antichrist, 1989 (oorspronkelijk 1888)

Kunnen rampen kunst zijn?

Deze diashow vereist JavaScript.

 Steeds groter is de invloed van onze soort op de aarde. Steeds meer natuurrampen veroorzaken wij zelf. Regelmatig lijkt het er sterk op dat wij dit soort rampen mooi vinden. Vol spanning kijken wij naar de beelden alsof wij hongerig zijn; wij willen nieuwe indrukken, nieuwe beelden. Om deze reden vraag ik mij af of wij door mensen veroorzaakte natuurrampen als kunst kunnen beschouwen. Waarom een Picasso wel, de wc-pot van Duchamp ook, maar een hemel vol smog en een rivier van plastic niet?

Bovenstaande serie bevat beelden van het drooggevallen Aralmeer, smog in Londen, Mexico City en Beijing, overstroomde gebieden, een plasticrivier, een olievlek, een lucht vol vliegtuigstrepen en een door vlammen verlichte lucht in Moskou. Is het mooi?

De Franse filosoof en schrijver Albert Camus (1913-1960) merkte ooit op:

“A guilty conscience needs to confess. A work of art is a confession.”

Een kunstwerk is een bekentenis. De harde waarheid zelf tot kunst verheffen, is dat de volgende stap? Dan een citaat van Voltaire:

“Het geheim van de kunst is de natuur te verbeteren.”

De menselijke natuur en de natuur zelf verbeteren door rampzalige kunstwerken die door de ons allemaal gemaakt zijn te tonen. Kan dat? Is dat hoe kunst kan bijdragen aan de wereld?