Martijn Jeroen van der Linden

Afscheid van het kapitalisme

In Economie on december 19, 2014 at 12:14 pm

Afscheid vh kapitalisme

In Afscheid van het kapitalisme bespreekt Egbert Tellegen de relatie tussen de gezondheid van de aarde en de huidige economische orde, het kapitalisme. Hij komt tot de conclusie dat het kapitalisme met zijn geloof aan onbegrensde mogelijkheden toe is aan vervanging. Een ecologische economie waarvan de resultaten in eerste instantie beoordeeld worden naar mate van zorgvuldig omgaan met de aarde, ofwel kwaliteit boven kwantiteit, is volgens Tellegen de oplossing. De socioloog en emeritus hoogleraar milieukunde is al minstens 50 jaar met deze problematiek bezig en dat zorgt ervoor dat dit kleine boek (145 pagina’s, pocket size) een schat aan informatie bevat, toegankelijk is en soms zelfs grappig.

In de eerste hoofdstukken bespreekt Tellegen de geschiedenis van het leven op aarde, het ontstaan van de zorg voor het milieu en de huidige gezondheid van de aarde. Als geen ander is Tellegen in staat de onstaansgeschiedenis van de huidige milieuproblematiek samen te vatten.

In hoofdstuk 5 wordt de economie besproken aan de hand van Polanyi, Heilbronner, Smith en Marx. Tellegen concludeert dat we tot op de dag van vandaag gevangen zitten in de tredmolen van het voortdurend moeten uitbreiden van productieve activiteiten om de toenemende productiviteit bij te houden en daardoor winst en werkgelegenheid veilig te stellen (p65-66). Aan de hand van Marx en Simmel legt hij uit hoe het streven naar geld leidt tot mateloosheid, want in tegenstelling tot gebruiksgoederen kent geldbezit geen grenzen. Tellegen pleit in lijn met Jeroen van den Bergh voor een minder prominente plaats voor economische groei in het overheidsbeleid. Niet groei van het BBP, maar concrete doeleinden op milieu-, sociaal en cultureel gebied dienen centraal te staan.

De meest interessante en bovendien scherp geformuleerde passage is Tellegen’s beschrijving van de economie als religie. Hij schrijft: “Ik ben agnosticus en geen atheïst. Maar één vorm van hedendaagse religie bestrijd ik wel en dat is het geloof in ‘de economie’(p78).” Als voorbeeld noemt hij de ‘plechtige manifestaties’ rondom het citeren uit ‘de heilige geschriften van het Centraal Bureau voor de Statistiek of het Centraal Planbureau’ en de daaropvolgende ‘preek van een minister of politicus waarin de heilige teksten van de overheidsbureaus van commentaar worden voorzien’. Tellegen gebruikt de term religieuze plechtigheid omdat het uitgedragen geloof (de economie) respectvol tegemoet wordt getreden en iedere kritische kanttekening bij dat geloof achterwege blijft.

Hoe verder? In hoofdstuk 6 stelt Tellegen voor het domein van ‘de economie’ drastisch te beperken. In hoofdstuk 7 doet hij enkele concrete voorstellen om dit te realiseren zoals het scheppen van kapitaal (geld) onderbrengen bij een vierde “financiële” macht en het op Europees niveau implementeren van een sociaal stelsel dat iedereen een minimum aan financiële zekerheid biedt geïmplementeerd. Op deze manier zullen kapitaal en mensen volgens Tellegen enkel in actie komen indien dit intrinsiek nut heeft en het milieu niet (al te veel) belast.

In hoofdstuk 8 betoogt Tellegen dat het zwaartepunt van milieubescherming bij ondernemers dient te liggen. Zij horen het zorgvuldig omgaan met de aarde als hun kerntaak te gaan beschouwen (p101). Het model van de arts is wat Tellegen betreft een goed voorbeeld. Artsen handelen (doorgaans) niet vanuit financiële belangen of investeerders, doen geen ingrepen in het belang van werkgelegenheid en zetten niet aan tot onnodige consumptie.

In hoofdstuk 9 verwijst Tellegen naar Max Weber’s onderscheid tussen handelen als doen, achterwege laten of dulden. De kapitalistische economie is superieur in het ‘doen’. Voor ‘dulden’ is het beeld gemengd. Enerzijds zijn allerlei (religieuze) taboes opgeruimd, anderzijds zijn mensen beroofd van vrije toegang tot natuur en bestaansmiddelen. Wat het kapitalisme niet kan, is het ‘achterwege laten’. Tellegen besluit met een pleidooi voor een cultuur van zorgvuldigheid, voor zorgvuldig professioneel handelen, waarbij de professionaliteit vóór het geld verdienen gaat. Sociaal ondernemen is hier een goed voorbeeld van.

Mijn vraag aan Tellegen is of het kapitalisme niet al ten dele ten onder is. Lang niet alle bedrijven en zelfstandige ondernemers streven winstmaximilisatie na en dit is toch een vereiste voor een kapitalistische economie. Een tweede vraag is de exacte definitie van kapitalisme. Tellegen definieert kapitalisme als een systeem waarbinnen de productie van goederen in dienst staat van vermeerdering van kapitaal ofwel van verdienen van geld ten behoeve van kapitaalbezitters (p89). Ik zou kapitalisme iets anders definiëren, namelijk als een systeem dat gebaseerd is op privé eigendom en kaptiaalaccumulatie. Het gaat zeker niet alleen om goederen, maar de afgelopen decennia voornamelijk om financiële activa, onroerend goed, etc. Dit dient allemaal te accumuleren. Een punt voor verder onderzoek is de relatie tussen Tellegen’s zorgvuldigheid en de deugdenethiek van Aristoteles. Volgens mij is er veel overlap. Aristoteles zag geld en economie als een middel tot iets anders, namelijk het goede leven, en propageerde het aanleren van deugden. De kardinale deugden zijn volgens Aristoteles moed, gematigdheid, verstandigheid en rechtvaardigheid. In hoeverre komt dit overeen met zorgvuldigheid? Tenslotte vraagt dit boek om concretisering. Hoe kunnen multinationals als Philips, ING en KPMG hun werk inrichten volgens de logica van een arts? Is dit überhaupt mogelijk? Of is er geen plek voor dit soort internationale conglomeraten in een ecologische economie?

Tellegen, Egbert (2014). Afscheid van het kapitalisme. Over de aarde en onze economische orde. Amsterdam: AUP. ISBN 9789069647856

Princes of the Yen

In Economie on december 8, 2014 at 12:11 pm

Princes of the Yen is an excellent documentary based on a book written by economist Richard Werner. In this documentary the power of money and central banks (and the IMF, WB and commercial banks) is analysed and explained clearly. Although the focus is on Japan, the main lessons are valid in all countries. It is a must-see for everyone who is interested in the current economic system and society.

Verandering van tijdperk

In Economie on december 3, 2014 at 4:58 pm

verandering_tijdperk

Afgelopen donderdag presenteerde Jan Rotmans zijn nieuwe boek Verandering van Tijdperk. Nederland kantelt. In de zomermaanden heb ik samen met Jan en Helen Toxopeus het hoofdstuk over de financiële sector voor dit boek geschreven. Dit was een interessante en leerzame exercitie omdat we alledrie verschillende specialisaties hebben en soms wat verschillen in radicaalheid. Wat ik erg aan Jan waardeer, is (naast zijn inhoudelijke kennis) zijn moed om zijn radicale inzichten in het publieke debat te verkondigen. Dat is lang niet iedereen gegeven. Op deze blog probeer ik zelf parrhesia – παρρησία – te beoefenen. Dit betekent zoiets als vrijmoedig waarheidspreken, dus zonder jargon en los van machtsstructuren. Parrhesia stamt uit de Griekse Oudheid. Foucault analyseert dit begrip in zijn boek De Moed tot Waarheid in detail en concludeert dat parrhesia langzaam maar zeker verloren is gegaan in het publieke en politieke domein. Jan Rotmans doet wat mij betreft een geslaagde poging om dit proces te keren door simpelweg te benoemen wat er gaande is en uit te leggen hoe radicale oplossingen geïmplementeerd kunnen worden.

Gisteren heb ik Verandering van Tijdperk in zijn geheel gelezen. Twee dingen wil ik hier opmerken. Ten eerste Rotmans’ notie van macht. De afgelopen jaren heb ik mij geregeld geërgerd aan allerlei weldoeners, wereldverbeteraars en duurzaamheidsdenkers die angst hebben het machtspodium te betreden en/of macht afdoen als iets ouderwets. Nooit kon ik echt helder uitleggen waarom macht wel belangrijk is, en zelfs positief kan zijn. Rotmans’ uitleg was voor mij verhelderend (pagina 43):

‘Macht heeft binnen de nieuwe orde een negatieve connotatie, omdat het wordt geassocieerd met de oude orde. Het wordt door de nieuwe orde gezien als negatief, behoudend of zelfs eng, maar macht kan ook in positieve zin worden aangewend. We onderscheiden verschillende soorten macht: (1) gevestigde macht; (2) destructieve macht; (3) innovatieve macht; en (4) transformatieve macht. De eerste twee spreken voor zich. Met innovatieve macht bedoelen we het ontdekken of creëren van nieuwe hulpbronnen. En transformatieve macht is het vermogen om de verdeling van hulpbronnen te veranderen.’

De laatste twee zijn volgens Rotmans noodzakelijk om de transitie naar een duurzame samenleving te versnellen. Vooral de transformatieve macht is nu belangrijk en dat vraagt onder andere om (betere) samenwerking, kennis delen en samen ontwikkelen, slimmere organisaties, het opheffen van organisaties die erop gericht zijn zichzelf in stand te houden, lobbymacht organiseren en nieuwe vormen innovatieve vormen van financiering ontwikkelen en stimuleren. 

Een tweede punt dat ik hier wil aanstippen is Rotmans’ verhaal over zijn persoonlijke ervaring met het onderwijs. Hij zegt dat hij zich altijd out of place en out of time voelde (pagina 52):

‘Nooit paste ik in het schoolsysteem, nooit werd ik echt geraakt en gestimuleerd, eerder afgeremd en gedemotiveerd. . . Pas na mijn schooltijd kon ik voluit gaan. . . Het gaat ook niet zozeer om mijn geval, maar ik wil hiermee illustreren dat de potentie van veel leerlingen in dit systeem onderbenut blijft. En dat gaat ten koste van het plezier en de motivatie en dat is zonde.’

In dit betoog herken ik mijzelf. Ook ik vond school vaak saai, onzinnig en afremmend. Helaas kom ik nog steeds jongeren tegen die dezelfde ervaring hebben. Dit probleem is dus niet opgelost en mogelijk zelfs verergerd. Een radicale verandering van het onderwijs is nu nodig. Rotmans stelt dat de volgende uitgangspunten voor het onderwijs 3.0 voor: leraar en leerling centraal; persoonsgerichte ontwikkeling; ruimte voor professionals; balans tussen kennis en competentie; stimulerend en motiverend; zo weinig mogelijk bureaucratie. Dit betekent dat er veel meer vrijheid moet komen om zelf onderwijs op te zetten. Scholen en met name leraren zouden zelf moeten mogen kiezen welke leermethode er het best bij hun levensvisie en bij hun leerlingen past. Kortom, een revolutie van onderop is nodig, niet alleen in het onderwijs, maar in een hele hoop sectoren. Zonder moed gaat dit niet lukken. Lees Verandering van Tijdperk. Nederland kantelt of bekijk de nederlandkantelt.nl voor meer transitielessen.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 1.443 andere volgers