De crisis oplossen

Hoe komen wij dan aan ons huidige geldsysteem? zult u zich misschien geregeld afvragen. Dat is een goede vraag die vele politici, economen en bankiers tegenwoordig ontwijken. Zij doen net alsof er maar één geldsysteem mogelijk is, alsof ons geld ons heeft gekozen, alsof het een natuurwet is, een gegeven. Dit is het niet. Mensen hebben in het verleden dit geldsysteem ontwikkeld en het zijn mensen die eraan vasthouden. Ik stel dat er diverse alternatieven zijn die de financiële crisis in een keer kunnen oplossen. Een voorbeeld: de introductie van een munt met negatieve rente. Dit is een beproefd concept dat afkomt van Sylvio Gesell (1862-1930).

Gesell noemde zichzelf vrij-econoom en verwierp honderd jaar geleden al het huidige geldstelsel met rente, omdat binnen dit systeem degenen met geld beloond worden zonder dat zij daarvoor een inspanning leveren. Om deze reden stelde Gesell een negatieve rente voor: voor het gebruik van geld moest net zoals voor het gebruik van elektriciteit of de telefoon worden betaald. Naarmate je geld langer in je zak houdt, moet je er meer voor betalen. Gesell zag mijn inziens toen al in dat de waarde van geld met name in zijn functie als ruilmiddel zit. 

Een geslaagd praktijkvoorbeeld. In 1932 werd de burgemeester van het Oostenrijkse plaatsje Wörgl, die de prachtige naam Untenguggenberger droeg, geconfronteerd met hoge werkloosheid en veel onbevredigde behoeften in zijn gemeente. Omdat hij slechts een klein bedrag aan schillingen in kas had, besloot hij met behulp van de lokale spaarbank zijn eigen alternatieve muntsoort te creëren. Arbeiders die voor de gemeente werkten werden betaald in vrijgeld. De omloopsnelheid van dit vrijgeld werd gestimuleerd doordat op het vasthouden van deze biljetten een negatieve rente werd geheven. Indien je het vrijgeld niet uitgaf, maar in je portemonnee liet zitten, verloor het dus zijn waarde. Precies zoals Gesell had bedacht. Door de negatieve rente kwam het economisch verkeer in Wörgl razendsnel op gang. De omloopsnelheid van deze vrijgeldbankbiljetten was zo groot dat er naar verluidt in enkele maanden een marktomzet ontstond van $7,5 miljoen. De investeringen liepen in een jaar op met meer dan 200 procent. De werkloosheid daalde van 30% naar een marginaal niveau. Rekeningen en belastingen werden meteen betaald en achterstallig onderhoud werd uitgevoerd. Vrijgeld bevorderde niet alleen de gemeenschapseconomie, maar ook de traditionele economie, die wel bleef werken met schillingen. Het succes was overweldigend.

In de jaren dertig waren er veel van dergelijke initiatieven en nog vele andere gemeenten wilden het negatieve rente concept kopiëren. Maar de Centrale Bank van Oostenrijk verbood alle projecten, omdat er concurrentie met de nationale monetaire autoriteiten plaats vond. Wederom blijkt dat geld en macht onverbiddelijk met elkaar verbonden zijn. Monetaire decentralisatie wordt gezien als een bedreiging van de centrale macht. Dankzij IT zijn de mogelijkheden voor lokale geldsystemen zonder rente echter groter dan ooit te voren. Mogelijk dat Gesell’s ideeën alsnog voet aan de grond krijgen. Tijdgenoten Irving Fisher (1867-1947) en John Maynard Keynes (1883-1946) erkenden zijn gelijk al. De laatste schijnt zelfs over deze vrij-econoom gezegd te hebben:

“De toekomst zal meer leren van Gesell dan van Marx.”

Laten we experimenteren met andere geldsystemen met het doel een beter systeem te ontwikkelen. Binnen het huidige paradigma wordt de financiële crisis niet opgelost. Het kan anders. Het kan beter.