Event Reinvent.Money 2016: October 14, 16-19h

reinvent-money-2016-768x268

On the 14th of October 2016 I organise with Paul Buitink, Richard van der Linde and Studium Generale TU Delft the conference Reinvent.Money. From 16-19 we will explore three topics: the role of central and commercial banks in the digital age, the euro dilemma, and the (necessary?) link between money and states.

First, Bank of England researcher Michael Kumhof will present his latest research on “The macroeconomics of central bank issued digital currencies” and Arnoud Boot (UvA, SFL, WRR) will present his forthcoming report for the Dutch Scientific Research Council (WRR in Dutch) on the influence of financialisation on society. Second, Stephanie Kelton (advisor to Bernie Sanders) will explain the euro dilemma (the choice between making the next step to a fiscal union or leaving the euro) and politicians will debate this dilemma. Third, we explore the link between money and states in the future. Financial activist Brett Scott (author of The Heretic’s Guide to Global Finance. Hacking the Future of Money) will share his ideas and debate with Lex Hoogduin (RUG, former DNB). Finally, the organising committee will attempt to draw some conclusions.

Tickets are free (donation based after the event, you decide what it’s worth to you) and could be ordere here. I hope to see you in Delft on the 14th of October!

Wordt Brede Welvaart serieus genomen?

Met collega’s van het Platform DSE, met name Gerrit Stegehuis, becommentarieerde ik afgelopen week de resultaten van de commissie Brede Welvaart. Hieronder onze reactie.

Na decennia van onderzoeken, discussiëren en twijfelen, dienen politici zich nu écht uit te spreken voor de Monitor Brede Welvaart vindt het Platform Duurzame en Solidaire Economie. Het economisch debat beperken tot enkel monetaire waarden is simpelweg niet meer van deze tijd. Andere waarden zijn op z’n minst even belangrijk.

In april presenteerde de tijdelijke commissie Brede Welvaart haar eindrapport. De commissie deed onderzoek naar wat het bruto binnenlands product (BBP) wel en niet meet, welke invloed het heeft bij het bepalen van beleid, en hoe brede welvaart beter gemeten kan worden. Direct na het uitkomen van het rapport heeft Platform DSE een reactie gepubliceerd onder het motto: goed rapport, maar verandert het beleid? De commissie heeft nu de ruim 60 vragen van Kamerleden beantwoord ter voorbereiding op het debat tussen commissie en Kamer, dat mogelijk nog voor de zomer wordt gehouden.

In onze eerste reactie reageerden wij positief op het voornemen jaarlijks een Monitor Brede Welvaart  te publiceren en te bespreken in de Tweede Kamer. Teleurgesteld waren wij vooral over de centrale plaats die het Bruto Binnenlands Product (BBP) blijft houden in rapportage en bepaling van het beleid, en over het ontbreken van een koppeling tussen de Monitor Brede Welvaart en de Macro Economische Verkenning (MEV).

Ook de antwoorden op de Kamervragen van de commissie zijn teleurstellend, omdat:

  1. het BBP nog steeds een robuuste indicator wordt genoemd om de omvang van de economie in kaart te brengen. Het BBP brengt echter hoogstens de omvang van de monetaire economie in kaart, alle niet-betaalde activiteiten en onttrokken waarden blijven volkomen buiten beeld;
  2. het BBP door de commissie belangrijk wordt geacht, omdat het – tot op zekere hoogte – mogelijk is de effecten van beleidsvoorstellen op het BBP door te rekenen. De commissie wil zich niet uitspreken over de vraag of economische groei, ofwel groei van het BBP, wenselijk is, maar de MEV moet wel vooral díe beleidsvoorstellen bevatten, waarvan de effecten op de groei van het BBP met de beschikbare modellen doorgerekend kunnen worden. Beleidsvoorstellen m.b.t. brede welvaart zouden daarom niet in de MEV thuishoren;
  3. de Ecologische Voetafdruk wordt afgewezen als indicator omdat het een samengestelde indicator is. Dat geldt net zo goed voor het BBP. Maar de Voetafdruk kan eenvoudig weer opgedeeld worden in de CO2-voetafdruk en de ruimtegebruik-voetafdruk. Ook werkt de commissie liever met ‘objectieve’ indicatoren dan met ‘subjectieve’, maar bij de samenstelling van het BBP worden allerlei keuzes gemaakt en schattingen gedaan die onmogelijk allemaal ‘objectief’ genoemd kunnen worden. Niet elk bezwaar telt overal even zwaar;
  4. de commissie in de antwoorden een aantal keren zegt dat het belangrijk is dat het onderwerp brede welvaart ‘meer aandacht krijgt’. Deze slappe formulering bevestigt het beeld dat er wel over brede welvaart kan worden gerapporteerd en gedebatteerd, maar dat het échte beleid gewoon wordt gemaakt op basis van de financieel-economische ‘feiten’ zoals gepresenteerd in de MEV.

De commissie was breed samengesteld, en is met een unaniem rapport gekomen. Dat is op zich een prestatie, maar Platform DSE vreest dat het gevolg is dat er fundamenteel niets verandert. Er wordt al decennia onderzocht, gepraat en getwijfeld. We krijgen nu een ‘leuk’ jaarlijks debat over de Monitor Brede Welvaart in mei, en vervolgens wordt in september als vanouds beleid gemaakt op grond van de MEV, dat moet leiden tot groei van het BBP. Effecten van beleidsvoorstellen die niet in de modellen passen spelen dan geen rol.

De commissie wil wel dat er onderzoek wordt gedaan naar het effect van voorgenomen beleid op dimensies van brede welvaart, maar we hebben niet meer de luxe om daarop te wachten. Wij lijken een confrontatie met een te grote mondiale Voetafdruk en extreme ongelijkheid niet aan te durven. Laat de planbureaus in de MEV daarom op basis van de nu beschikbare kennis maar aangeven wat de verwachte effecten van voorgenomen beleid zijn op indicatoren als de voetafdruk, ongelijkheid, luchtkwaliteit, uitputting van grondstoffen en allerlei andere indicatoren die de commissie ook niet heeft genoemd. Het wordt tijd dat het BBP een ondergeschikte rol gaat spelen. De commissie heeft de eenheid bewaard door een apolitiek rapport te schrijven, nu dienen politici zich uit te spreken zodat wij weten welke waarden zij écht belangrijk vinden.

Requiem For The American Dream

Afgelopen vrijdagavond was ik uitgenodigd door TransitieCinema en Duurzaam Den Haag om de documentaire Requiem For The American Dream te kijken en na afloop commentaar te geven, vragen uit de zaal te beantwoorden en deel te nemen aan groepsdiscussies. Een geslaagde avond omdat de film een ijzersterke analyse is en veel van de aanwezigen actief participeerden in de zoektocht naar oplossingen.

Centraal in Requiem For The American Dream staan interviews met Noam Chomsky. Chomksy is taalkundige, filosoof, politiek activist, en inmiddels 87 jaar oud. Door zijn ervaring en leeftijd is Requiem For The American Dream een soort getuigenverslag. Chomsky begon bijna 50 jaar geleden met aandacht vragen voor stijgende ongelijkheid en machtsconcentratie in de V.S., en heeft dit sindsdien voortdurend gedaan. Bovendien kan deze intellectueel als geen ander extreem helder analyseren en redeneren.

Chomsky benoemt “ten principles of concentration of wealth and power” waaronder het verminderen van democratie, het ontwikkelen van ideologie, het herontwerpen van de economie (van productie naar financiële markten en offshoring), het verlagen van belasting op winsten en dividenden, en het afbreken van sociale voorzieningen. Door middel van voorbeelden wordt uitgelegd hoe de achterliggende dynamiek werkt en hoe stijgende ongelijkheid en machtsconcentratie elkaar versterken. Ondanks dat Requiem For The American Dream gaat over de V.S. is de documentaire ook interessant voor Europeanen. Europa heeft zich namelijk, weliswaar in iets afgezwakte vorm, in dezelfde richting ontwikkeld.

Alhoewel Chomksy’s analyse genadeloos is, benadrukt hij ook dat “freedom om speech” nog steeds zeer groot is in de V.S. Dit is een belangrijke les. Ook in Europa leven wij nog steeds in een vrije maatschappij. Dit betekent dat indien mensen zich massaal schalen achter veranderingsvoorstellen verandering wel degelijk gerealiseerd kan worden. Dit vraagt echter wel om actieve participatie. Requiem For The American Dream toont enkele inspirerende voorbeelden uit de democratiseringsgolf van de 1950s en 1960s. Kortom, massaal kijken dus!

 

 

The End of Banking

Last week Paul Buitink and I interviewed the two authors of The End of Banking (2014), a thought-provoking book I read about a year ago. The authors write under the pseudonym Jonathan McMillan; one of them is Swiss economist and journalist Jürg Müller, the other is a New York based investment banker. We discussed topics as money creation out of credit, shadow banking, full reserve banking and their proposal for a new systemic solvency rule.

I do recommend this interview and their book for two reasons. First, the authors understand how the digital revolution is changing money, credit and banking. Second, the authors attempt to tackle the problem at the fundamental level of accounting. The End of Banking clearly explains how banking got out of control in the digital age and how information technology can be used to implement a more stable financial system. By using balance sheets McMillan shows how traditional banking and shadow banking work and are interconnected. Today, information technology allows banking over a series of interlinked balance sheet; i.e. banking is not dependent on banks anymore. Every company with a balance sheet or group of companies with different balance sheets can create money out of credit by applying the six financial techniques of banking. According to McMillan, in the digital age credit became extremely mobile, and this is why for example capital requirements no longer work.

McMillan argues that we need a political response to unconstrained banking and suggest that we have to end banking; i.e. we have to end the creation of money out of credit. The authors explain how a financial system without banking can work. They propose to split money (public sphere) and credit (private sphere), and to introduce two new monetary tools: a liquidity fee and an unconditional income. Moreover, to prevent money creation out of credit the authors propose a new systemic solvency rule:

The value of the real assets of a company has to be greater than or equal to the value of the company’s liabilities in the worst financial state. (p. 147)

Although it is at this moment hard to understand how this systemic solvency rule would work in practice, McMillan attempt to tackle banking at the level of accounting seems to be the right approach. More research has to be done to fully understand the consequences, but in my opinion The End of Banking is a fundamental contribution to the debate on the future of money.